Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Ik hoop dat je weet waar je aan begint', liet Telidja Klaï weten toen we een afspraak wilden maken. Ze had getwijfeld om mee te werken, je weet nu eenmaal nooit wat je de wijde wereld instuurt, maar na overleg met enkele intimi was ze alsnog overstag gegaan. En zodra ze begint te vertellen, zegt ze nu, kan ze maar moeilijk stoppen: 'Ook al ken ik je niet, je kunt met mij makkelijk vier uur babbelen.' Klaï zit in haar kantoor op de redactie van Ketnet, de kinder- en jeugdzender waar ze al elf jaar werkt. Als content manager bepaalt ze mee welke kernwaarden de zender wil uitdragen, en welke programma's er worden gemaakt en aangekocht. Normaal gesproken was deze periode gevuld met werkreizen naar Biarritz, Toulouse en Cannes, waar ze op de jaarlijkse beurzen met buitenlandse collega's nieuwe programma's zou bespreken, maar door corona is alles digitaal verlopen. 'Elke pitch gebeurt nu online, maar het blijft natuurlijk heel druk', zegt ze. 'Dat is ook eigen aan mij. Mocht ik het niet druk hebben, het zou niet goed komen, denk ik. Maar ik mis op deze manier wel veel, het menselijke contact en de menselijke warmte vooral. Deze werksituatie is voor mij niet vanzelfsprekend.' U leeft bij de gratie van sociale contacten, heb ik me laten vertellen. Telidja Klaï: Dat klopt helemaal. Ik ben me er altijd en overal van bewust dat ik maar één keer op deze wereld ben gezet. Ik wil alles uit dat leven gehaald hebben, op alle vlakken. Sociale contacten zijn voor mij heel belangrijk, ik zie niet in waarom ik 'nee' zou zeggen als men me vraagt om iets voor iemand te doen of om samen iets te doen, juist omdat ik weet dat je geen tweede kans meer krijgt. Ik haal ook veel energie uit die contacten, anders zou ik het niet blijven volhouden. Zowel in mijn werk als in mijn persoonlijke leven ontmoet ik zo veel boeiende mensen dat ik me na elke ontmoeting telkens weer helemaal opgeladen voel. U bent extravert? Klaï: Zonder twijfel. Ik ben ook heel emotioneel en ik heb een ADHD-kantje. Mijn twee zonen hebben ADHD - de oudste, die negentien is, heeft een zuivere vorm - en dat komt natuurlijk ergens vandaan. Mijn energieniveau ligt een stuk hoger dan bij de doorsneemens, heb ik al dikwijls gevoeld. En op emotioneel vlak ben ik een open boek, je mag me echt alles vragen, maar slechts een paar mensen hebben helemaal toegang tot het diepste van mijn ziel: mijn echtgenoot Sven, mijn zus Saliha, mijn beste vriend Maarten en mijn beste vriendin Annemie. Alleen bij hen laat ik echt altijd diep in mijn hart kijken. Omdat ik zelf zo open communiceer, lijkt het vaak alsof ik grenzeloos andere mensen kan verdragen, alsof ik alles toelaat. Dat is natuurlijk niet zo. Als iemand een keer te veel op mijn hart trapt, en ik kan nochtans veel hebben, kan ik dagenlang ongelukkig zijn. Dan kan ik ineens alles dichtsmijten en heel gesloten worden. 'Telidja heeft een hevig temperament', vertelde uw zus me. 'Ze twijfelt niet om de confrontatie aan te gaan.' Klaï: O ja. (lacht) Ik zeg altijd waar het op staat, maar wel meestal respectvol, lief en vriendelijk. Er zijn twee dingen waar ik veel moeite mee heb: onrechtvaardigheid en egoïsme. Als ik in een situatie kom waar ik een van die twee zaken herken, ga ik de confrontatie niet uit de weg. Dan zal ik mijn mond niet houden, nee. U zou ook nogal vlot de rol van leider op u nemen. Klaï: Ik pak de dingen graag vast, inderdaad. Maar ik denk tegelijk ook wel dat ik over een grote dosis empathie beschik, en die twee elementen, leiderschap en empathie, gaan voor mij altijd samen. Ik probeer me telkens in de situatie van de ander te verplaatsen, iets waartoe steeds minder mensen bereid lijken, maar ik deins er tegelijk ook niet voor terug om de leiding op mij te nemen. En ook al ben ik emotioneel van aard, in crisissituaties word ik juist heel pragmatisch en praktisch. Bij Ketnet is dat zo, en thuis ook: onze jongens hebben een abonnement bij de spoedgevallen, maar in zulke omstandigheden blijf ik altijd kalm. Naar eigen zeggen wilt u een steen in de rivier verleggen. Hoe ziet die steen eruit? Klaï: (denkt na) Ik wil er zijn voor andere mensen, om zo mee betekenis te geven aan het leven en de maatschappij - daar komt het op neer. Als ik 99 ben en achteromkijk, wil ik kunnen denken: ik heb iets betekend voor andere mensen. Gandhi zal ik niet meer worden, maar toch wil ik niet geruisloos leven. Ik wil uit alles het uiterste halen, al ben ik daardoor wel heel rusteloos van aard. Het is goed dat ik veel angsten heb, anders zou ik allerlei extreme dingen gaan doen. Wat is uw grootste angst? Klaï: Sterven. Ik kan goed om met verdriet, en ook wel met de dood, maar dan toch vooral met die van mensen rond mij en niet met de mijne. Ik ben heel bang om dood te gaan, om er niet meer te kunnen zijn voor de mensen die ik graag zie. Dat heeft natuurlijk voor een groot stuk te maken met controleverlies, net zoals ik in paniek kan raken op grote hoogtes of in pretparkattracties die over de kop gaan. Ik ga graag naar pretparken, maar ik ben altijd degene die met plezier bij de rugzakken blijft wachten. Hoe countert u uw doodsangst? Klaï: Toen ik twintig was, kon ik me er helemaal in verliezen. Om die reden heb ik als tiener jaren niet naar het journaal gekeken. Als ik een item zag over een skiër die onder een lawine was bedolven en zich met een lepel had uitgegraven, wilde ik nooit meer gaan skiën en moest ik ineens overal en altijd een lepel op zak hebben. (lacht) Ondertussen is dat gelukkig niet meer het geval. Ik weet nu goed welke situaties en gedachtegangen ik moet vermijden en ik heb geleerd om met mijn lichaam te reageren in plaats van met mijn geest: met mijn ademhaling, mijn houding, noem maar op. Ik lig 's nachts nog weleens te piekeren, want 's nachts is alles altijd heviger, maar ik kan mijn angsten en bezorgdheden intussen wel onder controle houden. Alsof ik ze in een bolletje kan persen en in een luciferdoosje kan verstoppen. Wat niet betekent dat ik wegkijk van mijn angsten of emoties. Ik wil ze durven toelaten, maar ze mogen me niet meer overmeesteren. Hoe komt u verder nog tot rust? Klaï: Ik ben gek op sauna's. Op wellness, massages, bubbelbaden. Ik heb een aantal auto-immuunaandoeningen, voornamelijk omdat mijn geest zo veel energie heeft dat mijn lichaam niet altijd kan volgen. Na mijn doctoraat ben ik destijds onmiddellijk les gaan geven, met twee piepkleine kinderen thuis, en niet lang erna heb ik een ischias gehad: uitstralende rugpijn, puur door oververmoeidheid. Lichamelijk voel ik me zelden moe, omdat mijn geest maar door blijft gaan, en daar heb ik dus echt aan moeten werken. Ik heb moeten leren om me te ontspannen. Vroeger danste ik heel veel: ballet, jazz en karakterdans. Dat is verwaterd, en nu ga ik vaak naar de sauna, waar ik telkens in een zalige toestand tussen waken en slapen kom. Wat me ook helemaal tot rust brengt, is de zee. De Atlantische Oceaan bij voorkeur, want die is zoals ik: soms heel rustig, soms zo woest als maar kan zijn. De oceaan is zo groots dat ik me op slag heel nietig voel, en bijgevolg ook kalm. In het hooggebergte of in een majestueuze kathedraal heb ik hetzelfde gevoel. U bent afgestudeerd als klinisch kinder- en ontwikkelingspsychologe. Was dat een meisjesdroom die uitkwam? Klaï: Eerder die van mijn ouders, en dan vooral van mijn vader. (lacht) In de humaniora heb ik kunstwetenschappen gevolgd, maar daarna ben ik toch psychologie gaan studeren. Een switch van het lichaam, de creativiteit, naar het hoofd, het analytische. Ik zou de mensen helpen, dat was mijn missie, maar ik merkte snel dat ik in de klinische praktijk niet zou aarden. Ik kon niet om met de zware problematieken, ik kon er niet genoeg afstand van nemen. Als er een kind met een zware psychologische rugzak voor mij zat, dacht ik: kom, ik pak je mee naar huis. Dat was niet houdbaar. Mijn hart was er niet voldoende begrensd voor. In mijn huidige job vind ik beide polen terug: het creatieve, het speelse, maar ook het analytische, het strategische. Maar we hadden het over uw vader. Klaï: (lacht) Juist, ja. Mijn vader heeft zelf niet veel kansen gekregen om een opleiding te volgen en legde de lat voor mij en mijn zes jaar jongere zus altijd heel hoog. Hij was streng, vond het belangrijk dat we onze uiterste best deden in het leven en dat we zouden voortstuderen. 'Telidja, jij wordt dokter', zei hij vaak al lachend, 'en Saliha, jij astronome.' En kijk: ik ben doctor in de psychologie geworden en mijn zus is wiskundige, ze werkt als operations engineer voor Space Applications, een firma die in opdracht van de ESA projecten in de ruimte uitvoert. Dat ik gedoctoreerd heb, is volgens mij echt te herleiden tot die wens van mijn vader. Hij heeft het zo vaak herhaald, geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht niet te gaan studeren. Op Ketnet draagt u mee zorg voor de diversiteit. Omdat u die als kind hebt gemist op tv? Klaï: Omdat ik het belangrijk vind, vooral. Ketnet moet er voor elk kind zijn, ongeacht zijn geslacht, ras, geaardheid, sociale status, leeftijd van de ouders of weet ik veel wat. We bereiken ongeveer 92 procent van de kinderen per jaar. Dan wil ik weten waar die 8 procent zit. Iedereen heeft recht op Ketnet, dus moeten wij inspanningen leveren om de zender dichter te brengen bij de mensen die moeilijker hun weg naar ons vinden, door meer evenwicht en herkenbaarheid in de beeldvorming te stoppen. Bijvoorbeeld door erover te waken dat niet alle kinderen in onze fictie een eigen slaapkamer hebben, want dat is niet de realiteit. Door veel evenementen gratis te houden en de mensen er via de juiste kanalen over te informeren. Door structureel een ondersteunende functie op te nemen rond bepaalde thematieken. Dat vind ik allemaal bijzonder belangrijk. Toch is het verleidelijk om die professionele motivatie met uw persoonlijke verhaal te verbinden. Klaï: (denkt na) Zo heb ik het nog nooit bekeken, maar waarschijnlijk heb je gelijk. Mijn ouders werkten hard, we kwamen niets tekort, maar we hadden het ook niet superbreed. En op tv kon ik alleen maar kijken naar De kat, Merlina en Carolientje met haar bootje. Allemaal witte personages. Al keken we thuis vooral naar de Franse televisie, en daar waren de kinderprogramma's al wat meer gekleurd. Op school kreeg ik soms te horen dat mijn vader 'een makak' was. Het zou dus inderdaad goed kunnen dat alles wat ik vandaag zo belangrijk vind aan die tijd is gelinkt. Hoe is uw vader destijds in België terechtgekomen? Klaï: Hij is op zijn achttiende naar Parijs overgebracht omdat hij zwaar ziek was en er in Algerije een onafhankelijkheidsoorlog woedde. Na de dood van zijn vader wilde hij niet meer terug en is hij doorgetrokken naar Antwerpen, waar hij mijn moeder heeft leren kennen, een diamantsorteerster. Hij is nog even verder gereisd naar Amerika, zijn grote droom, maar na drie maanden stond hij al terug in Antwerpen: hij kon niet zonder mijn moeder. De combinatie van die twee is ongelooflijk, nog altijd. Mijn mama is een Vlaamse: blond haar, blauwe ogen, atheïste. Mijn vader heeft diepe, donkere ogen en is praktiserend islamiet. Een heel mooi koppel, maar voor ons, hun kinderen, was het niet altijd even vanzelfsprekend. Je bent het kind van twee culturen, en met vallen en opstaan ontwikkel je dan een eigen, derde cultuur. Uw doctoraat ging over de communicatie tussen ouders en kinderen over relaties en seksualiteit. Hebt u dat gesprek zelf kunnen aangaan met uw ouders? Klaï: Nee. Met papa zeker niet. Toen ik mijn doctoraat verdedigde, kwam er veel pers op af en spraken veel mensen mijn vader erover aan. Alleen zei niemand erbij dat mijn doctoraat over seksualiteit ging, blijkbaar was dat voor iedereen taboe. (lacht) Gelukkig kon ik tijdens mijn jeugd open over die dingen praten met mijn mama, over de pil, voorbehoedsmiddelen, mijn onzekerheden. Zo gaat het nu ook met mijn eigen kinderen. Door de rijkdom van mijn opvoeding, door zulke verschillende ouders te hebben, heb ik naar hartenlust kunnen kiezen wat ik zelf aan mijn kinderen wilde meegeven. Ze doen hun best in het leven, en meestal ook op school, én we kunnen open over relaties en seksualiteit praten. Het beste van twee werelden. U hebt een sterke connectie met kinderen en bewondert hun fantasie. Hebt u het lastig met ouder worden? Klaï: Ik heb deze zomer een kleine crisis gehad, toen ik vijftig werd. Ik was bang dat ik dat jonge, dat kindse voorgoed zou verliezen. Ik heb een stukje Peter Pan in mij: ik voel me nog elke dag een prinses, ben ontzettend graag verwonderd en hou enorm van glitters, sterren, kroontjes, vlinders, regenbogen, schelpen en discoballen. Ik vul mijn leven het liefst in met verhalen, met fantasie, ik dwaal graag helemaal weg in mijn hoofd. Ik heb altijd schelpen bij me, als geluksbrengers, en ik heb altijd glitters aan. Plots was ik bang om dat allemaal te verliezen. Maar gelukkig heeft de crisis niet lang geduurd: mijn beste vriendin heeft me een eiken voordeur gebracht, we hebben er eens goed om gelachen en we hebben afgesproken dat we onze glitters nooit zullen verliezen. Tijdens wandelingen zult u plotse pirouettes blijven maken, zoals u ook als kind al deed? Klaï:(lacht) Ja, altijd. Op het strand liefst. Bij de Atlantische Oceaan. Tot ik 99 ben!