De prognose voor volgend jaar voorziet een budget van 39,6 miljoen euro. De helft van dit bedrag gaat naar de betaling van het personeel van de assemblee, 25 procent is bestemd voor politieke medewerkers. De lonen van de senatoren vertegenwoordigen slechts 2,9 procent van de begroting, de bezoldiging van 50 van de 60 senatoren wordt immers betaald door het regionale parlement waar ze vandaan komen.

Oppositiepartijen N-VA en Vlaams Belang - tegenstanders van het behoud van de Senaat - maakten van de gelegenheid gebruik om hun eis tot afschaffing van de vergadering te herhalen. De instelling heeft in de loop van de staatshervormingen haar wetgevende en overheidscontrolebevoegdheden aanzienlijk zien afnemen en is daarom in de ogen van beide partijen 'politiek irrelevant' geworden. 'Waar zit de meerwaarde van deze instelling?', vroeg N-VA-fractievoorzitter, Karl Vanlouwe, zich af.

Naam veranderen?

Dat dit debat over het voortbestaan blijft duren, ergerde verschillende fracties. 'Een aantal politieke partijen heeft er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat de Senaat niet of minimaal functioneert', klaagde de voorzitter van de MR-fractie Gaëtan Van Goidsenhoven. Achter het verlangen om de Senaat op te heffen, gaat volgens de Open VLD iets anders schuil. 'Het probleem voor sommigen is de Belgische vlag die boven de Senaat wappert. Misschien is de grootste fout van de laatste staatshervorming het behouden van de naam van de Senaat. De Senaat is vandaag de ontmoetingsplaats van de verschillende entiteiten van het land. De echte vraag is of er een Kamer van deelstaten nodig is, al dan niet Senaat genoemd', zei Rik Daems (Open VLD).

De staatshervorming die onder deze regering zal worden voorbereid, zou voor de instelling een kans moeten zijn om haar rol te spelen, vond Bert Anciaux (SP.A). 'De Senaat moet zijn rol spelen en zal dat ook doen. Het is de instelling waar de deelstaten deelnemen aan het institutionele debat', benadrukte hij.

De prognose voor volgend jaar voorziet een budget van 39,6 miljoen euro. De helft van dit bedrag gaat naar de betaling van het personeel van de assemblee, 25 procent is bestemd voor politieke medewerkers. De lonen van de senatoren vertegenwoordigen slechts 2,9 procent van de begroting, de bezoldiging van 50 van de 60 senatoren wordt immers betaald door het regionale parlement waar ze vandaan komen. Oppositiepartijen N-VA en Vlaams Belang - tegenstanders van het behoud van de Senaat - maakten van de gelegenheid gebruik om hun eis tot afschaffing van de vergadering te herhalen. De instelling heeft in de loop van de staatshervormingen haar wetgevende en overheidscontrolebevoegdheden aanzienlijk zien afnemen en is daarom in de ogen van beide partijen 'politiek irrelevant' geworden. 'Waar zit de meerwaarde van deze instelling?', vroeg N-VA-fractievoorzitter, Karl Vanlouwe, zich af. Dat dit debat over het voortbestaan blijft duren, ergerde verschillende fracties. 'Een aantal politieke partijen heeft er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat de Senaat niet of minimaal functioneert', klaagde de voorzitter van de MR-fractie Gaëtan Van Goidsenhoven. Achter het verlangen om de Senaat op te heffen, gaat volgens de Open VLD iets anders schuil. 'Het probleem voor sommigen is de Belgische vlag die boven de Senaat wappert. Misschien is de grootste fout van de laatste staatshervorming het behouden van de naam van de Senaat. De Senaat is vandaag de ontmoetingsplaats van de verschillende entiteiten van het land. De echte vraag is of er een Kamer van deelstaten nodig is, al dan niet Senaat genoemd', zei Rik Daems (Open VLD). De staatshervorming die onder deze regering zal worden voorbereid, zou voor de instelling een kans moeten zijn om haar rol te spelen, vond Bert Anciaux (SP.A). 'De Senaat moet zijn rol spelen en zal dat ook doen. Het is de instelling waar de deelstaten deelnemen aan het institutionele debat', benadrukte hij.