Dat stelt het Rekenhof vast na een audit.

Het Fonds voor Medische Ongevallen werd in 2010 opgericht om het probleem van de bewijslast bij medische ongevallen te omzeilen. Ongeveer tien jaar later blijken slachtoffers van een medisch ongeval zich in amper één op de tien gevallen tot het Fonds te wenden om een schadevergoeding te verkrijgen.

Vier jaar, 11.000 euro

Slachtoffers wachten nu gemiddeld vier jaar op een advies en ontvangen intussen nauwelijks informatie. Zorgverleners komen al te vaak en te lang in een onzekere situatie terecht, telkens het Fonds een dossier opent waarin zij mogelijk betrokken zijn. Hun verzekeraars geven bovendien aan dat de administratieve procedure bij het Fonds geen gunstige invloed had op de hoogte van de verzekeringspremies die de zorgverleners verschuldigd zijn, terwijl dat een van de doelstellingen van de wetgever was.

Momenteel bedraagt de werkingskost voor afhandeling van een dossier tussen 11.000 en 12.000 euro, terwijl 85 procent van de dossiers niet gegrond of ontvankelijk verklaard worden. In het licht van de bereikte resultaten is dit een onevenredig hoge kost, stelt het Rekenhof.

Het Hof stelt dat het Fonds vanaf de start met een aantal groeipijnen kampte. Ondanks diverse initiatieven en de aanzienlijke uitbreiding van het personeelsbestand blijft er een dossierachterstand. Een aanvraag tot tussenkomst van het Fonds doorloopt diverse administratieve processen. Daarbij staat een dossier gemiddeld tot drie vierden van de doorlooptijd - 2,5 tot 3 jaar - 'in wacht'. Ook bij de afhandeling gaat vaak onevenredig veel tijd verloren aan de behandeling van een aanvraag, aan interne communicatie of aan de opmaak van juridische adviezen. In het bijzonder de communicatie met de slachtoffers, de zorgverleners en de verzekeraars is voor verbetering vatbaar, vindt het Rekenhof.

'Meer fundamentele aanpak'

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block onderschrijft de vaststellingen van de audit. Ze bevestigt dat de reeds geleverde inspanningen op operationeel vlak niet volstaan, en dat een meer fundamentele aanpak is vereist. Een werkgroep 'Visie' moet het wettelijke kader en de missie van het Fonds verder evalueren. De minister geeft aan dat de uitgebreide samenstelling van het beheerscomité van het Fonds de besluitvorming bemoeilijkt.

Dat stelt het Rekenhof vast na een audit. Het Fonds voor Medische Ongevallen werd in 2010 opgericht om het probleem van de bewijslast bij medische ongevallen te omzeilen. Ongeveer tien jaar later blijken slachtoffers van een medisch ongeval zich in amper één op de tien gevallen tot het Fonds te wenden om een schadevergoeding te verkrijgen. Slachtoffers wachten nu gemiddeld vier jaar op een advies en ontvangen intussen nauwelijks informatie. Zorgverleners komen al te vaak en te lang in een onzekere situatie terecht, telkens het Fonds een dossier opent waarin zij mogelijk betrokken zijn. Hun verzekeraars geven bovendien aan dat de administratieve procedure bij het Fonds geen gunstige invloed had op de hoogte van de verzekeringspremies die de zorgverleners verschuldigd zijn, terwijl dat een van de doelstellingen van de wetgever was. Momenteel bedraagt de werkingskost voor afhandeling van een dossier tussen 11.000 en 12.000 euro, terwijl 85 procent van de dossiers niet gegrond of ontvankelijk verklaard worden. In het licht van de bereikte resultaten is dit een onevenredig hoge kost, stelt het Rekenhof. Het Hof stelt dat het Fonds vanaf de start met een aantal groeipijnen kampte. Ondanks diverse initiatieven en de aanzienlijke uitbreiding van het personeelsbestand blijft er een dossierachterstand. Een aanvraag tot tussenkomst van het Fonds doorloopt diverse administratieve processen. Daarbij staat een dossier gemiddeld tot drie vierden van de doorlooptijd - 2,5 tot 3 jaar - 'in wacht'. Ook bij de afhandeling gaat vaak onevenredig veel tijd verloren aan de behandeling van een aanvraag, aan interne communicatie of aan de opmaak van juridische adviezen. In het bijzonder de communicatie met de slachtoffers, de zorgverleners en de verzekeraars is voor verbetering vatbaar, vindt het Rekenhof. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block onderschrijft de vaststellingen van de audit. Ze bevestigt dat de reeds geleverde inspanningen op operationeel vlak niet volstaan, en dat een meer fundamentele aanpak is vereist. Een werkgroep 'Visie' moet het wettelijke kader en de missie van het Fonds verder evalueren. De minister geeft aan dat de uitgebreide samenstelling van het beheerscomité van het Fonds de besluitvorming bemoeilijkt.