Larbi El Founti maakt zich, net zoals zoveel chauffeurs, grote zorgen over de onlinetaxidienst Über. Volgens El Founti is Uber oneerlijke concurrentie en zou de overheid meer maatregelen moeten nemen.

Larbi El Founti: 'Ik wil iets kwijt over Uber. Door hun houding kan de doorsnee taxichauffeur zijn boterham niet meer verdienen. Ze hanteren oneerlijke praktijken, gijzelen hun werknemers en maken hen wijsdat ze gemakkelijk veel geld gaan verdienen. Toekomstige chauffeurs staan er niet bij stildat ze een auto moeten kopen, meestal dan nog op afbetaling, en dat ze zelf zullen moeten instaan voor de verzekering, het onderhoud, de sociale bijdragen en alle bijkomende kosten. Het komt de regering goed uit dat werkzoekenden naar Uber trekken, hoe minder werklozen, hoe minder uitkeringen. Ze weten nochtans dat de chauffeurs kleine zelfstandigen zijn die hoge belastingen moeten betalen.

'Ze gaan nog ogen trekken... Veel chauffeurs zullen de boeken moeten neerleggen. Het kan ook niet anders. Uber legt beslag op tachtig procent van de inkomsten en de chauffeurs moeten het met de resterende twintig procent stellen. Die mensen kunnen geen euro opzijleggen. Ik heb de goede tijden gekend en ik beklaag de jongeren die vandaag voor de job kiezen. Ze hebben gewoonweg geen toekomst. Naar een ander taxibedrijf overstappen, zal er binnenkort niet meer inzitten, want Uber slokt alle kleine spelers op. Binnen dit en zoveeljaar zullen er geen echte chauffeurs meer rondrijden. Het beroep is gedoemd om te verdwijnen. Op dat vlak ben ik zeer pessimistisch.'

El Founti reed jarenlang 's nachts. Zo kwam hij geregeld in contact met het drugsmilieu.

El Founti: ''s Nachts kwam ik de meest vreemdevogels tegen. Rond een uur of drie kwam er eens een man op me af. Ik maakte hem erop attent dat er andere taxi's voor mij stonden te wachten, maar om een of andere reden wilde hij absoluut met mij meerijden. Ik kon het regelen met de andere chauffeurs, de man stapte in en gaf me de opdracht naar Oostende te rijden. Toch wilde hij eerst iets gaan drinken. Ik bracht hem naar La Piscine, een nachtclub die in Vorst net de deuren had geopend. Oorspronkelijk bevond zich in dat gebouw een zwembad, dat later werd omgevormd tot danspiste. In de club ontmoette ik mijn vriend Dirk Schoufs, de contrabassist van de gevierde zanggroep Vaya Con Dios die in 1991 zou overlijden.

'Ik praatte wat met hem, de klant bood drankjes aan en ondertussen bleef de taximeter lopen. Op een bepaald moment nam de klant me eventjes apart: "Ga onmiddellijk naar het toilet! Vooruit, haast u! Ik heb daar iets voor u klaargelegd." Ik ging het toilet binnen en zag op de spoelbak een lijntje cocaïne liggen. Een lijntje van zeker tien centimeter lang! "Wat is me dat hier?" dacht ik. Ik nam wat toiletpapier, veegde het poeder samen en stak het pakketje in mijn zak.

'Toen die klant even later vroeg of het lekker was geweest, antwoordde ik ontwijkend dat het oké was.

Ondertussen was het al vijf uur, mijn dienst zou een uur later aflopen en nog naar Oostende rijden zag ik niet meer zitten. Dat was geen probleem, want ondertussen had hij zijn zinnen al op iets andersgezet. Hij moest en zou een zwart meisje versieren. Daarop reed ik met hem naar de Aarschotstraat, waar op elk uur van de nachtprostituees voor het raam zitten. In de auto haalde hij een doorschijnende plastic zak vol cocaïne boven. En pas op, die zak was zo groot als een drinkbeker. Door zijn gepruts scheurde de zak, en een deel van de coke belandde op de achterbank. Toen ik dat zag, heb ik hem gevraagd om uit te stappen.

'Nadat ik was binnengereden, vroeg mijn baas wat dat witte poeder was. Ik heb hem dan maar wijsgemaakt dat een klant een doos waspoeder bij had die niet goed afsloot. Er kwam meteen een nieuwe oproep binnen en zo reed mijn baas, zich van geen kwaad bewust, met een taxi rond waarvan de achterbank wit zag van de coke. Als je bedenkt dat één gram 50 euro kost, dan weet je dat er daar een klein fortuintje lag.

Taxichauffeur is een gevaarlijk beroep. Ibrahim Yilmaz is een Brusselse taxichauffeur van Turkse origine die door zijn afkomst overvallen kon verhinderen. Helaas werd hij zelf het slachtoffer van geweld.

Ibrahim Yilmaz: 'Geloof me, ik heb een pak rare situaties meegemaakt. Op een avond pikte ik twee broers op die me in het Frans aanspraken. De ene was een jaar of vijftien en de andere hooguit zeventien. Op een bepaald moment hoorde ik hen in het Turks overleggen hoe ze de uitbater van een nachtwinkel in Sint-Gillis zouden overvallen. Het kwam erop neer dat de jongste buiten op wacht zou staan terwijl zijn broer met een neppistool de kassa zou opeisen. Ik draaide me om en vroeg in het Turks: "Naar waar gaan we mannen? Naar huis, om een hartig woordje met uw vader te spreken of naar het politiebureau?" Die jongens deden bijna in hun broek en de jongste riep paniekerig: "Putain! Putain!"

'Ik week niet van mijn standpunt af en leverde hen netjes thuis af. De vader, een winkelier, schoot in een Franse colère, sloeg hen om de oren en vloekte dat men het twee straten ver kon horen. Voor ik vertrok, gaf hij me een kistje Turks fruit en een mandje mandarijnen. "Bedankt jongen," was alles wat hij zei, maar het klonk heel oprecht. En nu maar hopen dat die twee op het rechte pad blijven.

Ik werd zelf overvallen en weet dus maar al te goed hoe het voelt. Op een vroege ochtend, rond een uur of vijf, haalde ik eens drie Noord-Afrikanen af. Twee van hen gingen op de achterbank zitten, en de derde naast mij. Nog voor ik vertrok, drukte de gast die achter mij zat een mes tegen mijn keel. En zijn kompaan, die mijn portefeuille uit mijn vest trok, liet me duidelijk verstaan dat ik me koest moest houden. Wat er toen door mijn hoofd ging! Ik zag heel mijn leven passeren. Ik had het niet zien aankomen en het gebeurde razendsnel. Enkele seconden later sprongen ze uit mijn taxi. Ik denk dat het toch wel tien minuten duurde voor ik weer bij mijn positieven kwam.

Ik bibberde en het zweet droop uit al mijn poriën. Ik heb klacht ingediend, maar een klacht tegen onbekenden, dat haalt allemaal niet veel uit. Op het werk kreeg ik een dag verlof, maar de volgende nacht was ik nog bang, en dat is lang blijven duren. Dat was mijn akeligste ervaring.

Tijdens de aanslagen van 22 maart 2016 bevonden heel wat taxichauffeurs zich op de luchthaven van Zaventem. Eric Jouve vertelt hoe zij dat beleefden en hoe onze luchthaven, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, minder veilig is dan we denken.

Eric Jouve: 'Op de dag van de aanslagen van 22 maart 2016 op onder meer de luchthaven van Zaventem, was ik in de namiddag van dienstop de dispatch. In de voormiddag kreeg ik een berichtje van een vriendin die op de luchthaven instond voor de registratie van de bagage. Die dag was ze toevallig niet aan het werk, en ze wilde iedereen laten weten dat het goed met haar ging. Eerst begreep ik die boodschap niet, maar toen ik het nieuws zag, besefte ik dat ze een aanslag had overleefd.

'De medewerkers van onze telefooncentrale waren compleet in paniek. Achteraf hoorden we dat een van onze chauffeurs zich net op dat moment in de toiletten bevond, en dat is zijn redding geweest. Toen hij de ravage zag, hielp hij een aantal gewonden en achteraf is hij maanden in therapie geweest om het trauma te verwerken. Gelukkig werd geen van onze werknemers geraakt, maar dat neemt niet weg dat iedereen zwaar onder de indruk was. Na al die jaren kenden we natuurlijk een aantal Sabéniens en heel wat vrouwen van taxichauffeurs hadden een job in Zaventem. Daarom bood ons bedrijf psychologische bijstand aan. Door de aanslagen leed onze maatschappij dagelijks 50.000 euro verlies. Mijn baas heeft toen een pak interviews gegeven aan een aantal televisiezenders zoals TF1, RTL en RTB.

'Bij die interviews poseerde hij telkens voor de stilstaande voertuigen. Vrijwel alle chauffeurs waren technisch werkloos, maar de dispatch bleef draaien. Een aantal mensen hebben de aanslag gefilmd en die beelden werden onder andere vertoond op de Amerikaanse zender CNN. Diegenen die de aanslagen hadden meegemaakt, vertelden achteraf dat die beelden mindergruwelijk waren dan de werkelijkheid.

'Na de aanslagen werd de beveiliging enorm opgedreven, maar ik denk niet dat het veel zal helpen. Nu worden alle wachtende taxi's gecontroleerd. Waar is dat voor nodig? Een taxichauffeur gaat niet in z'n eentje een aanslag plegen, hé? De reizigers die op Zaventem landen, worden voor het opstijgen grondig gecheckt, uit die hoek komt er dus ook geen gevaar. Het echte risico schuilt in de vertrekhal waar iedereen binnenkan. Dat werd met de aanslag toch wel duidelijk bewezen. De taxichauffeurs, die vanaf dan een gepersonaliseerde badge dragen, moeten door verschillende controlezones rijden.Vergelijk het gerust met de strengbeveiligde luchthaven van Tel Aviv. En daar hangt natuurlijk een serieus prijskaartje aan vast. Het toppunt is dat Ubertaxi's gewoon op de parking staan te wachten en dat kan blijkbaar wel. En dat allemaal omdat de luchthavenautoriteiten willendat hun klanten zo snel mogelijk geholpen worden.

Bassam Amrani reed vijfendertig jaar lang met de taxi. Zijn achterbank was geregeld het decor van stomende seksscènes.

Bassam Amrani: 'Hoe groter de stad, hoe kleiner de kans herkend te worden. Er wordt dikwijls neergekeken op Marokkanen, maar bij ons kunnen openbare vrijpartijen niet door de beugel. Ik vind het ongepast en persoonlijk zou ik geen pottenkijkers in de buurt willen. Denken die mensen dat wij niet horen of zien? Het respect is soms ver zoek. Op een keer pikte ik tegen de ochtend een koppel op. Hij droeg een smoking en zij een lang glitterkleed. Een paar minuten later hoorde ik dat ze begonnen te vrijen. Het ging er steeds heviger aan toe, die twee waren serieus opgefokt. Ik keek constant in mijn spiegel. Geef toe, dat zou elke man wel doen. Plots zag ik dat hij haar kleed naar beneden trok en zij droeg daar niets onder! Ik had de grootste moeite om me op de weg te concentreren, zeker met dat gekreun op de achterbank. Op een bepaald moment gilde die vrouw ongegeneerd: "Ik kom! Ik kom!" "Ja," dacht ik, "als dat hier nog vijf minuten duurt, ik ook!" Zij stapte uit in Ukkel en hij vroeg me door te rijden naar Stokkel. Tijdens de rit zweeg hij in alle talen en toen hij afrekende, zag ik dat hij een trouwring droeg.'

Taxipraat. De spannendste belevenissen van onze taxichauffeurs.

Veerle Maebe

Uitgegeven bij Houtekiet.

240 p.

19.99 euro.

/
© /

Larbi El Founti maakt zich, net zoals zoveel chauffeurs, grote zorgen over de onlinetaxidienst Über. Volgens El Founti is Uber oneerlijke concurrentie en zou de overheid meer maatregelen moeten nemen.Larbi El Founti: 'Ik wil iets kwijt over Uber. Door hun houding kan de doorsnee taxichauffeur zijn boterham niet meer verdienen. Ze hanteren oneerlijke praktijken, gijzelen hun werknemers en maken hen wijsdat ze gemakkelijk veel geld gaan verdienen. Toekomstige chauffeurs staan er niet bij stildat ze een auto moeten kopen, meestal dan nog op afbetaling, en dat ze zelf zullen moeten instaan voor de verzekering, het onderhoud, de sociale bijdragen en alle bijkomende kosten. Het komt de regering goed uit dat werkzoekenden naar Uber trekken, hoe minder werklozen, hoe minder uitkeringen. Ze weten nochtans dat de chauffeurs kleine zelfstandigen zijn die hoge belastingen moeten betalen.'Ze gaan nog ogen trekken... Veel chauffeurs zullen de boeken moeten neerleggen. Het kan ook niet anders. Uber legt beslag op tachtig procent van de inkomsten en de chauffeurs moeten het met de resterende twintig procent stellen. Die mensen kunnen geen euro opzijleggen. Ik heb de goede tijden gekend en ik beklaag de jongeren die vandaag voor de job kiezen. Ze hebben gewoonweg geen toekomst. Naar een ander taxibedrijf overstappen, zal er binnenkort niet meer inzitten, want Uber slokt alle kleine spelers op. Binnen dit en zoveeljaar zullen er geen echte chauffeurs meer rondrijden. Het beroep is gedoemd om te verdwijnen. Op dat vlak ben ik zeer pessimistisch.'El Founti reed jarenlang 's nachts. Zo kwam hij geregeld in contact met het drugsmilieu.El Founti: ''s Nachts kwam ik de meest vreemdevogels tegen. Rond een uur of drie kwam er eens een man op me af. Ik maakte hem erop attent dat er andere taxi's voor mij stonden te wachten, maar om een of andere reden wilde hij absoluut met mij meerijden. Ik kon het regelen met de andere chauffeurs, de man stapte in en gaf me de opdracht naar Oostende te rijden. Toch wilde hij eerst iets gaan drinken. Ik bracht hem naar La Piscine, een nachtclub die in Vorst net de deuren had geopend. Oorspronkelijk bevond zich in dat gebouw een zwembad, dat later werd omgevormd tot danspiste. In de club ontmoette ik mijn vriend Dirk Schoufs, de contrabassist van de gevierde zanggroep Vaya Con Dios die in 1991 zou overlijden.'Ik praatte wat met hem, de klant bood drankjes aan en ondertussen bleef de taximeter lopen. Op een bepaald moment nam de klant me eventjes apart: "Ga onmiddellijk naar het toilet! Vooruit, haast u! Ik heb daar iets voor u klaargelegd." Ik ging het toilet binnen en zag op de spoelbak een lijntje cocaïne liggen. Een lijntje van zeker tien centimeter lang! "Wat is me dat hier?" dacht ik. Ik nam wat toiletpapier, veegde het poeder samen en stak het pakketje in mijn zak.'Toen die klant even later vroeg of het lekker was geweest, antwoordde ik ontwijkend dat het oké was.Ondertussen was het al vijf uur, mijn dienst zou een uur later aflopen en nog naar Oostende rijden zag ik niet meer zitten. Dat was geen probleem, want ondertussen had hij zijn zinnen al op iets andersgezet. Hij moest en zou een zwart meisje versieren. Daarop reed ik met hem naar de Aarschotstraat, waar op elk uur van de nachtprostituees voor het raam zitten. In de auto haalde hij een doorschijnende plastic zak vol cocaïne boven. En pas op, die zak was zo groot als een drinkbeker. Door zijn gepruts scheurde de zak, en een deel van de coke belandde op de achterbank. Toen ik dat zag, heb ik hem gevraagd om uit te stappen.'Nadat ik was binnengereden, vroeg mijn baas wat dat witte poeder was. Ik heb hem dan maar wijsgemaakt dat een klant een doos waspoeder bij had die niet goed afsloot. Er kwam meteen een nieuwe oproep binnen en zo reed mijn baas, zich van geen kwaad bewust, met een taxi rond waarvan de achterbank wit zag van de coke. Als je bedenkt dat één gram 50 euro kost, dan weet je dat er daar een klein fortuintje lag.Taxichauffeur is een gevaarlijk beroep. Ibrahim Yilmaz is een Brusselse taxichauffeur van Turkse origine die door zijn afkomst overvallen kon verhinderen. Helaas werd hij zelf het slachtoffer van geweld.Ibrahim Yilmaz: 'Geloof me, ik heb een pak rare situaties meegemaakt. Op een avond pikte ik twee broers op die me in het Frans aanspraken. De ene was een jaar of vijftien en de andere hooguit zeventien. Op een bepaald moment hoorde ik hen in het Turks overleggen hoe ze de uitbater van een nachtwinkel in Sint-Gillis zouden overvallen. Het kwam erop neer dat de jongste buiten op wacht zou staan terwijl zijn broer met een neppistool de kassa zou opeisen. Ik draaide me om en vroeg in het Turks: "Naar waar gaan we mannen? Naar huis, om een hartig woordje met uw vader te spreken of naar het politiebureau?" Die jongens deden bijna in hun broek en de jongste riep paniekerig: "Putain! Putain!"'Ik week niet van mijn standpunt af en leverde hen netjes thuis af. De vader, een winkelier, schoot in een Franse colère, sloeg hen om de oren en vloekte dat men het twee straten ver kon horen. Voor ik vertrok, gaf hij me een kistje Turks fruit en een mandje mandarijnen. "Bedankt jongen," was alles wat hij zei, maar het klonk heel oprecht. En nu maar hopen dat die twee op het rechte pad blijven.Ik werd zelf overvallen en weet dus maar al te goed hoe het voelt. Op een vroege ochtend, rond een uur of vijf, haalde ik eens drie Noord-Afrikanen af. Twee van hen gingen op de achterbank zitten, en de derde naast mij. Nog voor ik vertrok, drukte de gast die achter mij zat een mes tegen mijn keel. En zijn kompaan, die mijn portefeuille uit mijn vest trok, liet me duidelijk verstaan dat ik me koest moest houden. Wat er toen door mijn hoofd ging! Ik zag heel mijn leven passeren. Ik had het niet zien aankomen en het gebeurde razendsnel. Enkele seconden later sprongen ze uit mijn taxi. Ik denk dat het toch wel tien minuten duurde voor ik weer bij mijn positieven kwam.Ik bibberde en het zweet droop uit al mijn poriën. Ik heb klacht ingediend, maar een klacht tegen onbekenden, dat haalt allemaal niet veel uit. Op het werk kreeg ik een dag verlof, maar de volgende nacht was ik nog bang, en dat is lang blijven duren. Dat was mijn akeligste ervaring.Tijdens de aanslagen van 22 maart 2016 bevonden heel wat taxichauffeurs zich op de luchthaven van Zaventem. Eric Jouve vertelt hoe zij dat beleefden en hoe onze luchthaven, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, minder veilig is dan we denken.Eric Jouve: 'Op de dag van de aanslagen van 22 maart 2016 op onder meer de luchthaven van Zaventem, was ik in de namiddag van dienstop de dispatch. In de voormiddag kreeg ik een berichtje van een vriendin die op de luchthaven instond voor de registratie van de bagage. Die dag was ze toevallig niet aan het werk, en ze wilde iedereen laten weten dat het goed met haar ging. Eerst begreep ik die boodschap niet, maar toen ik het nieuws zag, besefte ik dat ze een aanslag had overleefd.'De medewerkers van onze telefooncentrale waren compleet in paniek. Achteraf hoorden we dat een van onze chauffeurs zich net op dat moment in de toiletten bevond, en dat is zijn redding geweest. Toen hij de ravage zag, hielp hij een aantal gewonden en achteraf is hij maanden in therapie geweest om het trauma te verwerken. Gelukkig werd geen van onze werknemers geraakt, maar dat neemt niet weg dat iedereen zwaar onder de indruk was. Na al die jaren kenden we natuurlijk een aantal Sabéniens en heel wat vrouwen van taxichauffeurs hadden een job in Zaventem. Daarom bood ons bedrijf psychologische bijstand aan. Door de aanslagen leed onze maatschappij dagelijks 50.000 euro verlies. Mijn baas heeft toen een pak interviews gegeven aan een aantal televisiezenders zoals TF1, RTL en RTB.'Bij die interviews poseerde hij telkens voor de stilstaande voertuigen. Vrijwel alle chauffeurs waren technisch werkloos, maar de dispatch bleef draaien. Een aantal mensen hebben de aanslag gefilmd en die beelden werden onder andere vertoond op de Amerikaanse zender CNN. Diegenen die de aanslagen hadden meegemaakt, vertelden achteraf dat die beelden mindergruwelijk waren dan de werkelijkheid.'Na de aanslagen werd de beveiliging enorm opgedreven, maar ik denk niet dat het veel zal helpen. Nu worden alle wachtende taxi's gecontroleerd. Waar is dat voor nodig? Een taxichauffeur gaat niet in z'n eentje een aanslag plegen, hé? De reizigers die op Zaventem landen, worden voor het opstijgen grondig gecheckt, uit die hoek komt er dus ook geen gevaar. Het echte risico schuilt in de vertrekhal waar iedereen binnenkan. Dat werd met de aanslag toch wel duidelijk bewezen. De taxichauffeurs, die vanaf dan een gepersonaliseerde badge dragen, moeten door verschillende controlezones rijden.Vergelijk het gerust met de strengbeveiligde luchthaven van Tel Aviv. En daar hangt natuurlijk een serieus prijskaartje aan vast. Het toppunt is dat Ubertaxi's gewoon op de parking staan te wachten en dat kan blijkbaar wel. En dat allemaal omdat de luchthavenautoriteiten willendat hun klanten zo snel mogelijk geholpen worden.Bassam Amrani reed vijfendertig jaar lang met de taxi. Zijn achterbank was geregeld het decor van stomende seksscènes.Bassam Amrani: 'Hoe groter de stad, hoe kleiner de kans herkend te worden. Er wordt dikwijls neergekeken op Marokkanen, maar bij ons kunnen openbare vrijpartijen niet door de beugel. Ik vind het ongepast en persoonlijk zou ik geen pottenkijkers in de buurt willen. Denken die mensen dat wij niet horen of zien? Het respect is soms ver zoek. Op een keer pikte ik tegen de ochtend een koppel op. Hij droeg een smoking en zij een lang glitterkleed. Een paar minuten later hoorde ik dat ze begonnen te vrijen. Het ging er steeds heviger aan toe, die twee waren serieus opgefokt. Ik keek constant in mijn spiegel. Geef toe, dat zou elke man wel doen. Plots zag ik dat hij haar kleed naar beneden trok en zij droeg daar niets onder! Ik had de grootste moeite om me op de weg te concentreren, zeker met dat gekreun op de achterbank. Op een bepaald moment gilde die vrouw ongegeneerd: "Ik kom! Ik kom!" "Ja," dacht ik, "als dat hier nog vijf minuten duurt, ik ook!" Zij stapte uit in Ukkel en hij vroeg me door te rijden naar Stokkel. Tijdens de rit zweeg hij in alle talen en toen hij afrekende, zag ik dat hij een trouwring droeg.'