Vanaf 2 april treedt Laurence Massart aan als korpschef van het hof van beroep. De Standaard schrijft vandaag dat er binnen het Justitiepaleis onvrede is ontstaan omdat ze het Nederlands amper zou beheersen. Ze zou intussen taallessen volgen en van plan zijn een raadsheer aan te stellen die haar bijstaat in de Nederlandstalige kwesties. De wet uit 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken legt geen taalvereisten op voor de eerste voorzitter, bevestigt het kabinet-Geens. Wel voorziet de wet een verdeling tussen Nederlands- en Franstaligen in raadsheren en moet een derde van de raadsheren kennis hebben van de andere landstaal. Het gaat dus niet om een benoemingsvoorwaarde voor de eerste voorzitter. Indien de noodzaak bestaat om de wet te veranderen, is dat volgens de minister een taak voor de volgende regering. Het kabinet merkt op dat de Hoge Raad voor Justitie bij de beoordeling van kandidaten, niet enkel op de wettelijke vereisten voortgaat. Het orgaan toetst ook de competenties af zoals die zijn vastgelegd in de profielbeschrijving. Die stelt onder meer dat de eerste voorzitter als eindverantwoordelijke de leiding van alle secties van het Hof opneemt in al zijn aspecten. De minister zelf mag niet tussenkomen in de inhoudelijke beoordeling van kandidaten. De Franstalige vacature kwam er nadat de Nederlandstalige procureur-generaal van Brussel zijn tweede mandaat opneemt voor de komende vijf jaar en de taalevenwichten dus moesten worden bewaard. Het gevolg is dat de nieuwe eerste voorzitter maar vijf jaar zal aanblijven, de duur van het oorspronkelijk tweede mandaat van Luc Maes. Na die vijf jaar zal hij worden opgevolgd door een Nederlandstalige en de procureur-generaal door een Franstalige. (Belga)

Vanaf 2 april treedt Laurence Massart aan als korpschef van het hof van beroep. De Standaard schrijft vandaag dat er binnen het Justitiepaleis onvrede is ontstaan omdat ze het Nederlands amper zou beheersen. Ze zou intussen taallessen volgen en van plan zijn een raadsheer aan te stellen die haar bijstaat in de Nederlandstalige kwesties. De wet uit 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken legt geen taalvereisten op voor de eerste voorzitter, bevestigt het kabinet-Geens. Wel voorziet de wet een verdeling tussen Nederlands- en Franstaligen in raadsheren en moet een derde van de raadsheren kennis hebben van de andere landstaal. Het gaat dus niet om een benoemingsvoorwaarde voor de eerste voorzitter. Indien de noodzaak bestaat om de wet te veranderen, is dat volgens de minister een taak voor de volgende regering. Het kabinet merkt op dat de Hoge Raad voor Justitie bij de beoordeling van kandidaten, niet enkel op de wettelijke vereisten voortgaat. Het orgaan toetst ook de competenties af zoals die zijn vastgelegd in de profielbeschrijving. Die stelt onder meer dat de eerste voorzitter als eindverantwoordelijke de leiding van alle secties van het Hof opneemt in al zijn aspecten. De minister zelf mag niet tussenkomen in de inhoudelijke beoordeling van kandidaten. De Franstalige vacature kwam er nadat de Nederlandstalige procureur-generaal van Brussel zijn tweede mandaat opneemt voor de komende vijf jaar en de taalevenwichten dus moesten worden bewaard. Het gevolg is dat de nieuwe eerste voorzitter maar vijf jaar zal aanblijven, de duur van het oorspronkelijk tweede mandaat van Luc Maes. Na die vijf jaar zal hij worden opgevolgd door een Nederlandstalige en de procureur-generaal door een Franstalige. (Belga)