23 maart 2018
...

Thomas Renard (Egmontinstituut): België maakt een wat andere analyse dan Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk, die daarna nog verschillende aanslagen hebben meegemaakt. Dat wil dus helemaal níét zeggen dat er geen risico op aanslagen meer is. Een dreigingsanalyse is geen risicoanalyse. Wat is het verschil? Renard: De verlaging van het dreigingsniveau wil alleen zeggen dat de veiligheidsdiensten geen concrete informatie hebben over een actieve terreurcel die aanslagen zou voorbereiden. Vergeet niet dat de meeste terreuraanslagen in België en Frankrijk het resultaat van hetzelfde netwerk waren. Dat is blijkbaar niet meer actief sinds de aanslagen in Brussel in 2016. Een risicoanalyse gaat breder. Daarvoor moet je onder andere kijken naar de aantrekkingskracht van de IS - die sterk is verminderd -, het krimpende territorium van de IS, het flink lagere aantal IS-leiders en vooral hun sterk teruggelopen propaganda. De dreiging van terreur en radicalisering is een internationaal fenomeen, maar altijd met een sterke lokale dynamiek, waardoor het dreigingsniveau ook verschilt van land tot land. In een paar buurlanden waren ze trouwens ook van plan om hun dreigingsniveau te verlagen, zoals in België. Het blijft hoe dan ook een grijze zone om het correct in te schatten. En ook politiek is het moeilijk, want verantwoord het maar eens als er dan plots toch een aanslag plaatsvindt. Laten we ons dan collectief in slaap wiegen? Renard: Als ik de verschillende diensten beluister, dan blijft iedereen zich er heel goed van bewust dat er ook na het kalifaat nog altijd een serieuze kans op aanslagen bestaat. Niet alleen de IS bestaat nog, Al-Qaeda komt weer opzetten, en je hebt ook nog potentieel gevaarlijke extreemrechtse en extreemlinkse groepjes. Terreur is nog altijd prioriteit nummer 1 van al onze veiligheidsdiensten. Een risico is wel dat de verlaging van het dreigingsniveau de aandacht en vooral de middelen laat wegebben. Dat hebben we ook zien gebeuren toen de dreiging van Al-Qaeda na 9/11 wat leek af te nemen. Gelukkig is dat niet het geval rond de IS, al zullen sommige burgemeesters zich stilaan wel afvragen waarom ze nog zo veel middelen en mensen zouden inzetten voor extra veiligheid of deradicaliseringsprogramma's. Worden teruggekeerde Syriëstrijders voldoende in de gaten gehouden? Of hoeft dat niet meteen? Renard: Als ze na hun relatief korte straf weer burger worden, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel komen ze vervroegd vrij onder voorwaarden en zijn ze verplicht een deradicaliseringsprogramma te volgen, maar het lokale aanbod daarvan is onvoldoende uitgebouwd. Ofwel weigeren ze een vervroegde vrijlating en zitten ze hun straf helemaal uit, maar dan zijn ze ook niet verplicht om zo'n programma te volgen. Wel, op dat vlak moet er veel gebeuren, want die ex-strijders blijven wellicht gevaarlijk én radicaal.