De klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen van onze tijd. De manier waarop we deze uitdaging aanpakken, zal bepalend zijn voor onze toekomst. De sociale en economische kosten van het uitblijven van actie zijn onaanvaardbaar. Ernstigere en frequentere droogteperiodes, bosbranden en overstromingen langs de kust en rivieren veroorzaken nu al ontwrichte en moeilijke situaties. Ons nieuw verslag van 2019 over "Werkgelegenheids- en sociale ontwikkelingen in Europa" bevestigt opnieuw dat jaarlijks tot twee procent van het bbp van de Europese Unie verloren kan gaan door de opwarming van de aarde.

Dat zijn de meetbare gevolgen. Maar hoe meet je het verlies van het huis waarin je bent opgegroeid? Wat zijn de sociaal-economische kosten van de achteruitgang van een soort, zoals honingbijen, die zich miljoenen jaren lang heeft ontwikkeld en onmisbaar is voor onze biodiversiteit?

Sociaal inclusief Europa is een voorwaarde voor een succesvolle strijd tegen de klimaatverandering.

Niets doen voor het klimaat is gewoonweg geen optie. Daarom is de Europese Unie wereldleider op het gebied van duurzame ontwikkeling en de strijd tegen de klimaatverandering. Alle 28 EU?lidstaten voeren de Overeenkomst van Parijs (2015) uit. De grote meerderheid is bereid zich in te zetten om tegen 2050 koolstofneutraal te worden. Finland wil dat doel al in 2035 bereiken.

De overgang naar een groene economie zal echter niet per definitie sociaal inclusief zijn. Vele Europeanen zijn bezorgd over de verwachte stijging van de energiekosten en de gevolgen daarvan op hun beschikbaar inkomen aan het einde van de maand. Het aantal mensen in de EU met betalingsachterstanden voor energie is de afgelopen jaren gedaald, maar het gaat nog steeds om bijna 50 miljoen mensen. Dat zijn er 50 miljoen te veel.

Het wordt steeds duidelijker dat voor een succesvolle klimaatstrategie inclusieve beleidsmaatregelen nodig zijn. Dat betekent dat de sociale dimensie van meet af aan in ons klimaatbeleid moet worden opgenomen en niet als postscriptum.

De recente protesten in Frankrijk naar aanleiding van de stijging van de brandstofprijzen tonen aan hoe moeilijk het kan zijn om een goede mix van nationale klimaatmaatregelen voor elkaar te krijgen. Als we willen dat de overgang naar een groene economie rechtvaardig en democratisch is, moeten we de kosten en baten van de decarbonisatie gelijk verdelen en bijzondere aandacht besteden aan de meest kwetsbare mensen in onze samenlevingen. Dat betekent ook de inkomsten van koolstofbeprijzing uitdrukkelijk weer investeren in herverdelend sociaal beleid.

Ik weet dat de digitale transformatie zowel uitdagingen als kansen met zich meebrengt. In tegenstelling tot de waarschuwingen van zowel technofoben als technofielen betekent de toekomst van werk niet het einde van werk. Sommige banen zullen verdwijnen, er zullen nieuwe banen ontstaan en veel bestaande banen zullen veranderen. Hetzelfde geldt voor de groene transitie.

Tussen 2000 en 2015 nam de werkgelegenheid in de milieusector in de EU sneller toe dan in de economie als geheel. De meeste groene banen vereisen een gemiddeld opleidingsniveau en genereren een gemiddeld inkomen. Zo vormen ze een tegengewicht voor de polarisatie op de arbeidsmarkt als gevolg van digitalisering en automatisering. Als Europa een voortrekkersrol blijft spelen in groene technologieën zullen de voordelen voor de werkgelegenheid nog groter zijn.

Om ervoor te zorgen dat de groene transitie politiek legitiem is, moeten we bij de beleidsvorming rekening houden met het menselijke aspect.

In die toekomst investeren betekent niet alleen investeren in innovatie en het scheppen van banen maar ook in mensen en hun vaardigheden. Het betekent mensen ondersteunen en kansen bieden door onze socialezekerheidsstelsels aan te passen aan de 21e eeuw. Toen we in 2017 de Europese Pijler van sociale rechten lanceerden in Göteborg, Zweden, hebben we die belofte aan de burgers van de EU gedaan. Niemand mag aan zijn lot worden overgelaten.

De nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa werpt al vruchten af. De Europese Commissie werkt nauw samen met de nationale overheden om te investeren in digitale vaardigheden, beroepsonderwijs en -opleiding en een leven lang leren. Via de structuur- en investeringsfondsen van de EU, zoals het Europees Sociaal Fonds (ESF), kunnen de regio's van de EU hervormingen financieren die sociaal inclusief, groen en toekomstgericht zijn.

We mogen de territoriale dimensie van de groene transitie niet vergeten. Daarom zijn in het kader van het programma 'Coal Regions in Transition' (steenkoolregio's in transitie) pilootprojecten opgestart in 14 regio's in de EU. De Commissie heeft ook voorgesteld dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) herscholing en activering zou financieren van werknemers die hun baan verliezen door de decarbonisatie.

Een eerlijke overgang naar een groene economie zal de hoeksteen vormen van het volgende mandaat van de Commissie. Om ervoor te zorgen dat de groene transitie politiek legitiem is, moeten we bij de beleidsvorming rekening houden met het menselijke aspect. We moeten nu actie ondernemen.

Marianne Thyssen is EU-commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit.