De Vlaamse sociale partners toetsen de werkbaarheid van jobs aan vier criteria: psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en de balans werk-privé. Volgens die definitie heeft iemand een "werkbare" job als hij of zij niet voor alle vier dimensies knelpunten signaleert.

In 2007 benaderde de werkbaarheidsgraad in het Vlaamse onderwijs het streefdoel van 60 procent, maar dat percentage is intussen teruggevallen tot nog 52,5. Het onderwijs scoort daarmee wel nog steeds beter dan het globale cijfer voor de Vlaamse arbeidsmarkt.

Het onderwijs scoort wel nog steeds beter dan het globale cijfer voor de Vlaamse arbeidsmarkt.

Vooral werkstress en de combinatie werk-privé blijken verantwoordelijk voor de daling. Zo heeft 18,4 procent van het onderwijspersoneel problemen met de combinatie van werk en privé, terwijl vier op de tien geconfronteerd met werkstressklachten. In 2004 was dat nog respectievelijk 14,9 procent en 32,4 procent. Voor 13,7 procent is de situatie acuut-problematisch en is sprake van burn-outsymptomen.

Intussen plaatst zowat de helft van de leerkrachten vraagtekens bij de haalbaarheid van de recent verhoogde pensioenleeftijd, terwijl in 2007 nog bijna 73 procent van het onderwijspersoneel doorwerken in hun huidige job tot de pensioenleeftijd haalbaar achtte. Tegelijk blijkt de groep die vragende partij is voor aangepast werk - denk aan lichter werk of minder uren - om langer te kunnen werken, bijna verdubbeld van 24 procent in 2007 naar 46 procent nu.

Taakbelasting verminderen

Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) wil ervoor zorgen dat de globale taakbelasting van leraren vermindert. Ze verzekert dat ze werkt aan de taakbelasting van de leraren. Via een onderzoek wil ze vooreerst zicht krijgen op het volledige takenpakket van leerkrachten en de tijd die ze aan deze taken besteden. Met de sociale partners bekijkt ze intussen welke andere loopbaanmaatregelen daarnaast nog een positieve impact zouden kunnen hebben op de lerarenloopbaan, klinkt het.

Het onderwijs doet het op vlak van werkdruk trouwens "nog steeds beter dan het algemene gemiddelde" op de arbeidsmarkt, merkt Crevits op. Ze wil de werkdruk echter niet als iets afzonderlijk bekijken, maar in samenhang met emotionele belasting. "Onderwijs is een contactberoep: leerkrachten nemen dan ook vaak de zorgen en problemen van kinderen mee naar huis", beseft ze. "In de discussie van de zware beroepen hebben we gepleit om de emotionele belasting ook op te nemen als criterium. Deze cijfers tonen dat dit voor onderwijs geen onterechte vraag is."

Crevits beklemtoont tot slot dat het onderwijs voor verschillende risicofactoren - zoals taakvariatie, autonomie en ondersteuning - "merkbaar beter" scoort dan het Vlaams gemiddelde. En op vlak van leermogelijkheden voor het personeel en werkbetrokkenheid of motivatie "halen we veruit de beste scores op de arbeidsmarkt", aldus nog de minister.

Lees ook: Pensioenen zware beroepen: sociale partners zoeken naar middenweg

De Vlaamse sociale partners toetsen de werkbaarheid van jobs aan vier criteria: psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en de balans werk-privé. Volgens die definitie heeft iemand een "werkbare" job als hij of zij niet voor alle vier dimensies knelpunten signaleert. In 2007 benaderde de werkbaarheidsgraad in het Vlaamse onderwijs het streefdoel van 60 procent, maar dat percentage is intussen teruggevallen tot nog 52,5. Het onderwijs scoort daarmee wel nog steeds beter dan het globale cijfer voor de Vlaamse arbeidsmarkt. Vooral werkstress en de combinatie werk-privé blijken verantwoordelijk voor de daling. Zo heeft 18,4 procent van het onderwijspersoneel problemen met de combinatie van werk en privé, terwijl vier op de tien geconfronteerd met werkstressklachten. In 2004 was dat nog respectievelijk 14,9 procent en 32,4 procent. Voor 13,7 procent is de situatie acuut-problematisch en is sprake van burn-outsymptomen. Intussen plaatst zowat de helft van de leerkrachten vraagtekens bij de haalbaarheid van de recent verhoogde pensioenleeftijd, terwijl in 2007 nog bijna 73 procent van het onderwijspersoneel doorwerken in hun huidige job tot de pensioenleeftijd haalbaar achtte. Tegelijk blijkt de groep die vragende partij is voor aangepast werk - denk aan lichter werk of minder uren - om langer te kunnen werken, bijna verdubbeld van 24 procent in 2007 naar 46 procent nu. Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) wil ervoor zorgen dat de globale taakbelasting van leraren vermindert. Ze verzekert dat ze werkt aan de taakbelasting van de leraren. Via een onderzoek wil ze vooreerst zicht krijgen op het volledige takenpakket van leerkrachten en de tijd die ze aan deze taken besteden. Met de sociale partners bekijkt ze intussen welke andere loopbaanmaatregelen daarnaast nog een positieve impact zouden kunnen hebben op de lerarenloopbaan, klinkt het. Het onderwijs doet het op vlak van werkdruk trouwens "nog steeds beter dan het algemene gemiddelde" op de arbeidsmarkt, merkt Crevits op. Ze wil de werkdruk echter niet als iets afzonderlijk bekijken, maar in samenhang met emotionele belasting. "Onderwijs is een contactberoep: leerkrachten nemen dan ook vaak de zorgen en problemen van kinderen mee naar huis", beseft ze. "In de discussie van de zware beroepen hebben we gepleit om de emotionele belasting ook op te nemen als criterium. Deze cijfers tonen dat dit voor onderwijs geen onterechte vraag is." Crevits beklemtoont tot slot dat het onderwijs voor verschillende risicofactoren - zoals taakvariatie, autonomie en ondersteuning - "merkbaar beter" scoort dan het Vlaams gemiddelde. En op vlak van leermogelijkheden voor het personeel en werkbetrokkenheid of motivatie "halen we veruit de beste scores op de arbeidsmarkt", aldus nog de minister.