Aan Bart Casters is hij een schadevergoeding verschuldigd van 1.280 euro. Het andere bestuurslid kreeg 540 euro schadevergoeding toegewezen. De gerechtskosten van 86 euro zijn ook voor rekening van Stijnen. "Stijn wilde alleen vragen naar hetgeen waar hij recht op had. Uiteraard was hij kwaad. Verder was het slechts in een beperkte periode, van 27 februari tot 19 mei 2017. Het is niet bewezen dat hij de rust ernstig verstoord had. Het is totaal onrechtvaardig als hier de schuld zou weerhouden worden", pleitte zijn advocaat Walter Van Steenbrugge. Stijnen zei dat hij zijn hart en ziel in de club had gestoken en nooit een dreigement geuit had. De rechtbank zag het echter anders. "Hij eiste in de berichten niet alleen waar hij recht op had, maar maakte ook verwijten en liet zich een aantal keren laagdunkend uit over de twee heren. De berichten waren telkens aan hen persoonlijk gericht, op alle momenten van de dag, zowel tijdens de week, als tijdens het weekend. Hij wist dat de heren niet gediend waren met zijn wijze van communiceren. Ze hadden hem meermaals verzocht geen rechtstreeks contact met hen op te nemen. Er was hem ook meerdere keren duidelijk gemaakt dat er op zijn eisen niet zou worden ingegaan. Door op deze manier te proberen zijn gelijk te halen in de onderlinge discussie heeft beklaagde op een niet aanvaardbare wijze de rust van de twee mannen verstoord. Het ging niet louter om een uiting van kwaadheid, " aldus de strafrechter. De rechtbank voegde eraan toe dat de discussie betrekking had op de vroegere professionele verhouding tussen beklaagde en Casters en het andere bestuurslid, terwijl Stijnen de berichten persoonlijk aan de twee heren richtte. Hij had tal van andere kanalen kunnen gebruiken om de discussie te laten beslechten. De rechtbank achtte hem dus schuldig, maar kreeg de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende drie jaar. (Belga)

Aan Bart Casters is hij een schadevergoeding verschuldigd van 1.280 euro. Het andere bestuurslid kreeg 540 euro schadevergoeding toegewezen. De gerechtskosten van 86 euro zijn ook voor rekening van Stijnen. "Stijn wilde alleen vragen naar hetgeen waar hij recht op had. Uiteraard was hij kwaad. Verder was het slechts in een beperkte periode, van 27 februari tot 19 mei 2017. Het is niet bewezen dat hij de rust ernstig verstoord had. Het is totaal onrechtvaardig als hier de schuld zou weerhouden worden", pleitte zijn advocaat Walter Van Steenbrugge. Stijnen zei dat hij zijn hart en ziel in de club had gestoken en nooit een dreigement geuit had. De rechtbank zag het echter anders. "Hij eiste in de berichten niet alleen waar hij recht op had, maar maakte ook verwijten en liet zich een aantal keren laagdunkend uit over de twee heren. De berichten waren telkens aan hen persoonlijk gericht, op alle momenten van de dag, zowel tijdens de week, als tijdens het weekend. Hij wist dat de heren niet gediend waren met zijn wijze van communiceren. Ze hadden hem meermaals verzocht geen rechtstreeks contact met hen op te nemen. Er was hem ook meerdere keren duidelijk gemaakt dat er op zijn eisen niet zou worden ingegaan. Door op deze manier te proberen zijn gelijk te halen in de onderlinge discussie heeft beklaagde op een niet aanvaardbare wijze de rust van de twee mannen verstoord. Het ging niet louter om een uiting van kwaadheid, " aldus de strafrechter. De rechtbank voegde eraan toe dat de discussie betrekking had op de vroegere professionele verhouding tussen beklaagde en Casters en het andere bestuurslid, terwijl Stijnen de berichten persoonlijk aan de twee heren richtte. Hij had tal van andere kanalen kunnen gebruiken om de discussie te laten beslechten. De rechtbank achtte hem dus schuldig, maar kreeg de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende drie jaar. (Belga)