Oppositiepartijen SP.A en Groen gaan samen een resolutie indienen om de nieuwe berekeningswijze van de huurprijzen voor sociale woningen, die vanaf 1 januari ingaat, op te schorten zolang er onduidelijkheid heerst over de maatregel. Dat zeggen Vlaams Parlementsleden Maxim Veys (SP.A) en An Moerenhout (Groen) zaterdag.

De hervorming van de sociale huurprijzen is een beslissing van de vorige Vlaamse minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA). 'De huidige berekeningen hadden heel wat onvolkomenheden. De vorige Vlaamse Regering besliste om de sociale huurprijsberekening objectiever en eerlijker te maken', reageert haar opvolger en partijgenoot Matthias Diependaele.

Concreet bepalen drie parameters vanaf januari de huurprijs van sociale woningen: de marktwaarde, de inkomsten van alle gezinsleden en een energiecorrectie. 'Sommige huurprijzen zullen met deze nieuwe berekening dalen, maar er zitten ook heel wat stijgingen bij. De huurprijzen evolueren dus meer naar elkaar toe, waardoor we een evenwichtigere sociale huurmarkt krijgen', aldus de minister.

Volgens Maxim Veys, die ook voorzitter is van een sociale huisvestingsmaatschappij, zullen de huurprijzen voor een groot deel van de huurders stijgen. De SP.A'er zegt weet te hebben van uitschieters bij verschillende huisvestingsmaatschappijen - tot wel enkele honderden euro's -, maar hij benadrukt dat zelfs een relatief beperkte stijging van 20 euro 'voor veel mensen al een groot verschil' kan betekenen.

Veys zegt dat het meerekenen van de inkomens van alle gezinsleden de grootste impact zal hebben. 'Als het gaat om mensen met een hoog inkomen die perfect op de private huurmarkt terecht kunnen, is er geen probleem', zegt hij. 'Maar bijvoorbeeld een gezin met een persoon met een handicap die een vervangingsinkomen zoals een asistentiebudget heeft, zal wel meer moeten betalen. Dat is het grootste probleem.'

Onduidelijkheid

De SP.A'er hekelt voorts dat er zoveel onduidelijkheid over de maatregel bestaat, en hij wordt daarin bijgetreden door zijn Groen-collega An Moerenhout. 'Hoewel de nieuwe regels in werking treden op 1 januari 2020, is er vandaag nog steeds veel onduidelijkheid over de hoogte van de nieuwe prijzen, de gevolgen van de nieuwe maatregelen en de noodzaak aan overgangsmaatregelen. Dat is onaanvaardbaar', zegt Moerenhout.

Minister van Wonen Diependaele is alvast niet te vinden voor een overgangsperiode. 'In 2009, bij de vorige herrekening, stonden we een overgangsperiode toe. De uiteindelijke aanpassingen namen toen enkele jaren in beslag. Dit zorgde voor heel wat chaos en ongelijkheid op de markt. Deze situatie willen we absoluut vermijden', klinkt het.

De minister wijst er ook op dat de sociale huisvestingmaatschappijen sinds het voorjaar van 2019 weten dat de huurprijzen zouden wijzigen.