Volgende week verzamelen de Rode Duivels op het oefencentrum van Tubeke. Ze bereiden er de vriendschappelijke interland tegen Saudi-Arabië voor. De Saudi's plaatsten zich voor de Wereldbeker en zijn in principe een tegenstander om rekening mee te houden, al zien de bookmakers dat anders. Saudi-Arabië staat 1000 tegen 1 om wereldkampioen te worden. Slechts één land noteert even slecht: Panama, de eerste tegenstander van de Rode Duivels in Rusland. Derde slechtste, met 750 tegen 1, is Tunesië, ook al in de groep van België. De Rode Duivels hebben gunstig geloot voor de Wereldbeker van komende zomer, zoveel is zeker. Gokken op de Belgen levert trouwens 12 keer de inleg op. Alleen Duitsland, Brazilië, Frankrijk, Spanje en Argentinië doen beter.
...

Volgende week verzamelen de Rode Duivels op het oefencentrum van Tubeke. Ze bereiden er de vriendschappelijke interland tegen Saudi-Arabië voor. De Saudi's plaatsten zich voor de Wereldbeker en zijn in principe een tegenstander om rekening mee te houden, al zien de bookmakers dat anders. Saudi-Arabië staat 1000 tegen 1 om wereldkampioen te worden. Slechts één land noteert even slecht: Panama, de eerste tegenstander van de Rode Duivels in Rusland. Derde slechtste, met 750 tegen 1, is Tunesië, ook al in de groep van België. De Rode Duivels hebben gunstig geloot voor de Wereldbeker van komende zomer, zoveel is zeker. Gokken op de Belgen levert trouwens 12 keer de inleg op. Alleen Duitsland, Brazilië, Frankrijk, Spanje en Argentinië doen beter. De oefenmatch tegen de Saudi's kan een gelegenheid zijn om Simon Mignolet speelminuten te gunnen. De Limburger beleeft moeilijke tijden bij zijn club Liverpool. Mignolet speelde zijn laatste competitiewedstrijd op nieuwjaarsdag, tegen Burnley. Eind januari mocht de doelman nog eens opdraven voor de beker. Niet de meest gelukkige match voor Liverpool: the Reds werden uitgeschakeld door West Bromwich Albion. Tweeënhalve maand op de bank: springt u al uit uw vel? Simon Mignolet: Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt en blij ben ik er natuurlijk niet mee, maar ik kan er zelf weinig aan veranderen. De trainer lijkt zijn keuze te hebben gemaakt. Ik werk hard in de hoop dat er zich een kans aandient, maar dit is geen gezonde situatie. Ik ben dertig, ik wil elke week spelen. Is er reden om u ernaast te zetten? Bent u minder op dreef? Mignolet: Dat zou ik niet zeggen. Het seizoen begon goed. Ik pakte een penalty tegen Hoffenheim, de match waarin we ons plaatsten voor de Champions League: érg belangrijk voor de club. Daarna is het een beetje vreemd gelopen. De trainer roteerde, af en toe moest ik gedwongen rusten. En nu lijk ik er helemaal naast te vallen, maar daar leg ik me natuurlijk niet bij neer. Het is niet de eerste keer dat u een concurrent uit de ploeg moet spelen. U kunt het ook zien als een uitdaging. Mignolet: Ja, maar deze keer voelt het toch anders. De keuze van de coach lijkt vast te liggen. Wat als de situatie niet verandert? Mignolet: Ik heb nog een contract van drie jaar bij Liverpool en transfers zijn sowieso onmogelijk tot aan de zomer. Op training blijf ik alles geven, dat lijkt me het verstandigste. Er komen belangrijke maanden aan. Liverpool zit in de kwartfinale van de Champions League, daarna volgt het WK in Rusland. Niemand zal kunnen zeggen dat ik niet klaar ben. Dit is een lastige tijd voor mij, maar Liverpool blijft een fantastische club om voor te spelen. Of het nu Azië is, Amerika of Australië: overal word je als een held onthaald. Een land zonder Liverpoolsupporters bestaat niet, denk ik. Is het een goed seizoen voor Liverpool? Mignolet: De top vier van de Premier League speelt Champions League en het is elk jaar een strijd op leven en dood om daar bij te zitten. Ik zie ons dit jaar tweede eindigen, dat is dus zonder meer goed. Aan Manchester City valt niet veel te doen, maar Liverpool lijkt op weg om best of the rest te worden. Bij City maakt Kevin De Bruyne indruk. Zijn passing beslist wedstrijden: een kwaliteit van onschatbare waarde. Hij zit bij die club perfect op zijn plaats. Hoe City zijn doelpunten opbouwt, met vloeiende ballen die van voet naar voet gaan: dat is Kevin zijn voetbal. Misschien komen jullie hem nog tegen. Binnenkort wordt er geloot voor de kwartfinales van de Champions League. Liverpool en Manchester City zitten allebei in de pot. Mignolet: We zouden geen schrik hebben. Liverpool hoort niet bij de topfavorieten van het niveau Barcelona, Real of Bayern München, maar we zijn wel een team dat van iedereen kan winnen. Dit is een compleet elftal. Ik heb Luis Suárez één seizoen meegemaakt bij Liverpool. Een superspeler, maar als je hem uit de match hield, dan was de ploeg voor een groot stuk geneutraliseerd. Vandaag hebben we Roberto Firmino, Sadio Mané en Mohamed Salah, een van de sensaties van de Premier League. Die drie krijg je nooit allemaal tegelijk lamgelegd. Tot deze winter liep er nog een topspits bij Liverpool. Philippe Coutinho vertrok voor 160 miljoen euro naar Barcelona, bonussen inbegrepen. Even voor het schokeffect: in oude Belgische frank is dat 6,4 miljard. Moeten we dergelijke bedragen nog normaal vinden? Mignolet: Dat is de wereld waarin we vandaag zitten. Er wordt gegoocheld met sommen die niemand kan vatten, maar finaal is het een kwestie van vraag en aanbod. Barcelona had Neymar verkocht voor nóg meer geld. Zij wilden Coutinho, Liverpool hoefde niet te verkopen, en het opbod ging naar astronomische hoogten. Wat het voor mij zo bevreemdend maakt, is dat Coutinho gewoon een kerel is die tot voor kort naast me in de kleedkamer zat. Een goeie gast, met twee armen en twee benen, en zijn zorgen van iedere dag. Iemand zoals jij en ik, maar dan 160 miljoen waard. Heeft een speler zelf nog iets te zeggen bij dat soort megadeals of wordt alles boven zijn hoofd beslist? Mignolet: Eerder het laatste. Je bent een radertje in een kluwen van zakelijke belangen. Je vertegenwoordigt een legioen fans die 's anderendaags gelukkig opstaan wanneer jij goed hebt gespeeld. Maar voetballers zijn ook cijfers. Onze waarde valt letterlijk in euro's uit te drukken, maar je mag de mens erachter niet vergeten. Dat klinkt als een kil, meedogenloos milieu. Mignolet: Nu verwoord je het wat scherp, maar in het voetbal gelden zeker andere normen dan voor iemand die van negen tot vijf op een kantoor werkt. Voor gevoelens of sentimentaliteit is geen plaats, het blijft in de eerste plaats een business. Voetballers mogen niet klagen, versta me niet verkeerd. Wij beleven onze jongensdroom, worden vorstelijk betaald en we kiezen hiervoor. Met de nadelen erbij. Voor u begon die droom op een veldje in Brustem, naast het ouderlijk huis. Mignolet: Een boer had er een braakliggend stuk, waar wij een doel op hebben gezet. Een half leven heb ik op die wei gespendeerd: elke avond na school, elk weekend, volledige zomers. Meestal met mijn vader en mijn broer, maar als iemand op bezoek kwam, dan wist hij wat hij kon verwachten: we zouden gaan voetballen op de wei. Voor mijn ontwikkeling is dat ongedwongen spel ontzettend belangrijk geweest. Als jongetje voetbalde ik niet met het idee: dit wordt ooit mijn job. Maar ik nam voetballen wel ernstig, want ik ben competitief in alles wat ik doe. Ik moest en zou de beste van de wei zijn, tegen mijn broer op, die vier jaar ouder is. Die wei bestaat vandaag niet meer trouwens. Toen de boerderij werd verkaveld, heeft mijn broer erop gebouwd. Op uw veertiende werd u weggestuurd bij STVV. Da's een klap voor een jonge kerel. Mignolet: Waarschijnlijk het lastigste moment uit heel mijn voetballeven. Ik was niet alleen teleurgesteld omdat ik weg moest, het was bovendien een publieke vernedering. Op school wist iedereen dat ik voetbalde en STVV is de grootste club van de streek. Dat prestige straalt af op een jonge speler. Plots moest ik vertellen dat ik niet meer welkom was. Een serieuze tik, maar ik ben er sterker uit gekomen. Ik was toen nog veldspeler - middenvelder, soms aanvaller - maar op aanraden van mijn vader werd ik doelman. Door een groeispurt was ik niet de lenigste tiener. Ik deed aan atletiek en keeperstraining om soepeler te worden. Het lag me, al dat springen en duiken, en de trainer van Sporting Aalst Brustem, waar ik toen ging spelen, gaf toevallig privétraining voor doelmannen. Ik vond opnieuw plezier en de trein was weer vertrokken. Na één seizoen haalde STVV u terug. Niet in de verleiding gekomen om foert te zeggen? Mignolet: Absoluut! ( lacht) Maar dan denk je: Sint-Truiden is een grote club met een goeie omkadering, vlak bij huis... Wou ik profvoetballer worden, dan was dit het geijkte pad. Ik werd keeper van de ploeg waar ik eerder was weggestuurd als middenvelder. Vier jaar later debuteerde ik in eerste klasse. Het ging zo snel. Ik was nog maar pas doelman, en men zag me al als iemand met een grote toekomst. STVV blijft mijn club. Ik stond er op mijn zevende in de tribune, te supporteren voor Patrick Teppers, Peter Van Houdt, Peter Delorge en Désiré Mbonabucya. Zoiets schept een band voor het leven. Sint Truiden werd overgenomen door DMM.com, een Japanse portaalsite voor spelletjes en webshops. De voetbalwereld is een dorp geworden. Mignolet: Ik ken de situatie in Sint- Truiden niet, maar voetbal is een wereldwijde business. Vooral het Verre Oosten komt sterk op. Ik schrik niet dat er Japanners in Limburg landen. Wie de club leidt, is van secundair belang. De supporters vormen de eigenheid van STVV. Blijven zij de club steunen, dan komt het uiteindelijk altijd goed. Volgende week zien de Rode Duivels elkaar terug, na een pauze van vijf maanden. Een interessante uitspraak van u: 'Het karakter van Roberto Martínez past perfect bij deze groep.' Wat bedoelt u daarmee? Mignolet: Dat de bondscoach een open, losse persoonlijkheid is, die profvoetballers vertrouwen geeft. Deze generatie speelt al erg lang samen. We zijn, tussen aanhalingstekens, een vriendengroep. We lopen elkaars deur niet plat, maar we kennen elkaar goed en zijn samen naar een hoog niveau gegroeid. Martínez is geen dictatortype dat oplegt: nu gaan we het zó doen. Dat zou niet werken bij de Rode Duivels. De bondscoach geeft gerichte richtlijnen en een spelconcept, maar laat ons mee beslissen hoe we dat invullen. Niemand ziet beter wat voor deze ploeg werkt dan de internationals zelf. Ik vind dat een volwassen manier om met spelers om te gaan. Want jullie zijn ervaren voetballers die wel weten hoe een match gewonnen wordt? Mignolet: Zo mag je het samenvatten. Wat ook helpt, is dat Martínez het Engelse voetbal kent, waar de meeste Rode Duivels spelen. Hij begrijpt hoe zwaar die competitie is, en legt de nadruk op frisheid. Want zo'n groot toernooi vlak na het seizoen: onderschat dat niet. Net wanneer je lichaam het meest naar rust snakt, moet je je allerhoogste niveau halen. Het menselijke aspect telt ook. Martínez laat ons bij de nationale ploeg de ruimte om af en toe iets met onze familie in te plannen. Niet te veel, maar genoeg om er energie uit te halen. Martínez vindt het 'een uitstekende groep, maar niemand durft iets slechts te zeggen over een ander'. Zijn de Belgen te lief voor elkaar? Mignolet: Dat is veranderd. Die les namen we mee uit het EK in Frankrijk: ergernissen moet je op tafel gooien. De groep is hongerig om zich te bewijzen. Het besef leeft dat we nu iets moeten neerzetten. Waar mogen de fans op hopen? Mignolet: Moeilijke vraag. Natuurlijk willen de Rode Duivels wereldkampioen worden, maar je weet nooit hoe zo'n toernooi evolueert. Wie tref je, hoe presenteert die ploeg zich, welke onvoorziene dingen gebeuren er tijdens de match? Het blijft voetbal. De gekste dingen zijn in onze sport normaal. De minimumdoelstelling is dat we de eerste ronde overleven. België zit in dezelfde groep als Engeland. Wat verwachten de Engelsen ervan? Mignolet: Dat het een halve oefenwedstrijd wordt. We treffen Engeland pas in match drie. Als het meezit, dan zijn beide ploegen op dat moment al geplaatst voor de volgende ronde. Ik voel er me altijd wat ongemakkelijk bij om zover vooruit te kijken. Laten we eerst maar die andere twee matchen spelen. Is de Engelse nationale ploeg sterker dan de onze? Mignolet: Dat vind ik niet. 't Is wel een jong, gevaarlijk team. Niet onderschatten, maar ik denk dat de Belgen verder staan dan zij. De Engelsen kennen onze spelers door en door, maar andersom geldt hetzelfde. Martínez speelt een aanvallende tactiek met amper drie pure verdedigers. Fijn voor de toeschouwers, maar wat vindt een doelman daarvan? Mignolet: Het past perfect bij onze spelersgroep. Centrale verdedigers hebben we veel, en in deze tactiek kun je er eentje extra opstellen. Bij de flankverdedigers zitten we minder ruim, maar als je hen iets aanvallender laat spelen - er wingbacks van maakt, in het jargon - dan kan een supertalent als Yannick Carrasco zich op die positie ook uit de slag trekken. Die nieuwe tactiek zorgt er bovendien voor dat de aanval beter aansluit. Dit is offensief voetbal met veel durf, maar of de keeper daarom meer werk krijgt, valt af te wachten. Uiteindelijk is het centrum meer gesloten dan met twee centrale verdedigers: er staat letterlijk meer volk. Wanneer iedereen zich aan zijn taken houdt, dan mag dat het probleem niet zijn. Om een cliché te gebruiken: je verdedigt met elven en je valt aan met elven. U hebt een universitair diploma op zak. Waar ging uw bachelorproef in de politieke en sociale wetenschappen over? Mignolet: Die is door de brexit bijzonder actueel geworden: ik onderzocht waarom de Europese Unie voor bepaalde landen wel werkte, en waarom andere alleen de nadelen zagen. Hoe de politiek onze levens stuurt: ik wil dat graag begrijpen. 'Pol&Soc' had als voordeel dat het makkelijk op afstand te studeren viel, want als voetballer raakte ik amper in de les. Ik heb ook aan rechten gedacht, maar al die seminaries en gastcolleges vielen moeilijk in te plannen. Mijn thesis heb ik trouwens afgemaakt toen ik al in de Premier League speelde. Maakt u zich zorgen over de brexit? Niet-Europese voetballers krijgen pas een werkvisum als ze een minimumpercentage interlands spelen. Als u binnenkort onder die regels valt, zou dat een probleem kunnen worden. Mignolet: Elke Europeaan moet zich zorgen maken over de brexit. ( lacht) Voor mij zou het niet veel veranderen, hoor ik. Voetballers die al in de Premier League spelen, krijgen een uitzondering. De waarde van het Britse pond is al gekelderd. Ik neem aan dat u in die munt wordt uitbetaald? Mignolet: Zoiets scheelt een slok op de borrel, ja. Maar of dat door de brexit komt dan wel door de algemene economische toestand, kan niemand met zekerheid zeggen. Ik vind het wel hemeltergend hoeveel onzekerheid er rond de brexit hangt. Naar het schijnt bent u een grote fan van FC De Kampioenen. Er zijn er wel meer bij de nationale ploeg: Jan Vertonghen neemt de dvd-set mee op buitenlandse verplaatsingen. Mignolet: Heel Vlaanderen is toch fan? Zeker mijn generatie: FC De Kampioenen staat voor mij gelijk aan gezellige zaterdagavonden met het gezin op de sofa. Bij de nationale ploeg hebben we nog niet samen gekeken. Ik moet het er eens met Jan over hebben. ( lacht) U bent een vaste truitjeswisselaar. Op welk shirt bent u het meest trots? Mignolet: Op de groten naar wie ik opkeek toen ik zelf jong was: Iker Casillas, Edwin Van der Sar, Gianluigi Buffon. 't Is ondertussen een vrij grote verzameling. Ik kijk er niet vaak naar, maar ik vind het wel een prettig idee dat die truitjes in mijn kast hangen. Tastbare sportgeschiedenis. Buffon zou een comeback maken bij de Italiaanse nationale ploeg. Mignolet: Straf, hè? En die is een paar weken geleden veertig geworden. Hopelijk ben ik ook op weg voor zo'n lange carrière. Hout vasthouden. U bent ook ambassadeur van de A.L.S.-liga. Mignolet: Mijn oom is patiënt. Ik zie wat die ziekte met hem en zijn gezin doet. Er is geen behandeling, hè. Als ik mijn bekende kop kan gebruiken om die mensen een hart onder de riem te steken, dan graag. De A.L.S.-liga doet fantastisch werk, ik voel me klein wanneer ik hun verhalen hoor. Dan lijkt voetbal plots betekenisloos, maar mijn oom ziet dat zelf anders: de mensen levensplezier geven, is het belangrijkste wat je kunt doen, vindt hij.