'The sky is the limit voor de flexi-jobs', meldt Philippe De Backer (Open VLD) tevreden. De minister van Bestrijding van Sociale Fraude is in zijn nopjes met de bijna 50.000 flexi-jobbers, die in 2018 gemiddeld 218 euro per maand extra verdienden. Sinds 2015 kan wie minstens vier vijfde werkt of gepensioneerd is, bijklussen is in de horeca. Vorig jaar werd het systeem uitgebreid naar kappers, slagers, bakkers, handelaren, warenhuizen en schoonheidssalons. De Backer wil daar nu verder in gaan. Hij denkt onder meer aan de taxisector, bouwbedrijven en fruittelers.
...

'The sky is the limit voor de flexi-jobs', meldt Philippe De Backer (Open VLD) tevreden. De minister van Bestrijding van Sociale Fraude is in zijn nopjes met de bijna 50.000 flexi-jobbers, die in 2018 gemiddeld 218 euro per maand extra verdienden. Sinds 2015 kan wie minstens vier vijfde werkt of gepensioneerd is, bijklussen is in de horeca. Vorig jaar werd het systeem uitgebreid naar kappers, slagers, bakkers, handelaren, warenhuizen en schoonheidssalons. De Backer wil daar nu verder in gaan. Hij denkt onder meer aan de taxisector, bouwbedrijven en fruittelers. Minder enthousiast is Valeria Pulignano, experte in arbeidsverhoudingen en arbeidsmarkten aan de KU Leuven. In het januarinummer van het progressieve maandblad Samenleving & Politiek is ze kritisch voor de gevolgen van dergelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt. 'Overal zien we een explosie van atypische vormen van werk, met als gemeenschappelijke noemer: weinig voorspelbare uren, lage lonen en beperkte sociale bescherming.' Tijdelijk werk, zegt ze, is een sluipend gif. Valeria Pulignano: Ten eerste zorgt tijdelijk werk voor een toename van het aantal mensen dat arm is, ook al werken ze - de zogenaamde working poor. Onder werknemers met een vast contract loopt 6 procent daarop het risico. Voor tijdelijke werknemers is dat in Europa 16 procent, voor België 15 procent. Daarmee ligt het armoederisico in ons land 12 procent hoger onder tijdelijke werknemers. Heeft België veel tijdelijke werknemers?Pulignano: Dat ligt bij ons vrij laag, op 6 procent. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste had je de economische crisis van 2008-2009. Toen zijn om evidente redenen veel tijdelijke contracten stopgezet. Daarnaast is er het unieke Belgische systeem van de tijdelijke werkloosheid. Wat zorgwekkend is, is dat het aandeel tijdelijke contracten snel stijgt onder de flexibele statuten. Volgens de Labour Force Survey van de EU ging dat tussen 2003 en 2015 van 35 procent naar 50 procent. Daarnaast zie je dat opvallend veel jongeren in tijdelijke statuten zitten: 20 procent. Is dat per se een probleem? Een tijdelijk contract kan een opstap zijn naar een vast.Pulignano: Dat is mijn tweede punt van kritiek: uit onderzoek in Duitsland blijkt dat nogal tegen te vallen. Een contract van bepaalde duur verhoogt de kans dat je volgende baan ook tijdelijk is, of zelfs dat daarna de werkloosheid volgt. Je moet het ook per sector bekijken. De meeste postdoctorale onderzoekers bij ons zijn jonge mensen met een tijdelijk contract, maar zij krijgen goede lonen en werken in goede sociale omstandigheden. In de retail, de horeca, de logistiek en het transport is dat soms anders. Daar zijn de winstmarges veel kleiner. Als bedrijfsleiders daar willen besparen of inspelen op fluctuaties in de productiemarkt hebben ze weinig andere opties dan te kijken naar het personeel. Uw derde punt van kritiek is dat tijdelijk werk loondruk legt op de goede jobs. Hoezo?Pulignano: Een werkvloer met veel tijdelijke werknemers heeft een veel zwakkere onderhandelingspositie. Daarnaast zie je dat de liberalisering van de arbeidsmarkt in het midden van de jaren negentig ervoor heeft gezorgd dat er minder werd geïnvesteerd in de vaardigheden van werknemers. Dat verlaagde de arbeidsproductiviteit, wat opnieuw de onderhandelingspositie van werknemers verzwakte. En dat had dan weer een negatieve impact op het arbeidsaandeel, dat is het deel van het nationaal inkomen of het inkomen in een bepaalde economische sector dat naar arbeidslonen gaat. De impact van gedereguleerde uitzendarbeid is volgens de OESO het grootst op werknemers in het midden van de loonverdeling. Zij zijn kwetsbaarder voor inkomensderving dan wie boven en onder hen op de ladder staat. Hoe komt dat?Pulignano: Omdat ze enerzijds makkelijker te vervangen zijn door iemand met een tijdelijk contract, en anderzijds omdat ze, wanneer ze zelf terugvallen op een tijdelijk contract, meer loon verliezen dan wie lager staat op de loonladder. Het fundamentele probleem is dus dat er wel genoeg jobs zijn - getuige daarvan de zeer lage werkeloosheidscijfers -, maar te weinig góéde jobs. Vroeger garandeerde werk een stabiel loon en sociale zekerheid. De liberalisering van de arbeidsmarkt heeft dat onderuit gehaald. Dus de regering-Michel vergiste zich met haar mantra 'jobs, jobs, jobs'?Pulignano: Het mocht wat meer zijn, inderdaad. Beter één goede baan dan drie precaire jobs. Dat tijdelijke werk versterkt de bestaande ongelijkheden en heeft, in tegenstelling tot wat de beleidsmakers hebben beloofd, er niet voor gezorgd dat moeilijk te activeren mensen aan de bak kwamen. Integendeel, zoals de OESO zegt lopen net meer mensen het risico om af te glijden naar precaire toestanden en zelfs werkloosheid. En dat zie je zowel in de gecorrigeerde markteconomie Duitsland als in liberale economieën zoals Groot-Brittannië en de VS. U schrijft ook dat de lonen te traag en te weinig stijgen.Pulignano: De reële lonen, dus gecorrigeerd volgens inflatie, blijven al veel te lang achter op de groeiende productiviteit in veel EU-landen en sectoren. In negen EU-landen verdiende de werkende bevolking in 2017 minder dan in 2010, net na de financieel-economische crisis van 2008-2009. Uit cijfers van het Europees Verbond van Vakverenigingen blijkt dat België een van de tien EU-landen is waar de reële lonen tussen 2009 en 2018 onvoldoende groeien. Hoe komt dat?Pulignano: De sociale dialoog in België is verzwakt uit de crisis gekomen. Sindsdien is de politiek, onder vuur genomen door de financiële markten en onder streng toezicht van de EU, aan het bezuinigen en hervormen geslagen - denk aan de verhoging van de pensioenleeftijd en de loonmatiging. Sinds 2013 is dat laatste echt onder centrale coördinatie van de regering gekomen, ten koste van het sociaal overleg. Dat stokt sinds 2011. Werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers kunnen steeds moeilijker interprofessionele akkoorden sluiten. Daarvan heeft de politiek geprofiteerd, door bijvoorbeeld eenzijdig te beslissen dat er geen extra loonstijgingen mogelijk zijn boven op de automatische loonindexering. In 2015-2016 is dat wat versoepeld, nu is er een te verwaarlozen loonmarge van 0,5 procent voor sectorale onderhandelingen. U ziet ruimte voor meer?Pulignano: De economie trekt toch weer aan? Het probleem is niet dat er onvoldoende waarde wordt gecreëerd, maar wel dat die blijkbaar niet eerlijk verdeeld wordt. Het zijn vooral zij die de waarde niet zelf creëren die ermee aan de haal gaan, zoals speculanten die zelf niets meer maken, retailers en digitale platformen zoals Deliveroo. Digitale platformen produceren niets, ze bieden hun werknemers geen solide contracten aan, maar ze gaan wel met de winsten lopen. Of kijk naar Google. Het verzamelt helemaal gratis enorme hoeveelheden gegevens over ons. Wij staan er niet bij stil wanneer we iets aanklikken dat Google onze coockies mag bijhouden, maar wij leveren daarmee een vorm van onbetaalde arbeid. Met die gratis data kunnen zij enorm veel geld verdienen. Hoogleraar financiële geografie Ewald Engelen schrijft in De Groene Amsterdammer dat de arbeidsinkomensquote - dat is het aandeel toegevoegde waarde dat als loon wordt uitgekeerd - in Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland sinds eind jaren 1960 met 15 procentpunten is gezakt. Pulignano: Als sociologe maak ik me daar zorgen over. Als de kloof tussen wie de waarde produceert en wie de waarde opstrijkt te groot wordt, kom je als samenleving in de problemen. De ongelijkheid zal toenemen en de middenklasse komt onder druk te staan. Simpel gezegd: tijdelijke arbeid is een tijdelijke oplossing. Duurzame jobs zorgen voor duurzame economische groei.