In steden komt alles samen. Dat hebben we aan den lijve ondervonden in deze coronacrisis. Steden werden hard geconfronteerd met besmettingen en ook de gevolgen van deze ongeziene crisis werden er al snel duidelijk. Maatregelen getuigden daarenboven soms van een gebrek aan affiniteit met de leefwereld van de stedeling. Iemand die op een appartement woont, had weinig aan de heropening van tuincentra, die wilde op het gras van een park kunnen zitten. Spanningen liepen op. De ongelijkheden, aangescherpt door de crisis, werden nog duidelijker. Heel snel werd in de steden voelbaar dat de coronacrisis allesbehalve een 'grote gelijkmaker' was.

Maar steden zijn duidelijk ook laboratoria voor de exitstrategie. De antwoorden die steden als London, Parijs, Berlijn, Barcelona, Montreal, maar ook Brussel, Gent en Leuven bieden op corona, zorgen vaak voor een keuze richting een duurzame, veerkrachtige toekomst. Door veilige ruimte vrij te maken voor mensen, vergroten we de plaats voor voetgangers en fietsers. Door parken open te stellen en woonerven, speel- en beleefstraten en fietszones in te richten kunnen mensen die opgesloten zitten in een te klein appartement, even buiten op adem komen. Door de eigen stad in te richten als ideale citytrip, versterken we de lokale economie en steunen we de lokale handel en artiesten. De antwoorden die je in vele steden vindt, zijn vandaag relevanter dan ooit en zetten een postcorona-tijdperk op de rails richting een andere, duurzame en eerlijke samenleving.

Steden zijn laboratoria voor de exitstrategie.

Heel wat steden waren hoe dan ook al bezig met dergelijke veranderingen, lang voor corona. Stadsgerichte- en regionale landbouw maakt een gezonder en lokaal verankerd voedselsysteem mogelijk. Stedelijke energiecoöperaties maken mensen onafhankelijk van grote energieconcerns. Burgers organiseren zelf repair cafés en tonen zo het alternatief voor de wegwerpeconomie. Publieke ruimte wordt herverdeeld ten gunste van de actieve weggebruiker en openbaar vervoer. Nieuwe vormen van wonen maken dat we zuiniger omspringen met ruimte en zorgen voor meer ontmoeting en levenskwaliteit. De contouren van die andere samenleving worden al langer zichtbaar in de steden. Tijd om ze als deel van de exitstrategie versneld uit te rollen.

Steden nemen het voortouw omdat ze snelle, uitvoerbare oplossingen nodig hebben voor heel concrete, voelbare problemen. Hoge energiefacturen. Te weinig plaats voor voetgangers en fietsers. Eenzaamheid en armoede. Gebrek aan groene ruimte. Steden combineren een hier-en-nu-aanpak met een verbeeldend en inspirerend toekomstbeeld. De coronacrisis dwingt ons om sneller en drastischer in te grijpen dan tot enkele maanden geleden mogelijk leek. Net daarom is het perspectief op een weerbare, rechtvaardige en duurzame samenleving zo belangrijk: het geeft zin en richting aan de maatregelen die we deze maanden optuigen.

Een hobbel op een verder vlekkeloos parcours?

We kunnen natuurlijk ook doen alsof dit een hobbel was op een verder vlekkeloos parcours en de machine weer aanzwengelen. Back to business as usual. In de wetenschap dat we dan nog minder bestand zullen zijn tegen het volgende virus, de volgende crisis, de volgende exponentiële curve. Wij pleiten ervoor om dat niét te doen. Deze crisis is immers vooral een pijnlijke illustratie van hoe weinig ons economisch model bestand is tegen de schok van een pandemie. De exit uit deze crisis is daarom best ook de poort naar een andere samenleving.

Want we kunnen andere keuzes maken. Dat tonen vele steden. Via de enorme inspanning die we moeten leveren om onze samenleving coronaproof te maken en de aangerichte schade terug te dringen, kunnen we in één beweging ook zorgen voor meer lokale en economische veerkracht en rechtvaardigheid. Als we nu volop koers zetten richting een circulaire, klimaatneutrale economie, koppelen we levenskwaliteit en waardevolle jobs aan een duurzame economische relance. Zonder dat we onszelf in de voet schieten.

Steden die de coronacrisis beantwoorden met maatregelen die zo veel mogelijk mensen vooruit helpen, leggen de basis voor een structurele omslag naar een duurzame en rechtvaardige samenleving. Zo maken we van deze vreselijke crisis toch enigszins een 'gelijkmaker'. Geven we hoop aan iedereen, niet enkel aan wie het zich kan permitteren. We willen niet zomaar uit deze crisis kruipen, we willen met wat we opbouwen de samenleving echt de goede kant op sturen. Het is het moment om te durven springen.

Elke Van den Brandt is Brussels minister van mobiliteit.

David Dessers is Leuvens schepen van mobiliteit, klimaat en duurzaamheid, landbouw en consumptie.

Tine Heyse is Gents schepen voor milieu, klimaat, wonen en Noord-Zuid.

Bart Dhondt is Brussels schepen van mobiliteit en openbare werken.

In steden komt alles samen. Dat hebben we aan den lijve ondervonden in deze coronacrisis. Steden werden hard geconfronteerd met besmettingen en ook de gevolgen van deze ongeziene crisis werden er al snel duidelijk. Maatregelen getuigden daarenboven soms van een gebrek aan affiniteit met de leefwereld van de stedeling. Iemand die op een appartement woont, had weinig aan de heropening van tuincentra, die wilde op het gras van een park kunnen zitten. Spanningen liepen op. De ongelijkheden, aangescherpt door de crisis, werden nog duidelijker. Heel snel werd in de steden voelbaar dat de coronacrisis allesbehalve een 'grote gelijkmaker' was. Maar steden zijn duidelijk ook laboratoria voor de exitstrategie. De antwoorden die steden als London, Parijs, Berlijn, Barcelona, Montreal, maar ook Brussel, Gent en Leuven bieden op corona, zorgen vaak voor een keuze richting een duurzame, veerkrachtige toekomst. Door veilige ruimte vrij te maken voor mensen, vergroten we de plaats voor voetgangers en fietsers. Door parken open te stellen en woonerven, speel- en beleefstraten en fietszones in te richten kunnen mensen die opgesloten zitten in een te klein appartement, even buiten op adem komen. Door de eigen stad in te richten als ideale citytrip, versterken we de lokale economie en steunen we de lokale handel en artiesten. De antwoorden die je in vele steden vindt, zijn vandaag relevanter dan ooit en zetten een postcorona-tijdperk op de rails richting een andere, duurzame en eerlijke samenleving. Heel wat steden waren hoe dan ook al bezig met dergelijke veranderingen, lang voor corona. Stadsgerichte- en regionale landbouw maakt een gezonder en lokaal verankerd voedselsysteem mogelijk. Stedelijke energiecoöperaties maken mensen onafhankelijk van grote energieconcerns. Burgers organiseren zelf repair cafés en tonen zo het alternatief voor de wegwerpeconomie. Publieke ruimte wordt herverdeeld ten gunste van de actieve weggebruiker en openbaar vervoer. Nieuwe vormen van wonen maken dat we zuiniger omspringen met ruimte en zorgen voor meer ontmoeting en levenskwaliteit. De contouren van die andere samenleving worden al langer zichtbaar in de steden. Tijd om ze als deel van de exitstrategie versneld uit te rollen.Steden nemen het voortouw omdat ze snelle, uitvoerbare oplossingen nodig hebben voor heel concrete, voelbare problemen. Hoge energiefacturen. Te weinig plaats voor voetgangers en fietsers. Eenzaamheid en armoede. Gebrek aan groene ruimte. Steden combineren een hier-en-nu-aanpak met een verbeeldend en inspirerend toekomstbeeld. De coronacrisis dwingt ons om sneller en drastischer in te grijpen dan tot enkele maanden geleden mogelijk leek. Net daarom is het perspectief op een weerbare, rechtvaardige en duurzame samenleving zo belangrijk: het geeft zin en richting aan de maatregelen die we deze maanden optuigen.Een hobbel op een verder vlekkeloos parcours?We kunnen natuurlijk ook doen alsof dit een hobbel was op een verder vlekkeloos parcours en de machine weer aanzwengelen. Back to business as usual. In de wetenschap dat we dan nog minder bestand zullen zijn tegen het volgende virus, de volgende crisis, de volgende exponentiële curve. Wij pleiten ervoor om dat niét te doen. Deze crisis is immers vooral een pijnlijke illustratie van hoe weinig ons economisch model bestand is tegen de schok van een pandemie. De exit uit deze crisis is daarom best ook de poort naar een andere samenleving.Want we kunnen andere keuzes maken. Dat tonen vele steden. Via de enorme inspanning die we moeten leveren om onze samenleving coronaproof te maken en de aangerichte schade terug te dringen, kunnen we in één beweging ook zorgen voor meer lokale en economische veerkracht en rechtvaardigheid. Als we nu volop koers zetten richting een circulaire, klimaatneutrale economie, koppelen we levenskwaliteit en waardevolle jobs aan een duurzame economische relance. Zonder dat we onszelf in de voet schieten.Steden die de coronacrisis beantwoorden met maatregelen die zo veel mogelijk mensen vooruit helpen, leggen de basis voor een structurele omslag naar een duurzame en rechtvaardige samenleving. Zo maken we van deze vreselijke crisis toch enigszins een 'gelijkmaker'. Geven we hoop aan iedereen, niet enkel aan wie het zich kan permitteren. We willen niet zomaar uit deze crisis kruipen, we willen met wat we opbouwen de samenleving echt de goede kant op sturen. Het is het moment om te durven springen. Elke Van den Brandt is Brussels minister van mobiliteit.David Dessers is Leuvens schepen van mobiliteit, klimaat en duurzaamheid, landbouw en consumptie.Tine Heyse is Gents schepen voor milieu, klimaat, wonen en Noord-Zuid.Bart Dhondt is Brussels schepen van mobiliteit en openbare werken.