Het regeerakkoord van de regering-De Croo is een flou werkstuk. Een van de weinige cijfermatige doelstellingen die erin staan, ligt onrealistisch hoog: 'De regering (...) streeft tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van ten minste 80 procent na.' Een hoge werkzaamheidsgraad is belangrijk: de overheid hoeft dan minder uit te geven aan uitkeringen en heeft meer inkomsten dankzij belastingen. Maar de regering-De Croo rekent zich zot rijk.
...

Het regeerakkoord van de regering-De Croo is een flou werkstuk. Een van de weinige cijfermatige doelstellingen die erin staan, ligt onrealistisch hoog: 'De regering (...) streeft tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van ten minste 80 procent na.' Een hoge werkzaamheidsgraad is belangrijk: de overheid hoeft dan minder uit te geven aan uitkeringen en heeft meer inkomsten dankzij belastingen. Maar de regering-De Croo rekent zich zot rijk. De werkzaamheidsgraad drukt uit hoeveel mensen tussen de 20 en de 64 jaar aan het werk zijn. In 2011 bedroeg de werkzaamheidsgraad in ons land 67 procent, in 2019 70 procent. Dat komt neer op een toename van 0,40 procentpunt per jaar. In Wallonië is de werkzaamheidsgraad 64 procent. De Waalse regering wil dat tegen 2024 optrekken tot 69 procent, maar vergeet te zeggen hoe ze dat wil realiseren. In vijf jaar tijd wil ze dus de werkzaamheidsgraad 5 procentpunten optrekken, terwijl ze de voorbije acht jaar maar een stijging met 3 procentpunten kon realiseren. Dat illustreert hoe onrealistisch de nieuwe doelstelling van de Waalse regering is. En al helemaal als je er geen beleid voor hebt. In Vlaanderen bedraagt de werkzaamheidsgraad 75 procent. De Vlaamse regering wil dat tegen 2024 opdrijven tot 80 procent. Na de presentatie van het Vlaamse regeerakkoord door de regering-Jambon werd hier al becijferd dat deze stijging van 5 procentpunten erg hoog gegrepen is: het zou een verdubbeling zijn van de toename die we de voorbije jaren zagen. Bovendien beleven we nu de coronacrisis, waardoor heel wat mensen in tijdelijke werkloosheid zitten. Dat verhult de impact van de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog op de arbeidsmarkt. Vlaanderen mag blij zijn als het over vijf jaar een werkzaamheidsgraad van 78 procent haalt. De federale regering-De Croo wist bij haar ontstaan dat corona in het land was, maar schoof toch een werkzaamheidsgraad van 80 procent tegen 2030 naar voren. Hoe we dat gaan bereiken, blijft onduidelijk. Professor Sarah Vansteenkiste en Gert Theunissen (Steunpunt Werk KU Leuven) werkten vier sporen uit. Ze maken duidelijk voor welke onmogelijke opdracht we staan. Eerste spoor: we bereiken in België een werkzaamheidsgraad van 80 procent als de drie gewesten tegen 2030 ook 80 procent halen. Vlaanderen realiseert dat als het op hetzelfde ritme kan voortgroeien, maar in Brussel en Wallonië moet de groeivoet verviervoudigen. Niemand gelooft dat dit kan. Tweede spoor: iedereen levert een gelijke inspanning. Dan moet in elk gewest de werkzaamheidsgraad groeien met 9,5 procentpunt tegen 2030. Dat betekent dat de groeivoet in Vlaanderen en Brussel moet verdubbelen en in het Wallonië verdrievoudigen. Vlaanderen moet dan uitkomen op een werkzaamheidsgraad van 85 procent, wat onrealistisch hoog is. Zweden staat nu in Europa aan de top met 82 procent en arbeidsmarktspecialisten zeggen dat veel hoger niet kan. Derde spoor: de groeivoet verdubbelt ruim in de drie gewesten, zodat Brussel en Wallonië in 2030 uitkomen op 72 procent en Vlaanderen op 86 procent. Los van het feit dat die 86 procent onbereikbaar is, neemt in dit scenario ook de kloof tussen Vlaanderen en de andere gewesten toe. Dat is de verkeerde richting. Vierde spoor: een compromis tussen het eerste en het tweede scenario, waarbij bijvoorbeeld Brussel en Wallonië hun groeivoet verdrievoudigen en Vlaanderen het ook nog de helft beter doet dan de voorbije jaren. Op die manier zou de kloof tussen de gewesten verminderen. Maar wie gelooft in die verdrievoudiging in Wallonië en Brussel? Kortom, de werkzaamheidsgraad van 80 procent die de regering-De Croo tegen 2030 wil realiseren ligt belachelijk hoog. Men lijkt bovendien geen rekening te houden met de coronacrisis, die voor meer werkloosheid zal zorgen. Nog erger is dat de federale regering geen beleid uittekende dat de werkzaamheidsgraad omhoog moet stuwen. Integendeel, door bijvoorbeeld niets te doen aan het brugpensioen of de zogenaamde gelijkgestelde periodes ondermijnt ze de ambities van de Vlaamse regering om meer mensen aan het werk te krijgen. En dus ook haar eigen federale ambitie op dat vlak. Meteen zijn ook de begrote inkomsten en uitgaven van de regering-De Croo op los zand gebouwd. 'Ten minste' 80 procent? Potsierlijk.