Prijkt er een pinguïn op een van de werken?
...

Prijkt er een pinguïn op een van de werken? Stefanos Rokos: Nee. U verwijst naar de eerste keer dat ik Cave persoonlijk heb ontmoet. Dat was in London, na een concert in The Royal Albert Hall. Hij zag me staan, draaide zich om en vroeg of hij een mopje mocht vertellen. Het was een grap over een man met een vrachtwagen vol pinguïns. Daarna ontmoetten we elkaar vaker en dankzij dit project, waarin ik elke song van het album 'schilderde', werden we vrienden. Ik stopte geen pinguïns in een van de doeken omdat ik niet weet hoeveel pinguïns in die vrachtwagen zaten. Ik ben heel zorgvuldig, elk detail moet kloppen. Daarom tekende ik in Hallelujah - dat hoort bij de gelijknamige song over een man die er in pyjama op uittrekt maar niet durft toe te geven aan het avontuur - twintig emmers tranen. Precies zoals Cave het zingt. Waarom wilde u net met dit album uit 2001 aan de slag? Rokos: Het raakte me als mens en als kunstenaar. Toen het verscheen, trachtte ik mijn relatie te redden. Tevergeefs. Op dit album zingt Cave over het verlangen naar de liefde en God. Daar identificeerde ik me mee. Elke song riep een beeld bij me op. In die periode was ik postgraduaatstudent druktechniek aan de Wimbledon School of Art in Londen. Ik gebruikte de song The Sorrowfull Wife als basis voor mijn eerste houtsnede en graveerde er de eerste zin in: ' I married my wife on the day of the eclipse'. Die zin vat de basisemotie van het album. De gedachte aan het album en de beelden die het bij me opriep, lieten me niet los. In 2015 vroeg ik Cave zijn toestemming. Hij was meteen enthousiast. Hoe ging u vervolgens te werk? Rokos: Gedurende drie jaar werkte ik aan twee schilderijen tegelijkertijd. Elk werk nam ongeveer drie maanden in beslag. Bless His Ever Loving Heart en Grief Came Riding hield ik voor het laatst. Die twee letterlijk donkerdere werken kwamen tot stand op de papieren die ik gebruikte als palet tijdens het werken aan de andere werken. Onder die twee donkere schilderijen liggen alle kleuren en schetsjes begraven van de andere schilderijen. Dat kun je zelfs zien aan de kleurrijke randen van die beide werken. Een van de meest imposante stukken is de geborduurde versie van No More Shall We Part, waarop je een knusse muziekkamer ziet. Een grijze zuil lijkt de kamer op te splitsen. Antonio Pantazi werkte er meer dan twee jaar aan, onder mijn supervisie. Tijdens de expo tonen we ook een documentaire over 'the making of'. Cave is een muze, hij zingt wat ik wil schilderen. En omgekeerd! Bij Grief Came Riding - een lied over een man die op een bankje uitkijkt over de Thames - tekende ik een lange, zwarte brug. Toen Cave mijn atelier bezocht, zei hij: 'Dit is exact waar ik aan dacht toen ik de song schreef.' Cave koos uiteindelijk Darker With The Day, een bonte explosie van ragfijn getekende bloemen, voor zijn privécollectie. Luisterde u continu naar de plaat? Rokos: No More Shall We Part is wellicht het album dat het meest gespeeld is in mijn atelier. De muziek speelt ook in loop tijdens de expo. Per werk kun je naar de bijbehorende song luisteren en de songtekst lezen. We plannen overigens enkele grote verrassingen. Muzikant Stef Kamil Carlens is al jaren een van mijn beste vrienden. Hij promootte de vernissage van de expo in Athene. In Antwerpen is hij er zeker bij. Meer verklap ik niet! (lacht)