Nog maar anderhalve maand te gaan voor het einde van schooljaar en nog steeds tasten ouders, leerkrachten en scholen in het duister over het nieuwe ondersteuningsmodel dat leerlingen in het gewoon onderwijs met een verhoogde zorgnood moet ondersteunen. Naar verluidt werd gisteren eindelijk een akkoord gesloten met vakbonden en koepels, vandaag buigen de meerderheidspartijen zich over het akkoord. Het GO! onderwijs uitte deze ochtend meteen zijn ontevredenheid over het bereikte compromis.

Het M-decreet zorgt ervoor dat meer kinderen de overstap maken van het buitengewoon naar gewoon, inclusief onderwijs. Die kinderen verdienen dezelfde, goede ondersteuning. Krijgen ze die niet dan zal het M-decreet meer kwaad doen dan goed.

'Stop deze nieuwe schoolstrijd, stel het kind met zorgen centraal'

Dat het onverantwoord laat is en dus slecht beleid om een volledig nieuw ondersteuningsmodel uit te willen rollen tegen september hoeft geen betoog. Maar dat is nog niet het grootste probleem. In het akkoord dat nu voor ligt komen er netgebonden in plaats van regionale ondersteuningsteams. Dat betekent bijvoorbeeld dat in een stad als Gent er drie of vier ondersteuningsteams zullen komen, verbonden aan de verschillende onderwijsnetten. Elke van die teams zal expertise moeten ontwikkelen voor verschillende leerproblemen of beperkingen. In drie- of viervoud dus, in plaats van expertise te delen en uit te wisselen. Sommige netten zullen te weinig scholen hebben in het Gentse om te bedienen. Ondersteuners zullen zich dus ook moeten verplaatsen naar het Meetjesland, of de Vlaamse Ardennen. Tijd die ze in de wagen doorbrengen en niet in de klas of bij het kind.

De ondersteuners, de zogenaamde GON-begeleiders, die nu vanuit het buitengewoon onderwijs met hun expertise kinderen in het gewoon onderwijs ondersteunen, deden dat wel netoverschrijdend. Als Kato autisme heeft en een vertrouwensband ontwikkelde met haar GON-begeleider meester Frederik, kan het zijn dat meester Frederik in september niet meer terug komt bij Kato. Want meester Frederik kwam uit een ander net. En waarom? Meester Frederik's expertise is heus niet eigen aan één bepaald pedagogisch project. Meester Frederik is gewoon goed met kindjes met autisme, ongeacht hun levensbeschouwing of het pedagogisch project van de school.

Verdeling van de middelen

De ware reden zijn natuurlijk de centen. En daar stoten we dan op een tweede, voor Groen onaanvaardbaar voorstel: een 70/30 verdeling van de middelen: 30% wordt toegekend op basis van kinderen met een verhoogde zorgnood die daarvoor een attest hebben. 70 % van de middelen van de ondersteuningsteams zou worden toegekend op basis van het aantal kinderen in de scholen die ze bedienen, ongeacht of die een specifieke zorgnood hebben of niet. Waarom die absurde verdeelsleutel? De overheid kan en moet er voor zorgen dat de middelen terecht komen daar waar ze het hardst nodig zijn: op de klasvloer en bij de zorgkinderen.

Maar er zijn duidelijke winnaars en verliezers. Het katholieke onderwijs (met zijn vele grote ASO-scholen) krijgt er op basis van deze berekeningen heel wat middelen bij. Het provinciaal onderwijs komt er dan weer bekaaid van af: het is een net met veel minder leerlingen maar met vooral beroeps- en technisch onderwijs en een grote b-stroom waarin veel leerlingen uit het buitengewoon onderwijs terecht komen. Ook het GO! behoort tot de grote verliezers.

En dus, in plaats van resoluut te kiezen voor regionale, netoverschrijdende teams die sterke expertise opbouwen en die in alle scholen kunnen worden ingezet ongeacht het net, was men, op het overleg dat al dagenlang duurt, vooral aan het rekenen welk net wint en welk verliest. Om dan elk apart expertise in viervoud te ontwikkelen. Waarbij ondersteuners vooral in de auto zitten in plaats van voor de klas te staan. Een ongelooflijke verspilling van middelen die zo broodnodig zijn in het kader van het M-decreet, en mogelijks nog eens kunnen ingezet worden voor andere doeleinden dan voorzien: ondersteuning van leerkrachten en kinderen met zorgnoden. Dat de meerderheidspartijen zich anno 2017 nog steeds laten meeslepen in alweer een schoolstrijd bij het uittekenen van een nieuw ondersteuningsmodel dat voor jaren zal moeten standhouden, is onbegrijpelijk.

Nog maar anderhalve maand te gaan voor het einde van schooljaar en nog steeds tasten ouders, leerkrachten en scholen in het duister over het nieuwe ondersteuningsmodel dat leerlingen in het gewoon onderwijs met een verhoogde zorgnood moet ondersteunen. Naar verluidt werd gisteren eindelijk een akkoord gesloten met vakbonden en koepels, vandaag buigen de meerderheidspartijen zich over het akkoord. Het GO! onderwijs uitte deze ochtend meteen zijn ontevredenheid over het bereikte compromis. Het M-decreet zorgt ervoor dat meer kinderen de overstap maken van het buitengewoon naar gewoon, inclusief onderwijs. Die kinderen verdienen dezelfde, goede ondersteuning. Krijgen ze die niet dan zal het M-decreet meer kwaad doen dan goed. Dat het onverantwoord laat is en dus slecht beleid om een volledig nieuw ondersteuningsmodel uit te willen rollen tegen september hoeft geen betoog. Maar dat is nog niet het grootste probleem. In het akkoord dat nu voor ligt komen er netgebonden in plaats van regionale ondersteuningsteams. Dat betekent bijvoorbeeld dat in een stad als Gent er drie of vier ondersteuningsteams zullen komen, verbonden aan de verschillende onderwijsnetten. Elke van die teams zal expertise moeten ontwikkelen voor verschillende leerproblemen of beperkingen. In drie- of viervoud dus, in plaats van expertise te delen en uit te wisselen. Sommige netten zullen te weinig scholen hebben in het Gentse om te bedienen. Ondersteuners zullen zich dus ook moeten verplaatsen naar het Meetjesland, of de Vlaamse Ardennen. Tijd die ze in de wagen doorbrengen en niet in de klas of bij het kind. De ondersteuners, de zogenaamde GON-begeleiders, die nu vanuit het buitengewoon onderwijs met hun expertise kinderen in het gewoon onderwijs ondersteunen, deden dat wel netoverschrijdend. Als Kato autisme heeft en een vertrouwensband ontwikkelde met haar GON-begeleider meester Frederik, kan het zijn dat meester Frederik in september niet meer terug komt bij Kato. Want meester Frederik kwam uit een ander net. En waarom? Meester Frederik's expertise is heus niet eigen aan één bepaald pedagogisch project. Meester Frederik is gewoon goed met kindjes met autisme, ongeacht hun levensbeschouwing of het pedagogisch project van de school. De ware reden zijn natuurlijk de centen. En daar stoten we dan op een tweede, voor Groen onaanvaardbaar voorstel: een 70/30 verdeling van de middelen: 30% wordt toegekend op basis van kinderen met een verhoogde zorgnood die daarvoor een attest hebben. 70 % van de middelen van de ondersteuningsteams zou worden toegekend op basis van het aantal kinderen in de scholen die ze bedienen, ongeacht of die een specifieke zorgnood hebben of niet. Waarom die absurde verdeelsleutel? De overheid kan en moet er voor zorgen dat de middelen terecht komen daar waar ze het hardst nodig zijn: op de klasvloer en bij de zorgkinderen. Maar er zijn duidelijke winnaars en verliezers. Het katholieke onderwijs (met zijn vele grote ASO-scholen) krijgt er op basis van deze berekeningen heel wat middelen bij. Het provinciaal onderwijs komt er dan weer bekaaid van af: het is een net met veel minder leerlingen maar met vooral beroeps- en technisch onderwijs en een grote b-stroom waarin veel leerlingen uit het buitengewoon onderwijs terecht komen. Ook het GO! behoort tot de grote verliezers. En dus, in plaats van resoluut te kiezen voor regionale, netoverschrijdende teams die sterke expertise opbouwen en die in alle scholen kunnen worden ingezet ongeacht het net, was men, op het overleg dat al dagenlang duurt, vooral aan het rekenen welk net wint en welk verliest. Om dan elk apart expertise in viervoud te ontwikkelen. Waarbij ondersteuners vooral in de auto zitten in plaats van voor de klas te staan. Een ongelooflijke verspilling van middelen die zo broodnodig zijn in het kader van het M-decreet, en mogelijks nog eens kunnen ingezet worden voor andere doeleinden dan voorzien: ondersteuning van leerkrachten en kinderen met zorgnoden. Dat de meerderheidspartijen zich anno 2017 nog steeds laten meeslepen in alweer een schoolstrijd bij het uittekenen van een nieuw ondersteuningsmodel dat voor jaren zal moeten standhouden, is onbegrijpelijk.