"Het is niet de hang naar onafhankelijkheid, niet het politieke project voor soevereiniteit dat het voorwerp is van dit proces, maar de zwaarwichtige feiten die hebben plaatsgevonden in september en oktober 2017", aldus Javier Zaragoza, de procureur van het Spaanse Hooggerechtshof. "Wat bestraft wordt (...) is een gedrag (...) met als doel het ondergraven en het breken van de grondwettelijke orde door op te roepen tot gewelddadige methodes via het gebruik van mensenmassa's als menselijke schilden" tegen de politie bij het onafhankelijkheidsreferendum van 1 oktober 2017, stelde Fidel Cadena, een andere openbaar aanklager. Volgens het parket hebben de separatisten toen "menselijke muren" opgetrokken om de stembussen te beschermen toen de politie die in beslag wilde nemen. Ze wisten dat zoiets zou uitdraaien op een "gewelddadige confrontatie met de politie", meent Zaragoza. De twaalf politici staan terecht voor rebellie, verduistering van overheidsgeld en ongehoorzaamheid. De separatisten menen echter dat er geen geweld gebruikt is en dat het om vreedzame acties ging, waardoor er van rebellie geen sprake kan zijn. Morgen staat de ondervraging op het programma van de hoofdbeklaagde, de gewezen Catalaanse viceminister-president Oriol Junqueras. Hem hangt de zwaarste straf boven het hoofd, namelijk 25 jaar cel. Grote afwezige is de voormalige Catalaanse minister-president Carles Puigdemont, die gevlucht is naar België. Het proces zal ongeveer drie maanden duren. Een uitspraak wordt niet voor juli verwacht. (Belga)