Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Sinds de lockdown ben ik zelf eindelijk weer wat meer aan het sporten', zegt Stephanie Scheirlynck vanuit haar werkkamer in Nevele, gelegen tussen Aalter en Gent. 'Ik fiets en loop weer regelmatig en daar ben ik heel blij om, want de voorbije jaren kwam ik er nog nauwelijks toe. Al mijn tijd ging op aan mijn werk en mijn gezin.' Aan de muur achter Scheirlynck hangen truitjes van wielrenners en atleten. Van Wout van Aert, Greg Van Avermaet, Jolien D'Hoore en oud-wereldkampioen Mads Pedersen, en van Europees kampioen op de marathon Koen Naert en olympisch en wereldkampioene Nafi Thiam. Allemaal toppers in hun sport, allemaal worden ze door Scheirlynck begeleid en klaargestoomd. Net zoals zoals de voetballers van RSC Anderlecht en de renners van Trek-Segafredo, die momenteel actief zijn in de Ronde van Italië, waar kopman Vincenzo Nibali op de eindoverwinning mikt. 'Tot vorig jaar deden ze binnen die ploeg eigenlijk maar wat', zegt Scheirlynck. 'In korte tijd heb ik er een heel systeem uitgebouwd dat bepaalt welke voeding en drank ze het hele jaar door tot zich moeten nemen, op individueel niveau. Het is leuk om te zien dat die nieuwe aanpak bijvoorbeeld voor Richie Porte, die derde werd in de Ronde van Frankrijk, al meteen zijn vruchten afwerpt. Voor wie aan topsport doet, is het nu eenmaal essentieel om te weten wanneer je wat moet eten en in welke hoeveelheden.' De top van de Belgische sportwereld wil met u samenwerken. Twijfelt u nog vaak aan uzelf? Stephanie Scheirlynck: O ja. Ik ben een weegschaal van sterrenbeeld, ik twijfel vaak over kleine dingen. Voor de foto bij dit interview kon ik bijvoorbeeld niet kiezen tussen twee truitjes en heb ik uiteindelijk mijn man laten beslissen. En dat gebeurt wel vaker. (lacht) Maar in mijn werk is dat gelukkig minder het geval. Als je met topsporters werkt, mag je niet te veel twijfelen. Zij voelen dat heel snel aan, en voor een topsporter is twijfel nefast: ze moeten je op je woord kunnen geloven. In het begin zei ik dikwijls dat ik iets zou opzoeken, om zeker te zijn, maar ondertussen heb ik voldoende ervaring opgebouwd en probeer ik hen van mijn ideeën te overtuigen. Zo heb ik eind vorig jaar tegen Jasper Stuyven gezegd dat hij van zijn veel te strenge dieet moest afstappen en gerust een paar kilo zwaarder mocht wegen. 'Je zult wel zien wat er dan gebeurt', zei ik. 'Laat het los, eet maar pasta, het is beter zo.' Hij is me gevolgd en zie: in het begin van het seizoen won hij de Omloop Het Nieuwsblad. 'Stephanie levert nooit half werk af', vertelde uw man me. Bent u perfectionistisch ingesteld? Scheirlynck: Dat denk ik niet, nee. Het lijkt misschien zo, omdat je als diëtiste vaak met details bezig bent - vandaag eet je 300 gram aardappelen met 155 gram kabeljauw, ik zeg maar wat - maar ik ben van nature een uitsteller en ik ben ook niet bang om foutjes te maken. Ik leg mezelf niet te veel druk op en ik zoek in alles de gulden middenweg op. Maar natuurlijk probeer ik in mijn job wel zo goed mogelijk te zijn. Ik volg voortdurend internationale congressen op, ik communiceer heel regelmatig met de sporters die ik begeleid en ik zal altijd blijven zoeken naar manieren om het nog beter te doen. Maar 'zeer goed' is goed genoeg, 'perfect' zal het toch nooit worden. Was u niet liever zelf topsporter geworden? Scheirlynck: Nee, Ik heb altijd aan atletiek gedaan, 100 en 200 meter vooral, en bij de jeugd was ik best goed. Maar ik kwam vaak uit tegen Kim Gevaert en Elodie Ouédraogo, die nog een pak sneller waren, en zo werd me snel duidelijk dat de echte toppers er nog veel meer voor deden en lieten. Zodra ik aan de hogeschool begon te studeren, kon ik minder en minder trainen en op den duur heb ik voor mijn studie gekozen. Ik zou niet goed met de druk en de aandacht om gekund hebben, ik was misschien zelfs wat te braaf voor de top. Daarom voel ik me nu ook zo goed in een ondersteunende rol. Laat de anderen maar schitteren, ik blijf liever achter de schermen. Ik sta empathisch in het leven, ik luister liever dan zelf te praten. Uw leven staat in het teken van het menselijk lichaam. Wordt uw geest wel voldoende gevoed? Scheirlynck: Toch wel. In mijn job leer ik nog elke dag bij en ik heb genoeg andere interesses. Fotografie, keramiek, juwelen, koffiekopjes mee helpen ontwerpen: ik heb ook een creatieve kant in mij. Diepgaande romans zal ik niet snel lezen, maar ik probeer mijn geest wel te prikkelen met kranten, tijdschriften en meer wetenschappelijke literatuur. U haalt uw kinderen elke dag zelf van school af, maar werkt 's avonds nog vaak door. Wat zijn uw leefregels op dat vlak? Scheirlynck: Soms ben ik een paar dagen van huis weg, dat hoort bij mijn job, maar onze twee kinderen komen altijd op de eerste plaats. Dat weten mijn sporters ook. Ik kan gelukkig vaak van thuis uit werken en het voordeel van topsport is dat het overdag gebeurt. En ik heb het geluk dat mijn man halftijds werkt en veel huishoudelijke taken op zich wil nemen. Ik kook meestal en haal de kinderen af, maar als ze in bed zitten werk ik soms nog door, ja. Al heb ik mezelf wel de regel opgelegd dat ik mijn computer om halfelf afsluit. Voldoende slaap, en dat wordt vaak vergeten, is superbelangrijk voor een goede gezondheid. Je zult me er nooit op betrappen dat ik maar vijf of zes uur geslapen heb, zeker niet nu de kinderen wat ouder zijn. Dronken op tafel dansend zullen we u waarschijnlijk ook niet snel aantreffen? Scheirlynck:(lacht) Dat is nog nooit gebeurd, om eerlijk te zijn. Thuis dans ik wel geregeld, maar ik heb nooit veel alcohol gedronken, ook niet als student. Ik ging wel uit, maar ik bleef altijd nuchter. Als enige, meestal. (lacht) Ik begrijp eerlijk gezegd niet zo goed waarom we ons als samenleving nog altijd zo tolerant opstellen tegenover alcohol. Nu zwaait u toch even met het vingertje? Scheirlynck: Als diëtiste ben ik absoluut niet de vrouw die zal zeggen dat je dit of dat niet meer mag eten of drinken, dat weet iedereen die me kent. Ik zal er integendeel juist op wijzen dat het ongezond is om nooit eens frieten of chocolade te eten. Alles kan dus. Behalve alcohol liefst, want dat heb je echt nergens voor nodig en het effect op ons lichaam en onze geest wordt nog altijd fel onderschat. Ook voor niet-topsporters. Wat roken betreft, is het beeld gelukkig al gekanteld, maar op het vlak van alcohol is er nog veel werk. Kijk alleen al naar een televisieprogramma als Vive le vélo, waar sport toch centraal staat: zelfs daar werd er elke avond met een streekbier of een glas wijn getoost. Waarom kan dat niet standaard met een niet- alcoholisch drankje? Is dat minder gezellig, dan? Al die kleine signalen zorgen ervoor dat alcohol sociaal nog altijd te veel aanvaard wordt. Je zult maar een alcoholprobleem hebben en op een receptie belanden waar ze om de vijf minuten komen vragen of ze je glas cava moeten bijvullen, en waar het enige alternatief een veel te zoet fruitsap is. Uw man is sportleraar. Op een man met een buikje en een voorliefde voor chips en bier, type Homer Simpson, zou u niet verliefd kunnen worden? Scheirlynck:(lacht) Helaas niet, nee. De paar vriendjes die ik gehad heb voor ik mijn man leerde kennen, waren ook allemaal sportieve types. Misschien heeft het ermee te maken dat mijn papa telkens als er een sportman op tv was vol enthousiasme zei: 'Wat een schone atleet!' Met Homer Simpson had ik bij hem niet moeten aankomen. Wordt u verliefd op het lichaam of op de geest? Scheirlynck: Op de geest. Mijn man en ik kennen elkaar al twintig jaar, van toen we op dezelfde middelbare school en in dezelfde atletiekclub zaten. Ik vond hem onmiddellijk knap, daar niet van, maar het innerlijk heeft zeker het verschil gemaakt. Hoe hij in het leven staat, een beetje afwachtend, terughoudend soms, zijn humor, zijn zachtheid: het was liefde op het eerste gezicht. Hoe is uw fascinatie voor voeding eigenlijk ontstaan? Scheirlynck: Thuis hadden we altijd alles in huis: veel fruit en groenten, maar ook snoep en chocolade. Mijn ouders waren sportief en kookten gezond, maar ze waren zeker niet streng of heel bewust met voeding bezig. Als kind droomde ik er zelfs van om later een snoepwinkel te openen. (lacht) En op vakantie maakte ik telkens een heleboel vriendschapsbandjes en verkocht ik die in een zelfgemaakt standje voor onze caravan: het ondernemen zat er toen dus al in. Waar het vandaan komt, ik weet het ook niet: mijn mama werkt al vijfendertig jaar voor hetzelfde bedrijf en mijn papa was ambtenaar, met vaste uren. 'Werk jij niet wat te veel?' vragen ze me dikwijls. (lacht)Maar om op je vraag te antwoorden: het grote omslagpunt kwam er tijdens het laatste jaar van mijn humaniora. Ik zat op school aan de Voskenslaan in Gent, waar ook de Topsportschool was, en tijdens de middagpauzes zag ik de turnsters enkel een potje yoghurt of een appel naar binnen spelen. Hoe doen zij dat, vroeg ik me af, dertig uur per week trainen en toch zo weinig eten? Het fascineerde me enorm, ik ben erover beginnen te lezen en zo ben ik sportvoeding gaan studeren. Later kwam ik erachter dat veel turnsters met gezondheidsproblemen kampen die hoofdzakelijk aan hun slechte voedingspatroon te wijten zijn: een verstoorde menstruatie, tot onvruchtbaarheid toe, een groeispurt die vijf jaar te laat komt, met alle gewrichtspijnen van dien, veel mentale problemen, noem maar op. Zelf schuwt u de coupes brésiliennes naar verluidt niet. Scheirlynck: Ik beken, het is waar. (lacht) Als ik ergens kom, merk ik dat echt, dat mensen kijken wat er in mijn winkelkar ligt of aandachtig luisteren wat ik bestel. 'Ha, ze bestelt een dessert', hoor ik dan. 'Dan mag ik zelf ook een dessert eten.' Ik vind van mezelf dat ik geen overgewicht mag hebben, ik wil uitdragen waar ik voor sta, maar af en toe iets ongezonds eten kan geen kwaad. De fase dat ik overal en altijd het goede voorbeeld wil geven, ben ik gelukkig al lang voorbij. Wij gaan ook weleens naar de frituur, zoals iedereen, en in onze kasten zitten er altijd koeken en chocolade: het is goed dat onze kinderen dat ook leren kennen, zodat ze geen verstoorde relatie met voeding ontwikkelen, met wat voor voeding ook. Onlangs ondertekende u mee een open brief die in De Standaard werd gepubliceerd, met enkele suggesties om obesitas te voorkomen. Worden zwaarlijvige mensen niet te snel met de vinger gewezen? Je moet in deze maatschappij eens níét zwaarlijvig proberen te worden, zo simpel is dat niet. Scheirlynck: Daar ben ik het helemaal mee eens en net daarom vind ik dat de overheid nog veel meer zou moeten inzetten op het promoten van gezonde voeding en voldoende lichaamsbeweging, al van op de lagere school. Niet dat iedereen plots een topsporter moet worden die elke maaltijd nauwkeurig afweegt en overdenkt, maar obesitas is wel degelijk een groot maatschappelijk probleem en dat is tijdens de eerste coronagolf ook gebleken: mensen met overgewicht belanden sneller op de intensieve zorg. Maar we moeten die mensen niet met de vinger wijzen, we moeten hen juist motiveren om meer te bewegen en eventueel hun voedingsgewoonten aan te passen. Met kleine veranderingen kun je al een grote vooruitgang boeken. Iedereen is altijd maar over de coronamaatregelen bezig, maar over preventie hoor je niemand. Hoe kunnen we als bevolking onze weerstand opbouwen? Hoe kunnen we met zijn allen een stukje fitter, en dus minder kwetsbaar voor het virus worden? Die vragen stellen we ons veel te weinig. Waar blijft díé overheidscampagne? Voor een buitenstaander lijkt u wel een zondagskind. Hebt u al veel krassen op uw ziel? Scheirlynck:(denkt na) Meer dan ik soms laat uitschijnen, denk ik. Professioneel is het zeker niet in mijn schoot geworpen: ik heb keihard moeten werken om te staan waar ik nu sta, ik heb jaren aan een stuk zelf initiatief moeten nemen om mensen van mijn verhaal te overtuigen en er zijn ook moeilijke periodes geweest, vol onzekerheid, terugdraaien van contracten en dus ook geldzorgen. Ik heb al een paar keer de kans gekregen om te crashen, maar ik ben optimistisch van aard en zal niet gemakkelijk bij de pakken blijven neerzitten. Vroeg of laat word je beloond voor je doorzettingsvermogen, heb ik geleerd. En in uw persoonlijke leven? Scheirlynck: Ook privé heb ik al enkele tegenslagen moeten verwerken, ja. Vorig jaar werd er net in de periode dat mijn moeder en mijn stiefvader uit elkaar gingen - mijn ouders zijn gescheiden toen ik zes was - teelbalkanker vastgesteld bij mijn broer. Hij is ook een Thomas, zoals Thomas Van Der Plaetsen (de tienkamper die in oktober 2014 de diagnose teelbalkanker kreeg, en nu na een lange revalidatie opnieuw aan topsport doet, nvdr), die een vriend van de familie is. De tijd tussen de boodschap dat er iets mis was, dat mijn broer een kwaadaardig gezwel had, en de scans die duidelijk maakten dat de tumor nog redelijk lokaal was en dat de artsen meteen een zware chemotherapie zouden opstarten, vond ik echt hard. Je weet niet wat je overkomt, je denkt onvermijdelijk aan het slechtste scenario. En mijn broer was net vader geworden, ook dat nog. Maar gelukkig sloeg de chemo goed aan en is de tumor ondertussen verdwenen. Hij moet nog regelmatig op controle en is nog altijd niet helemaal opnieuw op volle kracht, maar het ziet er dus wel naar uit dat het allemaal goed afgelopen is. Bent u er al achter wat de zin van het leven is? Scheirlynck:(denkt na) Zoeken naar iets wat je graag doet, proberen er zo goed mogelijk in te worden en ondertussen lief zijn voor de mensen rondom je. Zou dat het zijn?