Onze arbeidsmarkt heeft het laatste decennia de nodige stormen moeten doorstaan. Van "jobs, jobs, jobs" naar de krapte van vandaag. Een stijging van de (tijdelijke) werkloosheid en de revolutie van het thuiswerk zijn slechts een paar van de recente omwentelingen in een arbeidsmarkt in de greep van het coronavirus. Bedrijven moesten zich in no-time flexibel organiseren richting een nieuw tijdperk in HR-beleid. Wil men overleven, dan moeten bedrijven immers investeren in hun humaan kapitaal, in mensen. Competentiegericht aanwerven, prestatiegericht belonen of klaarstomen voor de toekomst, zijn vandaag meer dan ooit de codewoorden op de arbeidsmarkt. Wie een kwaliteitsvol product op de markt wil brengen, begint bij het waarderen van zijn personeel.

Terwijl bedrijven belang van modern HR-beleid heel goed beseffen, hinken onze overheden steeds verder achterop.

Maar terwijl bedrijven de noodzaak van een moderne HR-aanpak des te beter begrijpen, lijken onze overheden steeds verder achterop te hinken. Dat we Martine Tanghe, het toonvoorbeeld van kwaliteit en expertise, in onze huiskamers moeten missen vanwege achterhaalde regeltjes, is slechts het tipje van de ijsberg. Van diplomagericht aanwerven tot het gebruik van de prikklok, missen onze overheden keer op keer kansen om zorgzaam om te springen met hun meest kostbare goed. Zeker in onderwijs, waar we dag na dag aan kwaliteit inboeten en steeds verder achteruit schuiven op rankings en ijkingstesten, blijven we in ons HR-beleid vasthouden aan oude recepten.

Nochtans kiest Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers kiest resoluut voor een modern en ambitieus HR-beleid. De laatste jaren werd terecht geïnvesteerd in flexibele moderne werkplekken zoals het Herman Teirlinckgebouw, maar nu wordt er ook ingezet op telewerk en het gebruik van digitale toepassingen. Ook het ambtenarenstatuut gaat op de schop. De liberale minister start de gesprekken met vakbonden over de verbetering van het contractueel statuut en een eengemaakt systeem voor alle ambtenaren van de Vlaamse Overheid. Er wordt afgestapt van de vaste benoemingen. Het einddoel is een modern loopbaanbeleid dat werknemers het vooruitzicht biedt op een boeiende en flexibele job met persoonlijke doorgroeimogelijkheden. Een moderne en aantrekkelijke werkgever die erin slaagt om toptalenten aan te trekken.

Terwijl bedrijven belang van modern HR-beleid heel goed beseffen, hinken onze overheden steeds verder achterop.

Des te pijnlijker is het om te zien hoe binnen diezelfde Vlaamse overheid het onderwijsveld een grote sprong achteruit maakt. De kloof tussen het HR-beleid van het onderwijspersoneel en de Vlaamse ambtenarij kan niet groter zijn. Met het aloude en achterhaald systeem van vaste benoemingen denkt Minister van Onderwijs Ben Weyts het beroep als leerkracht aantrekkelijker te maken. Een recept dat de perceptie van leerkrachten onderuit hielp, moet dienen om ze er terug bovenop te helpen.

Iedereen is het er nochtans over eens dat leerkrachten meer waardering verdienen. Alleen is zo'n aftandse vakbondsmaatregel als de vaste benoeming daartoe niet de oplossing. Een noodkreet van meer dan honderd schooldirecteurs maakte eerder al pijnlijk duidelijk hoe fout het systeem ineen zit. Ook Raymonda Verdyck van het GO vraagt al langer om het loopbaandebat te heropenen. Leerkrachten, maar ook ambtenaren in het algemeen verdienen gewaardeerd en beschermd te worden op basis van wat ze doen, wat ze betekenen voor de maatschappij. Vaste benoemingen in stand houden en zelfs uitbreiden is geen goed huisvaderschap maar een gebrek aan creativiteit en ambitie. Wat we elke dag opnieuw van leerkrachten voor de klas verwachten, heeft de minister niet over voor hen.

De coronacrisis toonde alweer duidelijk de verschillen binnen het lerarenkorps. Waar sommigen al snel omschakelden naar online lessen, interactieve digitale toetsen en huiswerk bleven andere leerkrachten met de handen in het haar sukkelen bij de installatie van Zoom. Dat is voor alle duidelijkheid niet de verantwoordelijkheid van die vele leerkrachten, maar wel van de werkgever die er niet in slaagt zijn ploeg bij te scholen en wendbaar en veerkrachtig voor de klas te zetten. Wantrouwen in onze leerkrachten maakt dat we hen niet behandelen als de professionals die ze zijn, met honger naar bijscholing, maar als uitvoerders die na de lesuren hun tijd moeten besteden aan het afvinken van de juiste paperassen.

Het personeelsbeleid van minister Weyts moet dan ook het beroep, het vak, de ambacht van het lesgeven terug aantrekkelijk maken. Leerkrachten moeten aan de slag kunnen binnen een stabiel takenpakket in een dynamische loopbaan waarbij ambitieuze onderwijzers kunnen floreren. Ze mogen niet vastroesten in een klaslokaal maar periodiek een nieuwe uitdaging kunnen aangaan. Een sterke en continue loopbaancoaching, grotere inzet op psychosociale ondersteuning en een ambitieus bijscholingsaanbod zal de uitval in het onderwijs zonder twijfel doen slinken en het imago van de job verbeteren.

Het is waanzinnig dat jonge leerkrachten jarenlang moeten vechten voor een plekje terwijl vastbenoemde leerkrachten soms vastroesten met hun krijtje in de hand. Hersencellen zijn onze enigste Vlaamse grondstof. Daarom zijn leerkrachten van onschatbare waarde, daarom moet het HR-beleid in het onderwijs dringend de 21e eeuw worden binnengebracht. Dat vraagt een enorme inhaalbeweging en veel creativiteit maar levert niet alleen een grote efficiëntiewinst, een performantere overheid en een tevreden personeelsbestand op maar ook een kwaliteitsvoller product: de leerling.

Tess Minnens is voorzitter van Jong VLD.

Jonas Veys is kernlid van Jong VLD.

Onze arbeidsmarkt heeft het laatste decennia de nodige stormen moeten doorstaan. Van "jobs, jobs, jobs" naar de krapte van vandaag. Een stijging van de (tijdelijke) werkloosheid en de revolutie van het thuiswerk zijn slechts een paar van de recente omwentelingen in een arbeidsmarkt in de greep van het coronavirus. Bedrijven moesten zich in no-time flexibel organiseren richting een nieuw tijdperk in HR-beleid. Wil men overleven, dan moeten bedrijven immers investeren in hun humaan kapitaal, in mensen. Competentiegericht aanwerven, prestatiegericht belonen of klaarstomen voor de toekomst, zijn vandaag meer dan ooit de codewoorden op de arbeidsmarkt. Wie een kwaliteitsvol product op de markt wil brengen, begint bij het waarderen van zijn personeel. Maar terwijl bedrijven de noodzaak van een moderne HR-aanpak des te beter begrijpen, lijken onze overheden steeds verder achterop te hinken. Dat we Martine Tanghe, het toonvoorbeeld van kwaliteit en expertise, in onze huiskamers moeten missen vanwege achterhaalde regeltjes, is slechts het tipje van de ijsberg. Van diplomagericht aanwerven tot het gebruik van de prikklok, missen onze overheden keer op keer kansen om zorgzaam om te springen met hun meest kostbare goed. Zeker in onderwijs, waar we dag na dag aan kwaliteit inboeten en steeds verder achteruit schuiven op rankings en ijkingstesten, blijven we in ons HR-beleid vasthouden aan oude recepten. Nochtans kiest Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers kiest resoluut voor een modern en ambitieus HR-beleid. De laatste jaren werd terecht geïnvesteerd in flexibele moderne werkplekken zoals het Herman Teirlinckgebouw, maar nu wordt er ook ingezet op telewerk en het gebruik van digitale toepassingen. Ook het ambtenarenstatuut gaat op de schop. De liberale minister start de gesprekken met vakbonden over de verbetering van het contractueel statuut en een eengemaakt systeem voor alle ambtenaren van de Vlaamse Overheid. Er wordt afgestapt van de vaste benoemingen. Het einddoel is een modern loopbaanbeleid dat werknemers het vooruitzicht biedt op een boeiende en flexibele job met persoonlijke doorgroeimogelijkheden. Een moderne en aantrekkelijke werkgever die erin slaagt om toptalenten aan te trekken.Des te pijnlijker is het om te zien hoe binnen diezelfde Vlaamse overheid het onderwijsveld een grote sprong achteruit maakt. De kloof tussen het HR-beleid van het onderwijspersoneel en de Vlaamse ambtenarij kan niet groter zijn. Met het aloude en achterhaald systeem van vaste benoemingen denkt Minister van Onderwijs Ben Weyts het beroep als leerkracht aantrekkelijker te maken. Een recept dat de perceptie van leerkrachten onderuit hielp, moet dienen om ze er terug bovenop te helpen.Iedereen is het er nochtans over eens dat leerkrachten meer waardering verdienen. Alleen is zo'n aftandse vakbondsmaatregel als de vaste benoeming daartoe niet de oplossing. Een noodkreet van meer dan honderd schooldirecteurs maakte eerder al pijnlijk duidelijk hoe fout het systeem ineen zit. Ook Raymonda Verdyck van het GO vraagt al langer om het loopbaandebat te heropenen. Leerkrachten, maar ook ambtenaren in het algemeen verdienen gewaardeerd en beschermd te worden op basis van wat ze doen, wat ze betekenen voor de maatschappij. Vaste benoemingen in stand houden en zelfs uitbreiden is geen goed huisvaderschap maar een gebrek aan creativiteit en ambitie. Wat we elke dag opnieuw van leerkrachten voor de klas verwachten, heeft de minister niet over voor hen. De coronacrisis toonde alweer duidelijk de verschillen binnen het lerarenkorps. Waar sommigen al snel omschakelden naar online lessen, interactieve digitale toetsen en huiswerk bleven andere leerkrachten met de handen in het haar sukkelen bij de installatie van Zoom. Dat is voor alle duidelijkheid niet de verantwoordelijkheid van die vele leerkrachten, maar wel van de werkgever die er niet in slaagt zijn ploeg bij te scholen en wendbaar en veerkrachtig voor de klas te zetten. Wantrouwen in onze leerkrachten maakt dat we hen niet behandelen als de professionals die ze zijn, met honger naar bijscholing, maar als uitvoerders die na de lesuren hun tijd moeten besteden aan het afvinken van de juiste paperassen. Het personeelsbeleid van minister Weyts moet dan ook het beroep, het vak, de ambacht van het lesgeven terug aantrekkelijk maken. Leerkrachten moeten aan de slag kunnen binnen een stabiel takenpakket in een dynamische loopbaan waarbij ambitieuze onderwijzers kunnen floreren. Ze mogen niet vastroesten in een klaslokaal maar periodiek een nieuwe uitdaging kunnen aangaan. Een sterke en continue loopbaancoaching, grotere inzet op psychosociale ondersteuning en een ambitieus bijscholingsaanbod zal de uitval in het onderwijs zonder twijfel doen slinken en het imago van de job verbeteren. Het is waanzinnig dat jonge leerkrachten jarenlang moeten vechten voor een plekje terwijl vastbenoemde leerkrachten soms vastroesten met hun krijtje in de hand. Hersencellen zijn onze enigste Vlaamse grondstof. Daarom zijn leerkrachten van onschatbare waarde, daarom moet het HR-beleid in het onderwijs dringend de 21e eeuw worden binnengebracht. Dat vraagt een enorme inhaalbeweging en veel creativiteit maar levert niet alleen een grote efficiëntiewinst, een performantere overheid en een tevreden personeelsbestand op maar ook een kwaliteitsvoller product: de leerling. Tess Minnens is voorzitter van Jong VLD.Jonas Veys is kernlid van Jong VLD.