Het hof van assisen in Bergen veroordeelde Lelièvre in 2004 tot 25 jaar cel als lid van de bende-Dutroux. Hij werd schuldig bevonden aan een lange reeks aanklachten, waaronder die van foltering en opsluiting van vier meisjes, bij twee met de dood tot gevolg. Lelièvre zit in de cel sinds 1996 en heeft binnen 2 jaar dus zijn straf uitgezeten. Hij kreeg begin 2018 al penitentiair verlof toegekend als voorbereiding op zijn vrijlating. Datzelfde jaar vroeg Lelièvre ook zijn vrijlating onder elektronisch toezicht, maar de strafuitvoeringsrechtbank wees dat verzoek toen af. Lelièvre kon geen vaste verblijfplaats voorleggen, een voorwaarde voor een enkelband. Volgens zijn verdediging zijn er dit keer wel "perspectieven" via verschillende immokantoren. De advocate van Lelièvre, Benjamine Bovy, zei na de behandeling van zijn verzoek door de strafuitvoeringsrechtbank eerder deze maand dat naast een vrijlating onder elektronisch toezicht ook een voorwaardelijke invrijheidstelling tot de mogelijkheden behoort. Jean Lambrecks, de vader van de vermoorde Eefje, verzette zich voor de strafuitvoeringsrechtbank eerder deze maand tegen een voorwaardelijke vrijlating van Lelièvre. Bij de verdediging van Lelièvre valt te horen dat zij mogelijk pas dinsdag formeel op de hoogte zal gesteld worden van de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank. Michelle Martin, de ex van Dutroux, werd in 2012 vervroegd vrijgelaten onder voorwaarden. Martin was veroordeeld tot 30 jaar cel. Dutroux zelf diende recent een verzoek in om vervroegd vrij te komen. De strafuitvoeringsrechtbank behandelt zijn verzoek op 17 oktober. Dutroux werd wel veroordeeld tot een levenslange celstraf en 10 jaar terbeschikkingstelling van de regering. (Belga)