Het was geen verrassing dat de zes Russische beklaagden -het spionnenkoppel en vier andere inlichtingenofficieren- vanmorgen hun kat stuurden naar de 59ste kamer van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg. Hun adres is bij justitie niet gekend. Voormalig consul Pol G. (87), die in Zuid-Frankrijk woont, werd vertegenwoordigd door zijn raadsman Laurent Kennes. Verder was er nauwelijks publiek in de rechtbank. Nochtans gebeurt het uiterst zelden dat een spionageaffaire in België voor de rechter wordt gebracht.
...

Het was geen verrassing dat de zes Russische beklaagden -het spionnenkoppel en vier andere inlichtingenofficieren- vanmorgen hun kat stuurden naar de 59ste kamer van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg. Hun adres is bij justitie niet gekend. Voormalig consul Pol G. (87), die in Zuid-Frankrijk woont, werd vertegenwoordigd door zijn raadsman Laurent Kennes. Verder was er nauwelijks publiek in de rechtbank. Nochtans gebeurt het uiterst zelden dat een spionageaffaire in België voor de rechter wordt gebracht. 'Dit is een atypisch dossier, een politieroman waardig', begon de procureur haar vordering. 'Het is zoals in de Franse spionageserie Le Bureau des Légendes, maar dan in het echt. Valse documenten worden aangeleverd in het kader van een KGB-programma om inlichtingenofficieren te voorzien van een complete legende, een fictieve identiteit inclusief stamboom.'Het onderzoek door het federaal parket ging in 2012 van start na een melding van de Staatsveiligheid. De inlichtingendienst reconstrueerde in verschillende nota's een onwaarschijnlijk spionageverhaal waarin Maurice E. en Irène R. centraal staan. Volgens de Staatsveiligheid en het federaal parket gaat het in feite om 'illegalen', 007-jargon voor de meest geheime categorie inlichtingenofficieren. Omdat ze werken onder een nauwelijks te kraken cover, kunnen illegalen jarenlang ongemerkt hand- en spandiensten leveren. Cruciaal daarbij is een geloofwaardige legende. En daarbij speelde België een hoofdrol. Begin jaren negentig werden de valse identiteiten van Maurice en Irène -zogenaamd geboren in 1964 en 1972- ingevoerd in het Belgische bevolkingsregister. Dat gebeurde door twee Belgische diplomaten, op de consulaten in Rome en Casablanca. Eerder waren de stambomen van de twee Russen al in Latijns-Amerika op een uitgekiende manier vervalst door de KGB. De betrokken consul uit Rome is inmiddels overleden. De Casablanca-consul, Pol G., deed vorige week zijn verhaal in Le Vif l'Express. Toen Pol G. eind jaren tachtig en begin jaren negentig op het Belgische consulaat in Marokko aan de slag was, liep zijn loopbaan ten einde. Hij ontmoette er de Russische consul Oleg B., die een sympathieke en sociale indruk maakte. 'Hij rekruteerde mij zonder dat ik er erg in had', aldus Pol G. in Le Vif. Volgens het Federaal parket maakte Pol G. microfiches over aan de Rus. Daarop stond een lijst van personen die in België geen visa mochten krijgen. 'Het ging om documenten van Buitenlandse Zaken, strikt voor intern gebruik, die werden overgemaakt aan een vreemde mogendheid', aldus de procureur. Volgens haar besefte Pol G. maar al te goed in welk spel hij meespeelde. 'Hij heeft alle waarden verbonden aan zijn beroep geschonden. Toen hij in functie trad, zweerde hij de wet na te leven als vertegenwoordiger van België. Diplomaten zijn personen aan wie de staat een groot vertrouwen toekent. Hij heeft echter inbreuken gepleegd die raken aan de fundamenten van de staat en de veiligheid van de staat.'De procureur onderstreepte in de rechtbank dat Pol G. in 1992 hielp bij de aflevering van een Belgisch paspoort voor Irène R. Die stap was cruciaal om ook in de jaren daarna officiële Belgische papieren aan te vragen. Bovendien kreeg Pol G. volgens het Federaal parket destijds 150.000 frank van de Russen, omgerekend zo'n 3500 euro. En het verhaal eindigt niet bij de sympathieke Oleg in Casablanca. Ook met drie andere Russen -zogenaamde handlers die informanten aansturen- onderhield Pol G. achtereenvolgens jarenlang contacten, tot in 2006. Inclusief ontmoetingen in Antwerpen, Brussel, Barcelona, Casablanca, Mechelen en Rome. Ze maakten zelfs afspraken over paswoorden en codetaal. 'Hebben we elkaar al eens ontmoet in Parijs?' was zo een openingszin-in-code. Naast de consul en het spionnenkoppel worden ook Oleg en de drie andere Russen door het Federaal parket vervolgd. Eens Maurice [via het Belgische consulaat in Rome] en Irène begin jaren negentig de Belgische identiteitsdocumenten in handen hadden, konden ze verder hun legende als "Belgische burgers" uitbouwen. Ze begonnen los van mekaar een dubbelleven in België en huwden in september 2000 in Elsene. Een van de getuigen van dat huwelijk werd overigens ook door het Federaal parket onder de loep genomen, maar er werden geen bezwarende elementen tegen hem gevonden. Het spionnenkoppel kreeg ook twee kinderen. Maurice en Irène huurden een appartement in Elsene alvorens te verhuizen naar Italië, waar ze naar verluidt hun inlichtingenactiviteiten moesten ontplooien. Enkel om hun identiteitspapieren te vernieuwen, keerden ze af en toe terug naar België. Over het Italiaanse luik van het hele dossier werd in de rechtbank met geen woord gerept. Het Federaal parket vervolgt de beklaagden voor valsheid in geschrifte, omkoping, meedelen aan een vreemde mogendheid van inlichtingen die geheim moeten worden gehouden, én vereniging van misdadigers. Het vraagt voor Pol G. vijf jaar gevangenisstraf met uitstel en een boete van 2000 euro. 'Hij deed het niet uit vriendschap. Er was het geld maar je had ook adrenaline en avontuur. Nochtans hij had ook "neen" kunnen zeggen.' Voor de zes andere beklaagden vraagt het Federaal parket vijf jaar gevangenisstraf. Laurent Kennes, advocaat van consul Pol G., benadrukte dat de feiten al lang verjaard zijn. Het Federaal parket argumenteerde dat de identiteitsdocumenten van Maurice E. nog tot juni 2014 geldig waren, en de zaak bijgevolg niét verjaard zou zijn. Kennes stelde dat voorts het doel van geldgewin niet bewezen is. Hij voerde aan dat de rechtbank onbevoegd is, aangezien het om een 'politiek delict' zou gaan, dat door Assisen behandeld moet worden. Kennes: 'Dat mijn cliënt microfiches heeft overgemaakt, deed hij om de contacten tussen het Westen en Rusland te verbeteren. U mag ook de context niet vergeten: de Muur van Berlijn was net gevallen, en er was sprake van toenadering tussen beide blokken.' De advocaat pleitte voor een eenvoudige schuldigverklaring. Op 26 april volgt de uitspraak.