Is dit jullie 'noodfonds in coronatijden'?
...

Is dit jullie 'noodfonds in coronatijden'? Stefaan Degand: Dat we al tijdens Zomer in O - een alternatief voor Theater aan Zee in Oostende - in première gaan, komt door de coronacrisis. Die crisis dwingt ons, freelancende theatermakers, om zélf te ondernemen. Van de grote cultuurhuizen hoeven we niets te verwachten. Carpe diem is het motto van de in coronatijden overlevende kunstenaar. Er moet brood op de planken komen, hè? Er móét gespeeld worden! Elien en ik brengen geen 'corona-conceptuele performance' maar een verhaal over universele thema's: de liefde, de zin van het leven, doodsangst. Elien Hanselaer: Nadat Stefaan me vorig jaar aan het werk had gezien in Afropean/Human Being, dat ik met Sukina Douglas voor de KVS maakte, spraken we af om ooit samen te werken. Nu veel grote producties geannuleerd worden, ontstond er in de programmering van cultuurcentra ruimte voor kleinschaliger projecten. Zoals het onze! In de zoektocht naar een goede tekst dacht ik aan Ashes to Ashes. Niet de song van David Bowie - die heeft niets met het stuk te maken, we gebruiken de muziek ook niet - maar de tekst die Harold Pinter in 1996 schreef. Waarom koos u net die tekst? Hanselaer: Pinter voert Rebecca en Devlin op. Het koppel zit in hun huis, hun situatie lijkt op de quarantaine die wij dit voorjaar meemaakten. Ze praten over seks, over Rebecca's voorbije relatie, en over de gruweldaden tijdens de Holocaust - zonder hem expliciet te vermelden. Tot drie jaar geleden woonde ik in Londen. Daar ontmoette ik Harry Burton, de regisseur met wie Pinter vaak samenwerkte. Hij toonde me een filmpje waarin Pinter vertelt hoe hij Ashes to Ashes in één ruk schreef nadat hij op vakantie Erinnerungen, het boek van naziarchitect Albert Speer, had gelezen. Degand:Pinter schreef een heel gelaagde tekst. Achter elke 'simpele' zin schuilt een wereld van bedoelingen en gedachten. Na de eerste lezing denk je: fijn gesprek tussen twee geliefden. Maar de tekst is als een schilderij. Hoe langer je ernaar tuurt, hoe meer je erin ontdekt. Devlin, bijvoorbeeld, vist niet zomaar naar de ruwe seks die Rebecca had met haar ex. Hij speelt een spel en tracht Rebecca uit haar nachtmerrieachtige dromen te leiden. Wat is er aan de hand met Rebecca? Hanselaer:Ze zegt letterlijk: 'Er is mij nog nooit iets overkomen.' Ze leeft in een gouden kooi. Vandaaruit denkt ze na over wat fout ging en gaat in de wereld. Ze lijkt op ons, mensen in het Westen. De migratiecrisis, de Black Lives Matter-beweging, de klimaatopwarming: we kijken ernaar vanuit onze gouden kooi. We beseffen dat we iets moeten doen, maar we veranderen liever niets aan onze levensstijl. Spelen jullie in een gouden kooi? Degand: In Oostende spelen we, chic uitgedost, in de openlucht. Er zijn veel meeuwen, veel zand, veel onkruid en een muur. Daarop projecteren we het persbeeld dat Kris Dewitte van ons - tegen elkaar aan liggend - maakte. En er ligt een jachtgeweer... Hanselaer:Die foto als achtergrondbeeld in hun woonkamer onderstreept hun narcisme. Ze vinden zichzelf zo mooi dat ze altijd naar zichzelf willen kijken. Verlaten we de zaal met zin in seks of met zin om de wereld te verbeteren? Hanselaer: Beide! Dit stuk is een reflectie op hoe egocentrisch de westerse mens is. Maar tijdens de repetities zeiden we het al tegen elkaar: we hopen dat de mensen geil naar huis gaan. (lacht)