Een paar dagen geleden was het er plots: het geluid dat ieder jaar onvermijdelijk het einde van de zomer inluidt. Het is de doffe klap waarmee het eerste boek uit de najaarscatalogussen op de mat landt en me hoopvol aankijkt, smekend bijna om een bespreking. Na de gedempte ploffen waarmee de vakantiebijlagen zich de hele zomer lang hebben aangekondigd, is dat toch even schrikken.
...

Een paar dagen geleden was het er plots: het geluid dat ieder jaar onvermijdelijk het einde van de zomer inluidt. Het is de doffe klap waarmee het eerste boek uit de najaarscatalogussen op de mat landt en me hoopvol aankijkt, smekend bijna om een bespreking. Na de gedempte ploffen waarmee de vakantiebijlagen zich de hele zomer lang hebben aangekondigd, is dat toch even schrikken. Alhoewel, ik was er ook wel weer een beetje klaar mee, met die vakantiebijlagen. De zomer is de tijd waarin krantenredacties de ruimte nemen om wat verder van de actualiteit te opereren en uit te zoeken waar topsporters op vakantie gaan, welke alternatieve woonvormen we kunnen overwegen, of hoe muggen er nu eigenlijk in slagen om een ader te vinden en die vakkundig leeg te zuigen. Allemaal dingen die je gelegen in een hangmat best wilt weten. Maar de zomer is ook de tijd waarin kranten akelig veel weg hebben van religies, zo begaan als ze zijn met de vraag hoe, hoe vaak en met wie we seks hebben. Wel of juist niet casual? Wel met de andere sekse, maar dan in een niet-traditioneel kader? Of misschien met een goeroe binnen handbereik, die dan uiteindelijk natuurlijk een ordinaire verkrachter blijkt? Het is slechts een kleine greep uit de mogelijkheden die ik in diezelfde hangmat gelegen voorbij heb zien komen. Nee, doe dan toch maar weer eens een roman. Ontdaan van de platte doos bleek het om Een oude geschiedenis van Jonathan Littell te gaan, zijn eerste echte roman in twaalf jaar. Mijn hart maakte een klein sprongetje. Ik vond zijn vuistdikke roman De welwillenden namelijk niet zomaar een goed boek maar een meesterwerk. Niemand die zich ooit aan een trip door de perverse belevingswereld van een SS-officier had gewaagd en niemand die het Littell wellicht zal durven na te doen. Ik sloeg het boek op en waande me heel even terug in de vakantiebijlagen. Seks heeft ons blijkbaar nog steviger in de greep dan de kranten al lieten vermoeden. Ik viel van de ene in de andere paringsscène, beleefd vanuit alle mogelijke fluïde en minder fluïde identiteiten. Ik richtte me peinzend op. Anders dan de Bijbel, of de krant, zegt Littell er namelijk niet bij wat je hier zoal van moet vinden. Ik klom uit de hangmat, want laten we wel wezen, dit is veeleer seks om bij te gaan zitten. Bovendien was de dromerige beschrijving van een orgie inmiddels overgegaan in een gewelddadige opstand. Ik stapte mijn zolderkamer binnen, nam plaats achter mijn bureau en knipte een lamp aan. Dit wordt zwoegen, dacht ik met wijlen Luc De Vos. Toch weet ik het zeker: Littell heeft ons iets belangwekkends mee te delen. Wat dat is, zal ik u te gelegener tijd laten weten.