Het rapport documenteert de grote gevolgen voor kinderen in het conflict in de regio in Niger, waarbij de gewapende groeperingen Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS) en het aan Al-Qaida gelieerde Jama'at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM) betrokken zijn. Zowel ISGS als JNIM maakt zich schuldig aan oorlogsmisdrijven en andere schendingen, zoals het vermoorden van burgers en het aanvallen van scholen. In sommige gebieden zijn vrouwen en meisjes uitgesloten van activiteiten buitenshuis en lopen ze het risico te worden ontvoerd of gedwongen te moeten trouwen met strijders. Het conflict in Tillabéri is sinds begin dit jaar geëscaleerd. Het aantal dodelijke slachtoffers dat waarschijnlijk viel als gevolg van het conflict in Niger, Mali en Burkina Faso is gestegen van 1.292 in 2017 tot 6.234 in 2020. Gewapende groeperingen brachten dit jaar al meer dan 60 kinderen om het leven in het grensgebied van Niger. De autoriteiten van Niger slagen er niet in hun burgers te beschermen. Getuigen van aanslagen beschreven hoe, ondanks hun dringende oproepen, de regeringstroepen vaak pas kwamen nadat het doden en plunderen was geëindigd. "Niger staat aan de afgrond. De autoriteiten en internationale partners moeten dringend stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat kinderen beter toegerust zijn om een toekomst voor zichzelf op te bouwen", zegt Matt Wells van Amnesty International. Het conflict begon in 2012 in Mali en breidde zich sindsdien uit naar de buurlanden Burkina Faso en Niger. Gewapende groeperingen strijden om de controle in de grensgebieden en komen vaak in botsing met het leger van Niger en troepen uit landen als Tsjaad, Mali, Burkina Faso en Frankrijk. Naar schatting 13,2 miljoen mensen in de drie landen zullen dit jaar humanitaire hulp nodig hebben, en ongeveer 1,9 miljoen mensen zijn intern ontheemd. (Belga)

Het rapport documenteert de grote gevolgen voor kinderen in het conflict in de regio in Niger, waarbij de gewapende groeperingen Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS) en het aan Al-Qaida gelieerde Jama'at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM) betrokken zijn. Zowel ISGS als JNIM maakt zich schuldig aan oorlogsmisdrijven en andere schendingen, zoals het vermoorden van burgers en het aanvallen van scholen. In sommige gebieden zijn vrouwen en meisjes uitgesloten van activiteiten buitenshuis en lopen ze het risico te worden ontvoerd of gedwongen te moeten trouwen met strijders. Het conflict in Tillabéri is sinds begin dit jaar geëscaleerd. Het aantal dodelijke slachtoffers dat waarschijnlijk viel als gevolg van het conflict in Niger, Mali en Burkina Faso is gestegen van 1.292 in 2017 tot 6.234 in 2020. Gewapende groeperingen brachten dit jaar al meer dan 60 kinderen om het leven in het grensgebied van Niger. De autoriteiten van Niger slagen er niet in hun burgers te beschermen. Getuigen van aanslagen beschreven hoe, ondanks hun dringende oproepen, de regeringstroepen vaak pas kwamen nadat het doden en plunderen was geëindigd. "Niger staat aan de afgrond. De autoriteiten en internationale partners moeten dringend stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat kinderen beter toegerust zijn om een toekomst voor zichzelf op te bouwen", zegt Matt Wells van Amnesty International. Het conflict begon in 2012 in Mali en breidde zich sindsdien uit naar de buurlanden Burkina Faso en Niger. Gewapende groeperingen strijden om de controle in de grensgebieden en komen vaak in botsing met het leger van Niger en troepen uit landen als Tsjaad, Mali, Burkina Faso en Frankrijk. Naar schatting 13,2 miljoen mensen in de drie landen zullen dit jaar humanitaire hulp nodig hebben, en ongeveer 1,9 miljoen mensen zijn intern ontheemd. (Belga)