Net als de socialistische partijen stelt Georges-Louis Bouchez op 1 mei een pact in het vooruitzicht voor de samenleving na de coronacrisis. "Het pact zal natuurlijk het relanceplan bevatten, maar we mogen ons niet beperken tot het herstarten van onze economie", zei Bouchez. "We moeten ook onze aanpak van de cultuursector, van het onderwijs, van de positie van het gezin, van het evenwicht tussen werk en privé hervormen." De Franstalige liberalen willen een 'universele sokkel', die iedereen de bestaanszekerheid moet geven om zijn eigen vrijheid te ontwikkelen. Daartoe rekent de MR op een overheid die niet te zwaar of te opdringerig is, maar efficiënt. "We kunnen niet verder met negen ministers bevoegd voor Gezondheid, waarvan zes in Wallonië en Brussel", vervolgde Bouchez. "We kunnen niet om een evaluatie heen. Vaak is het federale het goede niveau." Ook volgens eerste minister Sophie Wilmès is een modernisering van de Belgische staat mogelijk, maar dan wel na de crisis. "Alle bevoegdheidsniveaus, gemeenten, gewesten, gemeenschappen en het federale, werken naar hetzelfde doel. Dat is het bewijs dat de coördinatieproblemen die men toeschrijft aan België, aan zijn structuur, aan zijn manier van functioneren, niet onvermijdelijk zijn", aldus de eerste minister. "Natuurlijk is het nog mogelijk om dingen samen te doen in België. Ik stel het elke dag vast." Wilmès gaf het overlegcomité als voorbeeld. "Daar werk ik hand in hand met de minister-presidenten en dat verloopt zeer goed, omdat we dezelfde wil hebben." (Belga)

Net als de socialistische partijen stelt Georges-Louis Bouchez op 1 mei een pact in het vooruitzicht voor de samenleving na de coronacrisis. "Het pact zal natuurlijk het relanceplan bevatten, maar we mogen ons niet beperken tot het herstarten van onze economie", zei Bouchez. "We moeten ook onze aanpak van de cultuursector, van het onderwijs, van de positie van het gezin, van het evenwicht tussen werk en privé hervormen." De Franstalige liberalen willen een 'universele sokkel', die iedereen de bestaanszekerheid moet geven om zijn eigen vrijheid te ontwikkelen. Daartoe rekent de MR op een overheid die niet te zwaar of te opdringerig is, maar efficiënt. "We kunnen niet verder met negen ministers bevoegd voor Gezondheid, waarvan zes in Wallonië en Brussel", vervolgde Bouchez. "We kunnen niet om een evaluatie heen. Vaak is het federale het goede niveau." Ook volgens eerste minister Sophie Wilmès is een modernisering van de Belgische staat mogelijk, maar dan wel na de crisis. "Alle bevoegdheidsniveaus, gemeenten, gewesten, gemeenschappen en het federale, werken naar hetzelfde doel. Dat is het bewijs dat de coördinatieproblemen die men toeschrijft aan België, aan zijn structuur, aan zijn manier van functioneren, niet onvermijdelijk zijn", aldus de eerste minister. "Natuurlijk is het nog mogelijk om dingen samen te doen in België. Ik stel het elke dag vast." Wilmès gaf het overlegcomité als voorbeeld. "Daar werk ik hand in hand met de minister-presidenten en dat verloopt zeer goed, omdat we dezelfde wil hebben." (Belga)