Suzy Embo is geen naam die bij iedere fotografieliefhebber op de lippen ligt. En nochtans heeft deze fotografe een niet onbelangrijke bijdrage geleverd aan de Belgische na-oorlogse fotografiegeschiedenis. Moest het niet zijn dat ze haar archief had overgemaakt aan het FoMu in Antwerpen die het ontsloot en er nu een tentoonstelling aan wijdt, ze zou wellicht tussen de vergeelde pagina's van de Belgische fotogeschiedenis versukkeld zijn.
...

Suzy Embo is geen naam die bij iedere fotografieliefhebber op de lippen ligt. En nochtans heeft deze fotografe een niet onbelangrijke bijdrage geleverd aan de Belgische na-oorlogse fotografiegeschiedenis. Moest het niet zijn dat ze haar archief had overgemaakt aan het FoMu in Antwerpen die het ontsloot en er nu een tentoonstelling aan wijdt, ze zou wellicht tussen de vergeelde pagina's van de Belgische fotogeschiedenis versukkeld zijn. Suzy Embo en haar zus Lou zijn de dochters van de Antwerpse arts dr. Hubert Seuntjes en genoten een bevoorrechte opvoeding binnen de Franstalige Antwerpse gemeenschap. Niet te verwaarlozen: dr. Seuntjes had een uitgebreid netwerk binnen de lokale artistieke wereld waardoor zijn dochters al snel door de kunst gegrepen werden en beiden zich later als fotografen zouden manifesteerden. Suzy leek de meest ambitieuze en bekwaamde zich binnen de firma Gevaert-Fotoproducten in Mortsel. Dat ze het meende met haar zelfgekozen vak bleek uit de aanschaf ven de kostelijke en professionele camera Linhof-Technika. Ze zocht opdrachten in de reclame en industriële wereld die haar toelieten zich min of meer als beroepsfotografe te ontwikkelen. Om ook ander soort werk te kunnen doen, schafte ze zich een spiegelreflexcamera aan die handiger was in gebruik en waarmee ze ook reportagewerk kon realiseren. Zo werd ze setfotograaf bij Henri Storck en parttime fotograaf in een Brussels ziekenhuis.En dan gebeurde het, ze ontmoette de schilder Pierre Alechinsky en de beeldhouwer Reinoud D'Haese die een boek aan het voorbereiden waren over zichzelf, Karel Appel en Walasse Ting die mee aan de basis lagen van de COBRA-groep. Een jaar later werden zij en Reinhoud een koppel en vestigden ze zich afwisselend in Parijs en La Bosse in de streek van de Oise waar de beeldhouwer en Alechinsky in een oude dorpsschool hun ateliers hadden geïnstaleerd. Embo richtte er haar donkere kamer in en het geluk van iedereen was compleet. Mede door het feit dat ze zich nu volledig op haar fotografie kon toeleggen begon ze een eigen stijl te ontwikkelen. Ongewild beïnvloed door de typografische avant-garde en de vroege experimenten van de subjectieve fotografie zocht ze een expressiemiddel dat haar foto's een picturale boost moesten geven. Zo dreef ze bijvoorbeeld de gevoeligheid van de filmpellicule kunstmatig op waardoor er korrelige beelden ontstonden en gebruikte ze extra zwart printpapier waardoor ook de witte en donkere partijen nog feller contrasteerden. De Amerikaan William Klein experimenteerde al met dat procedé en het werd zijn succes. Het milieu waarin ze toen verkeerde gaf haar de gelegenheid om andere kunstenaars te ontmoeten en te portretteren met als een van de prachtige voorbeelden het portret van André Breton (1965) dat oplichtend in het duister haast schijnt te zweven. Documentair interessant is de reeks die ze maakte van Alechinsky aan het werk. Met de scheiding van Reinhoud kwam er ook een einde aan een wereld waarin de beeldende kunst haar specifieke inspiratiebron was geweest. In 1975 kwam er onvoorzien een einde aan haar carrière toen een netvliesbreuk het gebruik van haar ogen uitschakelde.Is Suzy Embo een van de sterren binnen de Belgische fotografie? Goede vraag want op haar overzichtstentoonstelling nu zijn interessante en heel persoonlijke foto's te zien. Wat echter ontbreekt om van een "oeuvre" te spreken is een volgehouden en consequent doel. Wat wilde ze met haar fotografie, was er een evolutie in haar "programma", was haar persoonlijkheid duidelijk af te lezen uit haar disparaat werk. Eigenlijk is Suzy Embo een superieure amateur die op een intelligente manier allerlei artistieke strekkingen absorbeerde maar ze nooit heeft weten te versmelten tot een eigen stijl wat haar een duidelijke plaats in de Belgische geschiedenis van de fotografie zou hebben kunnen geven. Wat niet belet dat zij bepaalde visuele en compositorische kwaliteiten bezat die haar boven het gemiddelde uit tilden.