Een paar dagen nadat Robbe De Hert de karavaan had verlaten, slenterde ik door de Minderbroedersrui in Antwerpen. In de etalage van galerie Bar à Images hing een prachtige foto van de regisseur.
...

Een paar dagen nadat Robbe De Hert de karavaan had verlaten, slenterde ik door de Minderbroedersrui in Antwerpen. In de etalage van galerie Bar à Images hing een prachtige foto van de regisseur. Eerst herkende ik hem niet. Hij leek niet op de oude man die ik in de tram weleens zag sukkelen met zijn kruk en die zijn laatste jaren in een OCMW-flat doorbracht. Op de zwart-witfoto was hij een hemelbestormer. Een dromer. Mooie jongen ook, met wilde ogen die de wereld wel aankonden. 'Robbe De Hert gefotografeerd door John Van gestel in 1970' staat er naast de foto. John is die dag in 1970 niet vergeten. Hij belde aan op het De Coninckplein 22 in Antwerpen, boven de nachtclub waar de regisseur toen woonde. Robbe stak zijn gezicht door het venster en riep naar beneden: 'Veur waddist, Johnneke?''Ik wil een foto maken van u, Robbe, voor mijn eindwerk fotografie.' Achtentwintig was Robbe in 1970 en hij was zo arm als Job. Zijn dagen sleet hij vooral in Brussel, waar hij een montagetafel had afgehuurd. Ook 's nachts monteerde hij daar voort aan de beelden die hij gedraaid had met een camera die hij van een rijke madame gekregen had. Meestal viel hij in slaap in de badkuip. Met zijn kortfilms had hij in 1970 een paar prijzen gewonnen, die hij met zijn handen in zijn zakken was komen ophalen. Maar het grote werk moest nog komen. In de zomer van dat jaar zou hij beginnen aan de opnames van zijn eerste langspeler, Camera Sutra.En toch deed zijn naam al overal de ronde. Godfried Bomans kwam hem interviewen voor de televisie in café De Boer van Tienen. En Louis Paul Boon noemde hem datzelfde jaar 'een godenjong'. Dat liet zelfs de ruige hemelbestormer niet onberoerd. Hij las de boeken van Boon al op de technische school, waar ze verboden waren wegens 'te erotisch'. Maar daar trok hij zich niets van aan. Hij kraste Et Dieu... créa la femme in het hout van zijn schoolbank en las verder. Jaren later dacht hij aan Boon voor een rol in zijn kortfilms. Nooit was hij nerveus, behalve toen hij naar Erembodegem moest bellen. De Rode Duivels speelden die avond. Hij wachtte tot de rust, want hij wist niet of mijnheer Boon ook naar het voetbal keek. 'Maar Robbe', zei die. 'Natuurlijk ken ik u. De verhalen die ik al over u gehoord heb. En waarmee kan ik u van dienst zijn?' De regisseur bood Boon de hoofdrol aan. 'Robbe liep mijn huis plat', schreef Boon in 1970. 'Vol van die film en nimmer luisterend naar wat de anderen te vertellen hadden. Soms praatte iemand over kunst, over humor, of over mooie meisjes. Maar nooit langer dan twee minuten. De derde minuut was Robbe weer aan het woord: "In mijn film..." En kunt ge zo'n jongen, zo'n godenkind, iets weigeren? Ik aanvaardde en hij zoende me alsof ik zijn meisje was dat "ja" gezegd had.' Robbe maakte de jongensdroom van Boon waar: filmster worden. En hij zorgde, tot zijn groot jolijt, ook nog eens voor een bloedmooie tegenspeelster: Betsy Blair, de ex van Gene Kelly. Twee weken filmde het gezelschap in Mol, dat ze omdoopten tot Mollywood. Boon was razend enthousiast over de opnames, al viel de bedscène met Betsy tegen. 'Moest ik daarvoor levenslang ervan dromen, met een Amerikaanse filmster naar bed te mogen? Om Robbe er zelf bij te zien, met meter in de hand, om na te gaan of ik wel zoals in het script op 15 centimeter afstand lag?' Beste VRT, vorig weekend heb ik De bom opnieuw bekeken. Helaas niet op jullie platformen. Daar staat alleen De Witte op: de enige film van Robbe De Hert die jullie nog heruitzenden - alsof hij maar één fantastische film gemaakt heeft. Vergeet De bom niet, opgedragen aan Tarzan . Het gaat over Louis, een garagist die in zijn tuin een atoombom vindt die de Amerikanen verloren hadden. Hij is compleet in de war, omdat hij beseft dat hij plots zo machtig is als de president van Amerika. Daarna schrijft hij een brief naar de regering: de wereld moet veranderen of de bom gaat af. Uiteindelijk loopt het slecht af met Louis. De bom is al vijftig jaar oud, maar vertelt nog altijd over het leven van vandaag. Over de weerloosheid van de gewone man die, zelfs met een atoombom in zijn handen, faalt. Heel even laten Robbe De Hert en Boon uitschijnen dat alles anders zal worden. Dáárom is het fantastische cinema. Later zou het duo nog één keer samenwerken. In de maanden voor zijn dood schreef Boon mee aan de dialogen van De Witte. Hij waarschuwde de regisseur ook dat de tjeven zijn film wilden afpakken. Robbe geloofde er geen fluit van. Tot er op een CVP-congres vragen gesteld werden. Dat uitgerekend een dieprode regisseur de Vlaamse klassieker De Witte wilde verfilmen, vonden ook de Vlaams-nationalisten maar niets. 'De witte wordt een rooie' kopte 't Pallieterke, omdat er in het Zichem van 1900 plots socialisten opdoken. Robbe De Snert noemden ze hem. Niet dat de sossen hem dankbaar waren. Toen hij later Priester Daens van Boon wilde verfilmen, lagen ze op alle mogelijke manieren dwars. Net als de liberalen. 'Na mijn dood zal ik een goeie zijn', zei Robbe vaak in interviews en hij kreeg gelijk. Het nieuws van zijn overlijden was nog maar net bekend of de tweets van politici stroomden al binnen. Dat hij toch zo'n groot regisseur was en si en la. 'RIP Robbe.' Toen moest ik denken aan die keer dat ik hem, na een interview, vergezelde naar het Filmfestival van Oostende. De politici van alle kleuren die hem vorige week zo eerden, wandelden die avond in een grote boog om hem heen. Het kon hem geen bal schelen. Hij kwam - wellicht als enige die avond - voor de film. In de trein terug naar huis zei hij dat 'ze hem nooit kapot gekregen hadden door te zeggen dat wat hij deed niets betekende'. Beste VRT, in dit land hebben ze een hekel aan monumentenzorg. Daarom hoop ik dat jullie tenminste ons erfgoed eren. Zoals de fijne lui van Cinematek, die De bom onlangs met liefde gedigitaliseerd hebben. Laat De bom weer afgaan in primetime, en zend daarna zijn al even geweldige Camera Sutra uit. Die film gaat niet over wat u denkt: er is geen blote borst of kont te zien, al is het nu ook niet meteen gezinsvriendelijk amusement. Wel een ongenadig portret van dit land. Die films uitzenden, dat zou een bom zijn in het soms tergend hypocriete Vlaanderen. Maar ook het ultieme eresaluut voor de jongen met zijn wilde ogen, die John Van gestel in 1970 zo goed vereeuwigde. Het godenkind dat dromen waarmaakte en de wereld eens ging leren wat film is. Dank om het te overwegen, Stijn Tormans