In Bagdad was anti-oproerpolitie zichtbaar in de omgeving van de universiteiten, nadat het leger zondagavond had gedreigd met "zware sancties" voor degenen die de lessen of administratie belemmeren. Minister van Hoger Onderwijs Qusay al-Suhail riep op om "de universiteiten buiten (de betogingen) te houden". Toch beslisten leerlingen, leerkrachten en ambtenaren in verschillende steden te protesteren. In Al-Diwaniyah organiseerden leerkrachten en leerlingen van publieke en privé-universiteiten een "sit-in van tien dagen voor de val van de regering". Vakbonden van andere beroepsgroepen, zoals advocaten en ingenieurs, doen mee aan de betogingen, en stakingsposten blokkeren de ingang van de administratie. In Nasiriya betoogden duizenden studenten en leerlingen, en ook in Al-Koet verzamelden ambtenaren en studenten, en bleef het grootste deel van de administratie gesloten. In oliestad Basra, waar tijdens de zomer van 2018 al een week van dodelijk geweld tijdens een protestbeweging plaatsvond, kwamen ook duizenden studenten op straat. Op 1 oktober startte een ongezien protest in Irak. Tijdens de eerste week kwamen er volgens een officiële bron 157 mensen om, bijna allemaal betogers die neergeschoten werden door ordediensten of scherpschutters die de overheid niet kon identificeren. Na een pauze van 18 dagen voor de grootste sjiitische pelgrimstocht, werd het protest donderdagavond hervat. Sindsdien kwamen al zeker 74 personen om, zegt de regeringscommissie voor de mensenrechten. (Belga)