Op de oranje banen van de Kim Clijsters Academy in Bree slaan jongens en meisjes gele ballen naar elkaar. De voertaal is Engels. 'Sommigen hebben echt veel talent', zegt Elise Mertens. 'Dat zie je zo.'
...

Op de oranje banen van de Kim Clijsters Academy in Bree slaan jongens en meisjes gele ballen naar elkaar. De voertaal is Engels. 'Sommigen hebben echt veel talent', zegt Elise Mertens. 'Dat zie je zo.' Ze heeft er net een training op zitten. Haar racket legt ze tussen ons in. Ik zie dat het 307 gram weegt. Kort voor ons gesprek speelde Mertens de halve finale van het 250.000-dollartoernooi in het Zweedse Bastad. Ze verloor in drie sets van Caroline Wozniacki, de nummer 6 van de wereld. 5-7, 6-4 en 2-6. Voor het eerst in haar carrière dook ze de top 50 van de wereld binnen. Ze klom acht plaatsen, naar nummer 47 op de WTA-ranglijst. Elise Mertens: Rustig, met de familie thuis. Mijn seizoen zit er nog niet op. Ik moet zorgen dat ik die plaats kan vasthouden, hè. Mertens: Op het terrein ben ik iemand anders dan in het gewone leven. Ik zou mezelf als ingetogen omschrijven, rustig van aard. Tijdens een wedstrijd denk ik maar aan één ding: winnen. Dan haal ik alle agressie die in me zit naar boven. Mertens: Ik heb enkele vaste rituelen voor aanvang van een wedstrijd. Eerst doe ik een kort dutje, dan leg ik muziek op. Dat pept me op, voordat ik aan de laatste opwarmingsoefeningen begin. Mertens: De laatste tijd kies ik vaak voor Netsky. Mertens: Een plaats in de top 20 zal stilaan van me verwacht worden. Maar ik wil me gewoon blijven amuseren. De rest volgt vanzelf. Mertens: Ja. Op Wimbledon heb ik bijvoorbeeld vrij goed standgehouden tegen Venus Williams. Daar had ik een jaar geleden nog niet eens van durven dromen. Mertens: Ik heb mezelf geen limieten opgelegd. Alles kan gebeuren, zeker als je een sporter bent. Mertens: Mijn grote droom is om ooit in de top 10 van de wereld te raken. Mertens: Ik wil mijn punten van vorig jaar verdedigen. Toen haalde ik er voor het eerst de hoofdtabel van een grand slam. In de eerste ronde verloor ik nipt van de Spaanse Garbine Muguruza, toen de num-mer 3 van de wereld. Als ik dit jaar beter doe, blijf ik gegarandeerd in de top 50. Mertens: Mijn niveau ligt gewoon nog hoger. Ik ben ook constanter geworden. Door mijn hogere ranking hoef ik ook geen kwalificatierondes meer te spelen. Ik speel dus almaar meer tegen betere speelsters - alleen al daardoor verbetert mijn eigen tennis. Mertens: Heel groot. We begrijpen elkaar goed. Hij leert snel en weet precies wat ik moet doen op training. Zijn visie is duidelijk. Mertens: Hij legt de nadruk op agressief spelen. Hij dwingt me om naar het net te komen, anders word ik weggedrukt. En mentaal helpt hij me om er elke keer te staan. Mertens: Misschien wel. Maar tennis is een individuele sport, het is ieder voor zich. Dan is het een meerwaarde als je iemand naast je hebt die je helpt bij de trainingen en de wedstrijden. Mertens: Negatief zijn. Je zwaktes benadrukken in plaats van je sterktes. Gelukkig is Robbe een optimist. Zijn kritiek is altijd opbouwend. Mertens: Ik ben nóg agressiever gaan spelen, kom nóg vaker naar voren. Mertens: Die evolutie voltrekt zich vooral in wed-strijden. Als ik tegen sterkere tegenstanders speel, probeer ik me niet te laten wegdrukken. Voetje voor voetje probeer ik vooruit te schuiven. Daar kún je bijna niet op trainen. Mertens: Ja, dat spreken we op voorhand af. Ook de signalen: vuistje, klappen - meer kan hij niet doen. Mertens: Ja.Ik ben met tennis begonnen door Kim Clijsters op tv te zien, en onder invloed van mijn zus, die ook speelde. Mijn hele leven heb ik naar dit moment toegewerkt. Het is verdiend, als ik dat zelf mag zeggen. Ik heb er alles voor gedaan. Mertens: De vele verplaatsingen met het vliegtuig heb ik een beetje onderschat. 20. Je zus is piloot, jij vliegt de wereld rond. Maak je je soms zorgen over de ecologische voetafdruk van de familie Mertens? Mertens: Nee, eigenlijk niet. Het is natuurlijk jammer dat je als tennisser zo veel moet vliegen, maar het hoort er nu eenmaal bij. Sowieso lijkt de klimaatverandering me moeilijk te stoppen. Mertens: Mijn eigen hoofdkussen (lacht). De matrassen en kussens in de spelershotels zijn niet altijd even goed, en ik heb snel last van nekpijn. Vandaar. Mertens: Kim ging voor elke bal. Haar agressiviteit vond ik indrukwekkend. In interviews was ze ook altijd sympathiek. En bovendien komen we uit dezelfde streek. Ik ben opgegroeid in Hamont-Achel, Kim in Bree. Dat helpt om je met iemand te identificeren. Mertens: We zijn vriendinnen. Als ze kan, komt ze naar mijn wedstrijden kijken. Af en toe geeft ze tips. Zoals voor mijn halve finale tegen Wozniacki, in Bastad. 'Speel op haar forehand', zei ze. 'En kom vaak naar het net.' Mertens: Nee. Wel naar mijn eigen wedstrijden. Na elk toernooi krijgen we van de WTA een USB-stick mee met de beelden van al onze wedstrijden op. Mertens: Bij mij gaat het net zo. De gewonnen punten spoel ik soms door, mijn fouten bekijk ik opnieuw en opnieuw. Moet ook wel, als je jezelf wilt verbeteren. Mertens: Van nature ben ik een defensieve speelster. Dat is er nog niet helemaal uit. En mijn service kan nog beter. Ik ben groot: die service kan een wapen zijn. Mertens: Ik heb altijd een hekel aan verliezen gehad. Naarmate je ouder wordt, groei je daar wel in. Emotioneel word ik niet meer zo snel. Maar ik streef nog altijd naar de perfectie. Mertens: Mijn opa, die intussen overleden is, was ooit professioneel wielrenner. Mijn moeder heeft wat volleybal gespeeld, en mijn zus dus tennis. Dat is het. Mijn moeder was lerares, mijn vader maakte meubelen en stoelen voor in de kerk. Mertens: Ik was altijd aan het tennissen. Op mijn negende ben ik op internaat gegaan, eerst bij Tennis Vlaanderen in Hasselt en daarna Antwerpen. Al van kind af aan was ik erg zelfstandig. Jammer genoeg mocht ik er niet blijven: ik was niet goed genoeg. Dan ben ik naar Parijs getrokken, naar Patrick Mouratoglou, de coach van Serena Williams. Mijn moeder kwam elke maand een paar dagen om me les te geven. Via de middenjury heb ik mijn diploma middelbaar onderwijs behaald. Mertens: Sharapova. Federer. Nadal. De groten. Mertens: Mijn overstap van de juniores naar de profs. Sportief was dat een grote stap - bij de juniores stond ik in de top 10, bij de profs moest ik weer van nul beginnen - en ook financieel vroeg het een zware investering. Voor mijn ouders was dat niet eenvoudig. Mertens: Nee. Intussen kan ik alles zelf bekostigen, ik sta op mijn eigen benen. Maar ik ben de put wel nog aan het dempen. Ik moet mijn ouders niet tot de laatste cent alles terugbetalen, maar toch zo veel mogelijk. Mertens: Niet concreet, nee. Ik ben altijd voluit voor tennis gegaan. Als het niets geworden zou zijn, zou ik misschien iets met dieren zijn gaan doen. Of zou ik kinesitherapeut geworden zijn. Mertens: Hét kantelpunt was het toernooi van Hobart, begin dit jaar, dat ik won. Opeens kwam ik de top 100 binnen, rondde ik de magische kaap. Je staat meteen op de hoofdtabel van de grand slams, verdient een pak meer en kunt je coach overal met je meenemen.Mertens: Nee. Ik heb nooit iets anders gekend dan dit leven. Ik ben ook geen nachtmens die graag tot drie uur staat te feesten. Helemaal niet. Het enige dat ik soms mis zijn de avondjes met de vriendinnen. Ik zie hen te weinig. Mertens: Vooral als ik verlies, ja. Die ontgoocheling duurt twee uur en dan begin ik weer na te denken over de volgende training of wedstrijd. Alessandro Baricco, Sandro Veronesi en David Foster Wallace je iets? Mertens: Ik denk het niet. Mertens: Dat wel, ja. Federer is een van de meest elegante spelers aller tijden. Hij kan alles en het ziet er allemaal zo gemakkelijk uit. Hij speelt ballet op een tennisveld, zeggen ze. Ik kan er met open mond naar kijken. Mertens: Ja. Met de juiste techniek kom je een stuk verder. Als ik beelden van mezelf bekijk, let ik daar altijd op. Dat ik bij de voorbereiding van een hoge forehand bijvoorbeeld mijn arm niet te ver naar achteren zwaai, maar het kort en krachtig hou. Met zo weinig mogelijk energie wil ik zo veel mogelijk doen. Mertens: Ja. Van mijn sponsor krijg ik een collectie met enkele jurken. Voor elke wedstrijd kies ik bewust die jurk uit waar ik me die dag het beste in voel. Naargelang de kleur, de vorm, de elegantie. Mertens: Uit bijgeloof. Tijdens Roland Garros deed ik het voor het eerst, en toen ging het goed. In Bastad kwam er dit jaar een styliste langs - soms gebeurt dat op toernooien - en dacht ik: 'Laten we het nog eens met blauwe nagels proberen.' Waarna ik de halve finale haalde. Ik denk dat ik mijn nagels voorgoed blauw zal laten. Mertens: Serena Williams. Hoe zij haar hele lichaam erin gooit... Haar krijg je bijna niet weggespeeld. Mertens: Niet echt. Ik voel zelf aan den lijve hoe de sport verandert. Wat de mensen er ook van denken: het niveau ligt veel hoger dan vroeger. De kracht en de snelheid zijn toegenomen, er zijn meer constante speelsters. De kloof tussen de top 20 en de rest wordt ook steeds kleiner. Mertens: Weinig. Je bent meestal met jezelf bezig. Met de Belgische Fed Cup-meisjes ga ik af en toe iets eten, maar mijn allerbeste vriendinnen tennissen niet. Behalve misschien Demi Schuurs, een Nederlands meisje waarmee ik dubbelspel speel. Haar ken ik al sinds mijn dertiende. Mertens: Ongetwijfeld. Maar zelf heb ik er nog geen last van gehad. Ik voel het ook nooit bij mezelf. Als iemand anders de top 20 induikt, denk ik: ze zal het wel verdiend hebben. Mertens: Daar kijk ik eerlijk gezegd nooit naar. Mijn papa houdt zich met de financiën bezig. Staar je niet blind op de tienduizenden euro's bij toernooiwinst. De investeringen die we tien jaar lang hebben moeten maken om hier te raken, liggen vele malen hoger. Mertens: Ik geef bijna alleen geld uit aan tennis en aan mijn reizen. Ik hou ook van dieren, ze geven me rust. Thuis heb ik vier honden, waarvan er drie geadopteerd zijn. Na mijn winst in Hobart heb ik zes kanaries gekocht. Aan die vogels hangt nu een mooie herinnering vast. Gelukkig zijn ze nog niet gaan vliegen. (lacht)