Statistiek Vlaanderen publiceert dinsdag cijfers over de leerlingenkenmerken die het sociale profiel van een school bepalen. De meeste kenmerken blijven relatief stabiel. Zo had vorig schooljaar (2019-2020) 21 procent van de kleuters en lagere school-leerlingen een laagopgeleide moeder. Dat is exact hetzelfde cijfer als het schooljaar voordien.

Voor leerlingen in het secundair onderwijs is er wel een opvallend verschil tussen de leerlingen in het buitgenwoon secundair onderwijs (bso) en de leerlingen in het algemeen secundair onderwijs (aso). Het aandeel leerlingen in het bso met een laagopgeleide moeder (43 procent) ligt vier keer zo hoog als bij leerlingen in het aso (11 procent).

Nog opvallend is de stijging van het aantal kleuters en lagere school-leerlingen die thuis geen Nederlands spreken. Vorig schooljaar is dat aandeel gestegen naar 25 procent bij de kleuters en naar 22 procent bij de leerlingen in het lager onderwijs. Tegenover het schooljaar voordien gaat het 'maar' om een stijging met 1 procentpunt, maar tien jaar geleden ging het nog om 17,2 procent van de kleuters en 13,6 procent van de leerlingen in de lagere school.

Taalscreening

'Je kan niet wegkijken van deze evolutie. Je kan niet volhouden dat we niets moeten doen', reageert Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). Hij ziet in de evolutie een bewijs dat er op school nog meer moet ingezet worden op de kennis van het Nederlands. 'Met een taalscreening in de kleuterklas en aangescherpte eindtermen die meer nadruk leggen op onze taal', klinkt het.

Uit de cijfers van Statistiek Vlaanderen blijkt ook nog dat bijna 4 op de 10 kleuters en lagere school-leerlingen een schooltoeslag hebben ontvangen. Die schooltoeslag maakt deel uit van het nieuwe Groeipakket en vervangt sinds 2019-2020 de vroegere schooltoelage. Bij die omvorming werden de selectiecriteria verruimd en de toekenningsprocedure aangepast. Daardoor nam het aantal leerlingen dat een schooltoeslag krijgt sterk toe.

Statistiek Vlaanderen publiceert dinsdag cijfers over de leerlingenkenmerken die het sociale profiel van een school bepalen. De meeste kenmerken blijven relatief stabiel. Zo had vorig schooljaar (2019-2020) 21 procent van de kleuters en lagere school-leerlingen een laagopgeleide moeder. Dat is exact hetzelfde cijfer als het schooljaar voordien. Voor leerlingen in het secundair onderwijs is er wel een opvallend verschil tussen de leerlingen in het buitgenwoon secundair onderwijs (bso) en de leerlingen in het algemeen secundair onderwijs (aso). Het aandeel leerlingen in het bso met een laagopgeleide moeder (43 procent) ligt vier keer zo hoog als bij leerlingen in het aso (11 procent). Nog opvallend is de stijging van het aantal kleuters en lagere school-leerlingen die thuis geen Nederlands spreken. Vorig schooljaar is dat aandeel gestegen naar 25 procent bij de kleuters en naar 22 procent bij de leerlingen in het lager onderwijs. Tegenover het schooljaar voordien gaat het 'maar' om een stijging met 1 procentpunt, maar tien jaar geleden ging het nog om 17,2 procent van de kleuters en 13,6 procent van de leerlingen in de lagere school. 'Je kan niet wegkijken van deze evolutie. Je kan niet volhouden dat we niets moeten doen', reageert Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). Hij ziet in de evolutie een bewijs dat er op school nog meer moet ingezet worden op de kennis van het Nederlands. 'Met een taalscreening in de kleuterklas en aangescherpte eindtermen die meer nadruk leggen op onze taal', klinkt het. Uit de cijfers van Statistiek Vlaanderen blijkt ook nog dat bijna 4 op de 10 kleuters en lagere school-leerlingen een schooltoeslag hebben ontvangen. Die schooltoeslag maakt deel uit van het nieuwe Groeipakket en vervangt sinds 2019-2020 de vroegere schooltoelage. Bij die omvorming werden de selectiecriteria verruimd en de toekenningsprocedure aangepast. Daardoor nam het aantal leerlingen dat een schooltoeslag krijgt sterk toe.