Dat gebeurde met 22 stemmen (N-VA, Vlaams Belang, CD&V en Open VLD) tegen 15 (SP.A, Ecolo-Groen, PTB-PVDA), terwijl de 11 leden van PS, MR en CDH zich onthielden.

Waarover gaat het?

N-VA, CD&V en Open VLD dienden in november in het Vlaams Parlement een voorstel van decreet in om socio-culturele verenigingen 'die zich terugplooien op hun etnisch-culturele afkomst en segregatie in de hand werken' niet langer te ondersteunen. De aanpassing moest ingaan op 1 december.

De linkse oppositiepartijen SP.A, Groen en PVDA wezen erop dat de Strategische Adviesraad voor Cultuur (SARC) bijzonder kritisch was voor de plannen van de Vlaamse regering en verweten de meerderheid geen advies van de Raad van State te willen vragen. Daarom diepten ze een oude procedure uit 1971 op die bepaalt dat parlementsleden een motie kunnen indienen wanneer er in een bepaling mogelijk sprake is van 'discriminatie om ideologische en filosofische redenen'.

In commissie werd een hoorzitting met grondwetspecialisten gehouden over die wet van 1971, die nog dateert van de periode voor de rechtstreeks verkozen deelstaatparlementen en het bestaan van het Arbitragehof en het Grondwettelijk Hof.

Daarom pleit de Senaat er ook voor dat de wet van 1971 over de ideologische alarmbelprocedure aangepast wordt omdat ze door de opeenvolgende staatshervormingen niet meer strookt met de autonomie van de deelstaten.

Dat gebeurde met 22 stemmen (N-VA, Vlaams Belang, CD&V en Open VLD) tegen 15 (SP.A, Ecolo-Groen, PTB-PVDA), terwijl de 11 leden van PS, MR en CDH zich onthielden.N-VA, CD&V en Open VLD dienden in november in het Vlaams Parlement een voorstel van decreet in om socio-culturele verenigingen 'die zich terugplooien op hun etnisch-culturele afkomst en segregatie in de hand werken' niet langer te ondersteunen. De aanpassing moest ingaan op 1 december. De linkse oppositiepartijen SP.A, Groen en PVDA wezen erop dat de Strategische Adviesraad voor Cultuur (SARC) bijzonder kritisch was voor de plannen van de Vlaamse regering en verweten de meerderheid geen advies van de Raad van State te willen vragen. Daarom diepten ze een oude procedure uit 1971 op die bepaalt dat parlementsleden een motie kunnen indienen wanneer er in een bepaling mogelijk sprake is van 'discriminatie om ideologische en filosofische redenen'. In commissie werd een hoorzitting met grondwetspecialisten gehouden over die wet van 1971, die nog dateert van de periode voor de rechtstreeks verkozen deelstaatparlementen en het bestaan van het Arbitragehof en het Grondwettelijk Hof. Daarom pleit de Senaat er ook voor dat de wet van 1971 over de ideologische alarmbelprocedure aangepast wordt omdat ze door de opeenvolgende staatshervormingen niet meer strookt met de autonomie van de deelstaten.