Het uitblijven van een duidelijk stikstofkader hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van vele landbouwers. De onzekerheid stuwt Boerenbond, Ferm en de Groene Kring tot een betoging. Hun vraag om een rechtszekere toekomst is terecht. Toch kan die er enkel komen wanneer er ook rechtszekerheid is voor de natuur. Met de voorliggende stikstofmaatregelen, die onvoldoende ingebed zijn in een bredere aanpak om de landbouw binnen de grenzen van natuur en milieu te krijgen, is het een kwestie van tijd voor het juridisch kaartenhuisje in elkaar stuikt. Dat zou een ramp zijn voor boeren én natuur, zo stellen Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu.

Een rechtszeker kader voor de landbouwer en voor de natuur

Elke landbouwer heeft recht op een kader dat toelaat duurzame investeringen te maken. Enkel een wetenschappelijk onderbouwde en integrale aanpak, die de verschillende klimaat- en biodiversiteitsuitdagingen als grenzen vastlegt waarbinnen economische activiteiten kunnen en die juridisch helder worden vertaald kan op deze vraag inspelen. Doen we dat niet, dan moeten landbouwers dit jaar investeren in stikstofreducerende maatregelen, volgend jaar om de waterkwaliteit in regel te brengen met de Europese Kaderrichtlijn, en nadien vaststellen dat onze gigantische mesthoop niet in lijn ligt met wat geëist wordt door de Europese Nitraatrichtlijn.

Stikstofbeleid moet zekerheid bieden aan boeren en natuur: juridisch kaartenhuisje dreigt in elkaar te storten.

Er kan pas sprake zijn van een rechtszeker kader voor de landbouwer, wanneer de rechtszekerheid voor de natuur gegarandeerd wordt. Wetgeving hoort ervoor te zorgen dat economische activiteiten de grenzen van de draagkracht van de natuur niet overschrijdt. Als wetgeving te soepel is of geen rekening houdt met cumulatieve effecten worden vergunningen juridisch aanvechtbaar en ontstaat rechtsonzekerheid. Te vaak is het wetgevend kader te soepel (denk bijvoorbeeld aan de toelating om te bemesten in natuurgebied), waardoor economische activiteiten te milieubelastend kunnen worden. Het stikstofarrest en het recente grondwaterarrest zijn slechts twee voorbeelden van een flagrante onderschatting van de bestaande wetgeving voor natuurbescherming. Op die manier worden maatregelen voor natuurbehoud, natuuruitbreiding of natuurherstel als de grote boeman gezien, terwijl ze net zorgen voor een goede uitgangssituatie voor economische activiteiten. Resultaat: een polarisatie die niemand verder helpt.

Staan de juiste boeren wel op de barricade?

In hun oproep menen de boerenorganisaties dat het dossier de hele sector aanbelangt. Dat is een foute claim: in de huidige plannen zullen het vooral de grondgebonden, kleinschalige landbouwers zijn die moeten inboeten. De stikstofbelasting op het milieu wordt nochtans door een kleine minderheid van vooral intensieve veeteeltbedrijven veroorzaakt. Bedrijven die vaak hun veevoeder aankopen uit het buitenland, en op deze manier ook stikstof (in de vorm van veevoer) importeren. Deze grote spelers ontspringen de dans doordat in de huidige voorstellen de nadruk ligt op staltechnieken waardoor de grotere (ammoniakemissiearme)stallen een hand boven het hoofd gehouden wordt. De milieuwinst die geboekt wordt door emissiereducerende maatregelen gaat zo verder teniet door de groei van de veestapel. Onder het mom van eco-efficiëntie kunnen zij verder inzetten op de exportstrategie richting onder meer Zuid-Korea. De agro-industrie is er opvallend goed in geslaagd om zichzelf buiten schot te houden. We hopen dat, naast de stem van enkele grote agro-industriële spelers, ook de stem van de meer kleinschalige landbouwers voldoende aan bod komt.

In de bedenkelijke voetsporen van Nederland

In Nederland regent het intussen rechtszaken. De Nederlandse stikstofaanpak nam de rechtszekerheid voor de natuur onvoldoende mee, is hierdoor in strijd met de Europese richtlijn voor natuurbescherming en zorgt bijgevolg voor een rollercoaster aan juridische bezwaarprocedures. De wetenschappelijke bevindingen werden onvoldoende meegenomen in de besluitvorming, en de ene na de andere vergunning wordt afgekeurd. Ook in België stevenen we af naar zo'n tikkende tijdbom: net zoals in Nederland worden vooral technologische maatregelen naar voren geschoven om de stikstofuitstoot te reduceren en komen natuurherstel en effectieve afbouw van de veestapel te weinig aan bod.

Maar deze maatregelen zijn onvoldoende, en leveren in de praktijk niet de reductie die ze in theorie beloven. Bovendien zorgt deze verkokerde aanpak ervoor dat andere problematieken totaal van de radar verdwijnen. Als we er met die methode al in slagen om op papier de juiste stikstofcijfers te halen, dan volgen we onze buurlanden in hun juridisch moeras. Een integrale en onderbouwde aanpak is de enige manier om dat te vermijden.

Heleen De Smet is beleidsexpert landbouw en voeding bij Bond Beter Leefmilieu.

Jos Ramaekers is beleidscoördinator bij Natuurpunt.

Het uitblijven van een duidelijk stikstofkader hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van vele landbouwers. De onzekerheid stuwt Boerenbond, Ferm en de Groene Kring tot een betoging. Hun vraag om een rechtszekere toekomst is terecht. Toch kan die er enkel komen wanneer er ook rechtszekerheid is voor de natuur. Met de voorliggende stikstofmaatregelen, die onvoldoende ingebed zijn in een bredere aanpak om de landbouw binnen de grenzen van natuur en milieu te krijgen, is het een kwestie van tijd voor het juridisch kaartenhuisje in elkaar stuikt. Dat zou een ramp zijn voor boeren én natuur, zo stellen Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu.Elke landbouwer heeft recht op een kader dat toelaat duurzame investeringen te maken. Enkel een wetenschappelijk onderbouwde en integrale aanpak, die de verschillende klimaat- en biodiversiteitsuitdagingen als grenzen vastlegt waarbinnen economische activiteiten kunnen en die juridisch helder worden vertaald kan op deze vraag inspelen. Doen we dat niet, dan moeten landbouwers dit jaar investeren in stikstofreducerende maatregelen, volgend jaar om de waterkwaliteit in regel te brengen met de Europese Kaderrichtlijn, en nadien vaststellen dat onze gigantische mesthoop niet in lijn ligt met wat geëist wordt door de Europese Nitraatrichtlijn.Er kan pas sprake zijn van een rechtszeker kader voor de landbouwer, wanneer de rechtszekerheid voor de natuur gegarandeerd wordt. Wetgeving hoort ervoor te zorgen dat economische activiteiten de grenzen van de draagkracht van de natuur niet overschrijdt. Als wetgeving te soepel is of geen rekening houdt met cumulatieve effecten worden vergunningen juridisch aanvechtbaar en ontstaat rechtsonzekerheid. Te vaak is het wetgevend kader te soepel (denk bijvoorbeeld aan de toelating om te bemesten in natuurgebied), waardoor economische activiteiten te milieubelastend kunnen worden. Het stikstofarrest en het recente grondwaterarrest zijn slechts twee voorbeelden van een flagrante onderschatting van de bestaande wetgeving voor natuurbescherming. Op die manier worden maatregelen voor natuurbehoud, natuuruitbreiding of natuurherstel als de grote boeman gezien, terwijl ze net zorgen voor een goede uitgangssituatie voor economische activiteiten. Resultaat: een polarisatie die niemand verder helpt.In hun oproep menen de boerenorganisaties dat het dossier de hele sector aanbelangt. Dat is een foute claim: in de huidige plannen zullen het vooral de grondgebonden, kleinschalige landbouwers zijn die moeten inboeten. De stikstofbelasting op het milieu wordt nochtans door een kleine minderheid van vooral intensieve veeteeltbedrijven veroorzaakt. Bedrijven die vaak hun veevoeder aankopen uit het buitenland, en op deze manier ook stikstof (in de vorm van veevoer) importeren. Deze grote spelers ontspringen de dans doordat in de huidige voorstellen de nadruk ligt op staltechnieken waardoor de grotere (ammoniakemissiearme)stallen een hand boven het hoofd gehouden wordt. De milieuwinst die geboekt wordt door emissiereducerende maatregelen gaat zo verder teniet door de groei van de veestapel. Onder het mom van eco-efficiëntie kunnen zij verder inzetten op de exportstrategie richting onder meer Zuid-Korea. De agro-industrie is er opvallend goed in geslaagd om zichzelf buiten schot te houden. We hopen dat, naast de stem van enkele grote agro-industriële spelers, ook de stem van de meer kleinschalige landbouwers voldoende aan bod komt.In Nederland regent het intussen rechtszaken. De Nederlandse stikstofaanpak nam de rechtszekerheid voor de natuur onvoldoende mee, is hierdoor in strijd met de Europese richtlijn voor natuurbescherming en zorgt bijgevolg voor een rollercoaster aan juridische bezwaarprocedures. De wetenschappelijke bevindingen werden onvoldoende meegenomen in de besluitvorming, en de ene na de andere vergunning wordt afgekeurd. Ook in België stevenen we af naar zo'n tikkende tijdbom: net zoals in Nederland worden vooral technologische maatregelen naar voren geschoven om de stikstofuitstoot te reduceren en komen natuurherstel en effectieve afbouw van de veestapel te weinig aan bod. Maar deze maatregelen zijn onvoldoende, en leveren in de praktijk niet de reductie die ze in theorie beloven. Bovendien zorgt deze verkokerde aanpak ervoor dat andere problematieken totaal van de radar verdwijnen. Als we er met die methode al in slagen om op papier de juiste stikstofcijfers te halen, dan volgen we onze buurlanden in hun juridisch moeras. Een integrale en onderbouwde aanpak is de enige manier om dat te vermijden. Heleen De Smet is beleidsexpert landbouw en voeding bij Bond Beter Leefmilieu.Jos Ramaekers is beleidscoördinator bij Natuurpunt.