Miljoenen mensen in de EU krijgen te maken met geweld en pesterijen door hun achtergrond, huidskleur, geloof, gender, seksuele geaardheid of door een beperking. "Mensen worden het slachtoffer van een haatmisdrijf om wie ze zijn of om wie ze lijken te zijn. Maar haatmisdrijven beschadigen niet alleen de individuele slachtoffers. De boodschap van intimidatie en uitsluiting die de dader uitdraagt, bereikt al wie dezelfde kenmerken deelt", stelt het FRA. Uit een recente enquête (de "Fundamental Rights Survey") van het FRA blijkt dat sommige minderheidsgroepen maar liefst twee keer zoveel geweld te verduren krijgen als andere mensen. Tot wel negen op de tien slachtoffers van haatmisdrijven meldt het geweld of de pesterijen niet. Het rapport "Encouraging hate crime reporting: the role of law enforcement and other authorities" wijst op de lacunes in de aangifte van haatmisdrijven in de EU. De redenen die slachtoffers het meest aanhalen om haatmisdrijven niet te melden, zijn dat een aangifte niks verandert, dat gelijkaardige incidenten telkens weer gebeuren en dat de procedure van de aangifte te bureaucratisch en tijdrovend is. Anderen gaven aan dat ze de politie niet vertrouwden. Nog anderen zeiden te beschaamd te zijn. Het FRA roept de EU-lidstaten op om die hindernissen weg te nemen. "EU-landen hebben een plicht om de toegang tot gerechtigheid voor iedereen te verzekeren. Maar te veel slachtoffers van haatmisdrijven melden niet dat ze aangevallen zijn en te veel landen registreren haatmisdrijven niet zoals het moet", zegt Michael O'Flaherty, de directeur van het FRA. "Dat moet veranderen. Landen moet de aangifte vereenvoudigen en het registreren, onderzoeken en straffen van haatmisdrijven verbeteren, om de rechten van slachtoffers te handhaven." EU-lidstaten kunnen het melden van haatmisdrijven op drie manieren aanmoedigen, stelt het FRA. Ten eerste moeten de EU-landen slachtoffers en getuigen van haatmisdrijven ondersteunen om aangifte te doen. "Ze moeten structurele discriminatie en vooroordelen in de samenleving aanpakken, discriminerende handhaving door de politiediensten elimineren, haatmisdrijven publiek veroordelen en slachtoffers bewust maken van hun rechten en de beschikbare ondersteuning", stelt het FRA. Ten tweede dienen EU-landen het melden van haatmisdrijven eenvoudiger te maken en ook het registreren en bewaren van die aangiften te verbeteren. Ten derde moet de capaciteit om haatmisdrijven aan te pakken opgedreven worden. "EU-landen zouden de politiediensten praktische richtlijnen en opleidingen moeten verstrekken, gespecialiseerde haatmisdrijfeenheden moeten opzetten en die eenheden gestructureerd moeten laten samenwerken met handshavingsinstanties, organisaties voor slachtofferhulp, maatschappelijke organisaties en instanties voor gelijke behandeling", klinkt het. Haatmisdrijven die niet gerapporteerd worden, kunnen niet onderzocht en gerechtelijk vervolgd worden, wat niet alleen leidt tot straffeloosheid, maar ook tot het aansporen van daders, meent het FRA. (Belga)

Miljoenen mensen in de EU krijgen te maken met geweld en pesterijen door hun achtergrond, huidskleur, geloof, gender, seksuele geaardheid of door een beperking. "Mensen worden het slachtoffer van een haatmisdrijf om wie ze zijn of om wie ze lijken te zijn. Maar haatmisdrijven beschadigen niet alleen de individuele slachtoffers. De boodschap van intimidatie en uitsluiting die de dader uitdraagt, bereikt al wie dezelfde kenmerken deelt", stelt het FRA. Uit een recente enquête (de "Fundamental Rights Survey") van het FRA blijkt dat sommige minderheidsgroepen maar liefst twee keer zoveel geweld te verduren krijgen als andere mensen. Tot wel negen op de tien slachtoffers van haatmisdrijven meldt het geweld of de pesterijen niet. Het rapport "Encouraging hate crime reporting: the role of law enforcement and other authorities" wijst op de lacunes in de aangifte van haatmisdrijven in de EU. De redenen die slachtoffers het meest aanhalen om haatmisdrijven niet te melden, zijn dat een aangifte niks verandert, dat gelijkaardige incidenten telkens weer gebeuren en dat de procedure van de aangifte te bureaucratisch en tijdrovend is. Anderen gaven aan dat ze de politie niet vertrouwden. Nog anderen zeiden te beschaamd te zijn. Het FRA roept de EU-lidstaten op om die hindernissen weg te nemen. "EU-landen hebben een plicht om de toegang tot gerechtigheid voor iedereen te verzekeren. Maar te veel slachtoffers van haatmisdrijven melden niet dat ze aangevallen zijn en te veel landen registreren haatmisdrijven niet zoals het moet", zegt Michael O'Flaherty, de directeur van het FRA. "Dat moet veranderen. Landen moet de aangifte vereenvoudigen en het registreren, onderzoeken en straffen van haatmisdrijven verbeteren, om de rechten van slachtoffers te handhaven." EU-lidstaten kunnen het melden van haatmisdrijven op drie manieren aanmoedigen, stelt het FRA. Ten eerste moeten de EU-landen slachtoffers en getuigen van haatmisdrijven ondersteunen om aangifte te doen. "Ze moeten structurele discriminatie en vooroordelen in de samenleving aanpakken, discriminerende handhaving door de politiediensten elimineren, haatmisdrijven publiek veroordelen en slachtoffers bewust maken van hun rechten en de beschikbare ondersteuning", stelt het FRA. Ten tweede dienen EU-landen het melden van haatmisdrijven eenvoudiger te maken en ook het registreren en bewaren van die aangiften te verbeteren. Ten derde moet de capaciteit om haatmisdrijven aan te pakken opgedreven worden. "EU-landen zouden de politiediensten praktische richtlijnen en opleidingen moeten verstrekken, gespecialiseerde haatmisdrijfeenheden moeten opzetten en die eenheden gestructureerd moeten laten samenwerken met handshavingsinstanties, organisaties voor slachtofferhulp, maatschappelijke organisaties en instanties voor gelijke behandeling", klinkt het. Haatmisdrijven die niet gerapporteerd worden, kunnen niet onderzocht en gerechtelijk vervolgd worden, wat niet alleen leidt tot straffeloosheid, maar ook tot het aansporen van daders, meent het FRA. (Belga)