De zaak handelt over de ontmanteling van vijf cannabisplantages in Vlaanderen (Asse, Meise, Strombeek-Bever en Waregem) in mei 2017. Volgens de Franstalige rechtbank van Brussel leek het al snel vanzelfsprekend dat het dossier op een bepaald moment zou worden overgedragen aan een Franstalige rechtbank. Toch moest de zaak opgestart worden voor de Nederlandstalige rechtbank in Brussel, die de verandering van de taal heeft gevorderd. Dat gebeurde op 14 mei 2018, een jaar nadat het dossier geopend werd. In mei 2018 werd de vertaling van alle pv's van het afgelopen jaar gevraagd, wat leidde tot onnodige kosten en aanzienlijke vertragingen, aldus de krant. De vertalingen arriveerden bij de rechters door elkaar in zes dozen, wat nog eens voor extra werk zorgde. "Dit surrealisme komt wel vaker voor sinds de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde", zegt meester Yannick De Vlaemynck, die in het dossier gepleit heeft. "Als een Franstalige verdachte in Anderlecht wordt opgepakt, verschijnt hij voor een Franstalige rechter. Als hij echter 300 meter verder wordt opgepakt, in Dilbeek, komt hij voor een Nederlandse rechter, die in dezelfde gang zit als zijn Franstalige collega. Hij drukt zich uit in het Frans met een tolk, en als hij vervolgens om een verandering van de taal vraagt, wordt wat hij gezegd heeft in het Frans en werd vertaald naar het Nederlands, opnieuw naar het Frans vertaald. Dat is gewoonweg absurd." Toch halen de Franstaligen meestal voordeel uit de situatie. "Vertalen neemt veel tijd in beslag. Daardoor kan tijdens de zittingen gepleit worden dat de verdachte zich in de tussentijd heeft gere-integreerd, een baan heeft gevonden of een gezin heeft gesticht. Dat leidt tot minder zware straffen", aldus Vlaemynck. (Belga)