Wat we mogen met onze lijven, en met wie. Daarover is in de voorbije decennia flink geruzied, gevochten zelfs, maar ook gestemd. En aldus kwamen er regelingen over abortus, het homohuwelijk, de adoptie door holebi's en euthanasie. Waarom kunnen we dan geen knopen doorhakken als het gaat om het verkopen van seksuele diensten?
...

Wat we mogen met onze lijven, en met wie. Daarover is in de voorbije decennia flink geruzied, gevochten zelfs, maar ook gestemd. En aldus kwamen er regelingen over abortus, het homohuwelijk, de adoptie door holebi's en euthanasie. Waarom kunnen we dan geen knopen doorhakken als het gaat om het verkopen van seksuele diensten? In de buurlanden is dat wel gebeurd: Zweden kwam in 1998 als eerste land met het abolitionisme, dat stoelt op de gedachte dat het verhandelen van seks een inbreuk op de gendergelijkheid is en dat de klant moet worden gestraft. Sindsdien volgden Noorwegen, IJsland, Canada en Frankrijk het Zweedse voorbeeld. Diametraal daartegenover, maar evengoed in vermeende verdediging van gendergelijkheid en vrouwenrechten, staan het Duitse en Nederlandse model, waarbij prostitutie uit de strafwet is gehaald en wordt beschouwd als een normale economische activiteit. Bij ons geldt een gedoogbeleid: de meerderjarige sekswerker noch de klant is strafbaar, maar aanzetten tot prostitutie is dat wél en klanten ronselen op straat, via advertenties of op het internet, is verboden. Daarnaast zijn er op stedelijk of gemeentelijk niveau regels die bijvoorbeeld in een concentratiegebied voor sekswerk voorzien. 'Het voordeel van die vaagheid', zo meent Klaus Vanhoutte, vicedirecteur van Payoke, een opvangcentrum voor prostituees en slachtoffers van mensenhandel, 'is dat je meer manoeuvreerruimte hebt dan in een systeem met strikte regelgeving'. Maar nadelen zijn er evengoed. Kijk naar Brussel, waar de straat- en raamprostitutie zich afspeelt in 3 van de 19 gemeentes, die elk hun eigen reglement hebben. De burgemeesters overleggen niet met elkaar, ze zijn het onderling niet eens en nemen zelfs binnen hun partij geen eenduidig standpunt in. De prostitutiezone in de Noordwijk valt uiteen in Schaarbeek, waar Bernard Clerfayt (FDF, nu DéFi) voor een onderhandeld model met de sector opteert, en Sint-Joost-ten-Node waar Emir Kir (PS) de sekswerkers probeert weg te jagen met heel strikte regels. De Stad Brussel zag achtereenvolgens drie PS-burgemeesters aantreden: Freddy Thielemans (2001-2013), Yvan Mayeur (2013-2017) en nu Philippe Close. 'Thielemans had geen beleid en liet de situatie verrotten', zegt Jan Peerman van buurtcomité Alhambra, dat de straatprostitutie uit de wijk weg wil. 'Mayeur voelde wel iets voor een megabordeel, maar Close is dan weer abolitionistisch. Het wordt tijd dat deze kwestie op federaal niveau op de agenda komt en dat er een breed maatschappelijk debat wordt gevoerd.' Om de overlast in de Alhambrawijk te bestrijden ging Close, in navolging van zijn Antwerpse collega, in 2012 over tot het uitdelen van GAS-boetes. Alleen blijkt dat hun aantal de afgelopen vijf jaar met maar liefst 80 procent is gedaald. Werden er in 2012 nog 832 GAS-boetes uitgedeeld, tegen 2016 waren dat er nog maar 155. Brussels staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V), die de cijfers een paar weken geleden opvroeg, las daarin dat het concrete politieoptreden in schril contrast stond met de spierballentaal van het stadsbestuur. Zo zit het evenwel niet in elkaar. Het punt is dat Espace P, een gesubsidieerde hulporganisatie voor prostituees, de wettelijkheid van de GAS-boetes juridisch heeft aangevochten en zijn slag thuishaalde. Het Franstalige college van de Raad van State oordeelde dat aanzetten tot prostitutie en ronselen strafrechtelijke vergrijpen zijn, en dus niet thuishoren in het lijstje van ongewenste handelingen die met GAS-boetes kunnen worden bestraft. Bijgevolg werden de GAS-boetes nietig verklaard. In Antwerpen wordt het systeem merkwaardig genoeg nog altijd gebruikt, wat Close er nu toe heeft bewogen om de kwestie aan te kaarten bij de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. De Brusselse burgemeester verving de GAS-boetes ondertussen door gewone processen-verbaal, maar dat heeft volgens Espace P een bijzonder nefast effect op de straatprostituees. 'Diegenen die wegblijven zijn de allerbeste klanten, gehuwde mannen die doorgaans overdag langskwamen en die niet voor overlast zorgden. Zij zijn nu bang dat hun echtgenotes een pv in de brievenbus vinden', meent maatschappelijk werker Fabian Drianne. 'De lastigste klanten blijven over: verslaafden, daklozen, lui die veel hinder veroorzaken en die niet malen om een brief van de politie thuis. Minder klanten betekent bovendien dat de prostituees langer moeten werken, tegen lagere prijzen en soms ook zonder condoom.' Precies omdat er zo veel overlast is, wil Bianca Debaets onderzoeken of het model van Villa Tinto, het Antwerpse megabordeel in het Schipperskwartier, uitkomst kan bieden. Op zich is dat niet nieuw. In 2007 al, twee jaar na de opening van het complex, liet het Brussels Gewest op initiatief van de ministers Pascal Smet (SP.A) en Evelyne Huytebroeck (Ecolo) een studie uitvoeren waarin de wenselijkheid van een dergelijk project werd onderzocht. De Antwerpse Tinto-bouwheer, Franky De Coninck, had er ook oren naar. Hij diende in 2011 een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning. Er zou in Schaarbeek een complex worden gebouwd met 38 studio's voor prostituees, alsook tientallen appartementen, winkels en een ondergrondse parking. Na jarenlang getalm sprak de gemeente zich evenwel negatief uit. In Antwerpen zijn ze behoorlijk positief over het megabordeel. 'Villa Tinto brengt drie belangrijke elementen samen: hygiëne en gezondheid, veiligheid en stabiliteit', zegt Katleen Peleman, algemeen coördinator van Ghapro (Gezondheidszorg en hulpverlening aan prostituees), een organisatie die een antenne heeft in de buurt van het complex. 'Sekswerkers hebben een schone omgeving en krijgen medische bijstand. Alle prijzen liggen vast, iedereen wordt geregistreerd, de meisjes weten waar ze aan toe zijn en ze voelen zich veilig. Er zijn noodknoppen in de kamers en badkamers en bovendien is er een politiekantoor in het complex.' Toch is Peleman er niet van overtuigd dat een megabordeel een oplossing is voor de overlast door straatprostitutie. 'Je kunt de twee fenomenen niet met elkaar vergelijken, zowel het profiel van de prostituees als dat van de klanten is verschillend. Om aan raamprostitutie te doen, zoals in Villa Tinto, heb je mentale en financiële stabiliteit nodig, en moet je bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. Je moet immers betalen voor de infrastructuur en van te voren beslissen wanneer je komt werken. In de straatprostitutie zien we erg veel verslavingsproblemen, mensen zonder papieren en gelegenheidswerkers. De meeste raamprostituees kunnen zich niet voorstellen dat ze op straat zouden tippelen.' Marie (62), een sekswerker met een kwarteeuw ervaring, die vorig jaar mee aan de wieg stond van de Brusselse belangenvereniging Utsopi, zou voor geen goud bij een onbekende in de auto stappen. 'In mijn vitrine kan ik klanten weigeren, en dat doe ik ook met meer dan de helft. Wie vuil, beschonken of grofgebekt is, komt er niet in.' Zelf ziet ze zich niet in Villa Tinto, 'in bikini tussen de gebruinde twintigers. Ik ben niet tegen een dergelijk initiatief, maar het mag geen monopolie krijgen, anders kan niemand nog over huurprijzen onderhandelen. Bovendien, Villa Tinto is een supermarkt, en ik maak me sterk dat niet elke klant daarheen wil om voor het oog van iedereen zijn waar te kiezen. Sommigen opteren om ongezien bij de vertrouwde kruidenier langs te gaan, toch?' Ook Klaus Vanhoutte van Payoke is er niet zeker van dat een megabordeel Brussel van de overlast kan afhelpen. 'Een deel van die straatprostituees zou je met de nodige psychologische en sociale begeleiding zover krijgen. Maar een behoorlijke groep valt sowieso uit de boot. Straatprostitutie bestrijden kan alleen via een veelzijdig, geïntegreerd beleid. Je hebt een helder en uniform politiereglement nodig en de fondsen om dat uit te voeren, maar evengoed moet je in opvang voor verslaafden voorzien. Het geheel is zo sterk als zijn zwakste schakel en het is een illusie te denken dat je het probleem helemaal kunt indijken.' Het is met het oog op die meervoudige aanpak dat Debaets een Villa Tinto suggereerde, 'waarbij er ook inbreng moet zijn van onderzoekers en sekswerkers zelf'. Organisaties als Utsopi hebben niet het gevoel dat de politiek naar hen wil luisteren. 'Met Debaets hebben we binnenkort een ontmoeting, maar burgemeester Close reageert niet op onze brieven.' Daarnaar gevraagd zegt zijn woordvoerster Wafaa Hammich dat 'de burgemeester zich moet buigen over de veiligheid en het welbevinden van zijn burgers, de mensen die in de wijk wonen, werken of naar theater gaan', en dat er voor de rest niet wordt gedialogeerd. Marie: 'Zijn wij prostituees dan geen burgers? En wat denkt hij op te lossen? Close beseft toch dat als je iets verbiedt, het gewoon ondergronds gaat en veel erger wordt. Weet u wat mijn Franse vriendinnen zeggen sinds het abolitionisme daar de wet uitmaakt? Ze durven niet meer naar de politie te stappen, omdat ze weten dat een gestrafte klant niet meer terugkomt. Bovendien hebben de klanten op een heel perverse manier aan macht gewonnen. Ze zeggen nu dat de meisjes blij mogen zijn dat ze ondanks de risico's blijven komen en eisen lagere prijzen, of onveiliger seks. Is dat dan de bedoeling?'