'De rechtbank is in haar vonnis bijzonder creatief geweest, vooral dan wat de procedures betreft', zegt Sven Mary, advocaat van Salah Abdeslam, in een eerste reactie op het vonnis over de schietpartij in Vorst in november 2015. Maandagvoormiddag werden zijn cliënt en Sofien Ayari beiden veroordeeld tot een celfstraf van 20 jaar, nadat ze schuldig zijn verklaard aan moordpoging op agenten in een terroristische context.

Mary had eerder aangevoerd dat de strafvordering onontvankelijk was en zijn cliënt vrijuit moest gaan, maar daarin is de rechtbank hem niet gevolgd.

Omdat de onderzoeksrechter in de foute taal was gevorderd, was de strafvordering volgens Mary onontvankelijk. De rechtbank is echter van mening dat het hier gaat om een ordemaatregel, waardoor er geen schending kon zijn van de taalwetgeving. 'Ik ga er niet mee akkoord dat het hier om een ordemaatregel gaat', aldus Mary. 'Ik beschik nog niet over een kopij van het vonnis, we krijgen dat waarschijnlijk in de loop van de namiddag of dinsdagvoormiddag, maar minstens vergt dit een bestudering die wat doordachter zal moeten zijn.'

De advocaat gaf ook aan dat hij met Abdeslam zal overleggen of ze in beroep gaan. 'Dat zal gebeuren in de komende dagen of weken. Ik zal het hem voorleggen. Als hij het niet vraagt, kunnen we binnen dertig dagen, na het verlopen van de beroepstermijn, afsluiten. Ik zal hem bepaalde zaken suggereren, maar de beslissing ligt bij hem.'

Volgens Mary moet de celstraf overigens opgeteld worden aan een eventuele straf in Frankrijk, als hij veroordeeld wordt voor zijn aandeel bij de aanslagen in Parijs. Abdeslam verschijnt waarschijnlijk in de loop van volgend jaar voor het Parijse hof van assisen voor zijn betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs van 13 november 2015.

Op de vraag of hij verrast was met de maximumstraf, antwoordde hij dat er 'geen verrassingen meer kunnen zijn als je de naam Salah Abdeslam draagt'.

Welke procedurefout voerde Mary aan?

Bij de start van het onderzoek had het federaal parket haar vordering om een gerechtelijk onderzoek te openen, gericht aan de deken van de onderzoeksrechters die gespecialiseerd zijn in terrorisme, zoals de wet voorschrijft. Die deken was een Nederlandstalige onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel. De vordering van het federaal parket was echter in het Frans opgesteld en die deken had het onderzoek eerst aan één en vervolgens aan een andere onderzoeksrechter toegewezen. Ook die toewijzingen waren in het Frans opgesteld.

Volgens de verdediging schrijft de taalwet voor dat een rechter zijn functie uitoefent in de taal van de rechtbank waartoe hij behoort. In dit geval was dat het Nederlands, zodat de deken dus een inbreuk gemaakt zou hebben op de taalwetten door de onderzoeksrechter aan te duiden via documenten die in het Frans waren opgesteld.

De rechtbank wijst er echter op dat de beslissing van de deken van de onderzoeksrechter om een onderzoek aan deze of gene onderzoeksrechter toe te wijzen, geen daad van onderzoek is die onderworpen is aan de taalwetgeving, maar een ordemaatregel. Die toewijzingen door de deken konden dus de taalwetgeving niet schenden, zodat de strafvordering ontvankelijk is.

'De rechtbank is in haar vonnis bijzonder creatief geweest, vooral dan wat de procedures betreft', zegt Sven Mary, advocaat van Salah Abdeslam, in een eerste reactie op het vonnis over de schietpartij in Vorst in november 2015. Maandagvoormiddag werden zijn cliënt en Sofien Ayari beiden veroordeeld tot een celfstraf van 20 jaar, nadat ze schuldig zijn verklaard aan moordpoging op agenten in een terroristische context. Mary had eerder aangevoerd dat de strafvordering onontvankelijk was en zijn cliënt vrijuit moest gaan, maar daarin is de rechtbank hem niet gevolgd.Omdat de onderzoeksrechter in de foute taal was gevorderd, was de strafvordering volgens Mary onontvankelijk. De rechtbank is echter van mening dat het hier gaat om een ordemaatregel, waardoor er geen schending kon zijn van de taalwetgeving. 'Ik ga er niet mee akkoord dat het hier om een ordemaatregel gaat', aldus Mary. 'Ik beschik nog niet over een kopij van het vonnis, we krijgen dat waarschijnlijk in de loop van de namiddag of dinsdagvoormiddag, maar minstens vergt dit een bestudering die wat doordachter zal moeten zijn.'De advocaat gaf ook aan dat hij met Abdeslam zal overleggen of ze in beroep gaan. 'Dat zal gebeuren in de komende dagen of weken. Ik zal het hem voorleggen. Als hij het niet vraagt, kunnen we binnen dertig dagen, na het verlopen van de beroepstermijn, afsluiten. Ik zal hem bepaalde zaken suggereren, maar de beslissing ligt bij hem.' Volgens Mary moet de celstraf overigens opgeteld worden aan een eventuele straf in Frankrijk, als hij veroordeeld wordt voor zijn aandeel bij de aanslagen in Parijs. Abdeslam verschijnt waarschijnlijk in de loop van volgend jaar voor het Parijse hof van assisen voor zijn betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs van 13 november 2015.Op de vraag of hij verrast was met de maximumstraf, antwoordde hij dat er 'geen verrassingen meer kunnen zijn als je de naam Salah Abdeslam draagt'. Bij de start van het onderzoek had het federaal parket haar vordering om een gerechtelijk onderzoek te openen, gericht aan de deken van de onderzoeksrechters die gespecialiseerd zijn in terrorisme, zoals de wet voorschrijft. Die deken was een Nederlandstalige onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel. De vordering van het federaal parket was echter in het Frans opgesteld en die deken had het onderzoek eerst aan één en vervolgens aan een andere onderzoeksrechter toegewezen. Ook die toewijzingen waren in het Frans opgesteld. Volgens de verdediging schrijft de taalwet voor dat een rechter zijn functie uitoefent in de taal van de rechtbank waartoe hij behoort. In dit geval was dat het Nederlands, zodat de deken dus een inbreuk gemaakt zou hebben op de taalwetten door de onderzoeksrechter aan te duiden via documenten die in het Frans waren opgesteld. De rechtbank wijst er echter op dat de beslissing van de deken van de onderzoeksrechter om een onderzoek aan deze of gene onderzoeksrechter toe te wijzen, geen daad van onderzoek is die onderworpen is aan de taalwetgeving, maar een ordemaatregel. Die toewijzingen door de deken konden dus de taalwetgeving niet schenden, zodat de strafvordering ontvankelijk is.