Meerdere tienduizenden jongeren die deze zomer de schoolpoorten achter zich dichttrokken, zijn op zoek naar een baan. Dat is vandaag niet makkelijk, want het coronavirus veroorzaakt de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog en meteen ook een van de grootste schokgolven op onze arbeidsmarkt. De werkloosheid stijgt en er zijn minder vacatures. De coronacrisis onderbreekt bruusk de trend dat schoolverlaters steeds makkelijker een baan vonden. 'Gelukkig brak de crisis uit op een moment dat de werkloosheid zeer laag stond', zegt Jan Denys, arbeidsmarktexpert bij Randstad.
...

Meerdere tienduizenden jongeren die deze zomer de schoolpoorten achter zich dichttrokken, zijn op zoek naar een baan. Dat is vandaag niet makkelijk, want het coronavirus veroorzaakt de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog en meteen ook een van de grootste schokgolven op onze arbeidsmarkt. De werkloosheid stijgt en er zijn minder vacatures. De coronacrisis onderbreekt bruusk de trend dat schoolverlaters steeds makkelijker een baan vonden. 'Gelukkig brak de crisis uit op een moment dat de werkloosheid zeer laag stond', zegt Jan Denys, arbeidsmarktexpert bij Randstad. Denys doorploegde de rapporten over de schoolverlaters die de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) de voorbije twee decennia publiceerde, op zoek naar trends en wat we er uit kunnen leren met het oog op de coronacrisis. Dit jaar hebben zo'n 70.000 jongeren hun eerste stappen op de arbeidsmarkt gezet. Twintig jaar geleden waren dat er nog jaarlijks 80.000. Dat heeft niet zozeer te maken met de daling van het geboortecijfer, dat voor een deel gecompenseerd wordt door de instroom van migranten die hier niet geboren zijn, 'maar heeft veel, zo niet alles, te maken met de gemiddeld langere studie van jongeren', aldus Denys. Gevolg: het aandeel van de hooggeschoolden onder de schoolverlaters steeg van zo'n 40 procent 10 jaar geleden naar bijna 50 procent vandaag. Denys plaatst een belangrijke kanttekening: 'De laatste jaren sputtert die groei van het aantal hooggeschoolden, we zien zelfs een lichte daling van het aantal masters dat afstudeert. Dat moet ons enige zorgen baren, want de meeste nieuwe jobs zijn toch voorbestemd voor hooggeschoolden. Na de coronacrisis zal dat zeker niet anders zijn.' Na het bekijken van de VDAB-rapporten kan Denys niet anders dan besluiten dat de overgang van school naar werk de voorbije decennia 'redelijk vlot' verliep en bovendien ook 'steeds vlotter'. Denys: 'De voorbije twee jaar lag het aandeel van de schoolverlaters die ingeschreven waren als werkzoekenden onder de 10 procent. Dat is het beste resultaat van de voorbije twee decennia en vermoedelijk nog veel langer, maar we hebben jammer genoeg geen goede oudere cijfers.' Opvallend daarbij is dat de vrouwelijke schoolverlaters veel vlotter een baan vinden dan de mannelijke. In 1990 waren nog dubbel zoveel jonge vrouwen werkloos dan mannen, sinds 2000 zijn er minder werkloze vrouwelijke schoolverlaters dan mannelijke. De meisjes doen het dus duidelijk beter dan de jongens. Hoe komt dat? Denys: 'Er studeren meer vrouwen af in het hoger onderwijsniveau dan mannen. Maar ook binnen elk onderwijsniveau presteren vrouwen systematisch beter dan mannen. Vrouwen hebben dus niet alleen betere diploma's, maar ook binnen dezelfde studierichting blinken ze vaker uit. En dat levert hen een bonus op als ze op zoek gaan naar werk.' Vrouwen betreden dus met een voorsprong de arbeidsmarkt. 'Ze moeten die voorsprong wel prijsgeven tijdens hun loopbaan', aldus Denys, 'ook vandaag nog. In veel gevallen zetten vrouwen een stap terug als er sprake is van kinderen. Dat fenomeen staat bekend als de "kindstraf". En deze stap achteruit wordt later meestal niet meer goedgemaakt.' In elk geval staat het als een paal boven water dat de schoolverlaters de voorbije twee decennia steeds makkelijker een baan vonden. Twee keer was er een knik in deze trend. De eerste keer was tijdens de dotcomcrisis (2000-2003), toen de internetzeepbel barstte en heel wat (internet)bedrijven failliet gingen en de economie een serieuze knauw kreeg. Toen steeg de werkloosheid van schoolverlaters één jaar na het verlaten van de school van 11 naar 16 procent. Na de financiële crisis (2008), met banken die kapseisden en de recessie die we toen beleefden, steeg die werkloosheid opnieuw naar 15 procent. Maar na die crisissen dook die werkloosheidsgraad telkens vrij snel onder de 10 procent en vonden schoolverlaters dus vlug werk. 'Deze heropleving zien we wel niet op alle onderwijsniveaus', zegt Denys. 'Eigenlijk geldt ze alleen voor het hoger onderwijs. De werkloosheid onder de masters lag recent zelfs dicht bij de 3 procent, dat wil zeggen dat bijna geen masters echt werkloos waren. We zien dat ook bij de professionele en in iets mindere mate bij de academische bachelors. Maar bij de andere onderwijsniveaus merken we - met uitzondering van het hoger secundair technisch onderwijs - deze positieve ontwikkeling de voorbije twintig jaar niet. Daar vonden schoolverlaters bij de meest recente hoogconjunctuur zelfs soms minder vlot werk dan bij de vorige hoogconjunctuur. Dat moet ons met de coronacrisis toch aan het denken zetten.' 'De allerbelangrijkste vaststelling is dat studeren loont', concludeert Denys. 'Wie meer jaren op de schoolbanken doorbrengt, plukt daar later de vruchten van, als dat gepaard gaat met het verwerven van diploma's of getuigschriften. Wie geen enkel diploma heeft, is in een op de drie gevallen een jaar na het verlaten van de school nog werkloos. Na het hoger onderwijs is dat nog in een op de dertig gevallen zo. De kans dat iemand met een diploma hoger onderwijs een job vindt, is dus tien keer groter dan voor iemand zonder diploma of getuigschrift. Zonder diploma de school verlaten was altijd al dom, vandaag is het nog dommer.' Daarbij kan zelfs één jaar langer studeren een groot verschil maken, leerde Denys. 'De invoering van de zevende jaren in bso en tso zijn een ongemeen succes als het gaat over het vinden van een job. Zesdejaars tso hebben een werkloosheidsgraad van 10 procent, bij zevendejaars daalt dat naar 5 procent. Maar je moet wel zo'n extra jaar met succes volbrengen. Wie een jaar langer studeert zonder resultaat, vindt minder vlug een baan. Van de afgestudeerden die na het algemeen secundair onderwijs meteen naar de arbeidsmarkt doorstromen is één jaar later nog 8 procent werkzoekend. Bij jongeren die zonder resultaat eerst in het hoger onderwijs nog iets probeerden, was dat 12 procent. Zo'n mislukt extra jaar is dus zelfs een nadeel.' Wat kunnen we uit dit alles leren voor een arbeidsmarkt die gebukt gaat onder de coronacrisis? 'Dit jaar en ook volgend jaar gaan schoolverlaters niet meer zo makkelijk aan een baan raken', zegt Denys. 'Het is natuurlijk afwachten hoe zwaar de coronacrisis uiteindelijk zal zijn en hoelang ze zal duren, maar als de economie snel aantrekt, zullen jongeren vlug werk vinden, zo leren we uit de vorige crisissen. Van een verloren generatie zou ik dus zeker niet spreken.' De impact van de coronacrisis op de arbeidsmarkt zal wel groter zijn dan die van de dotcomcrisis of de financiële crisis. 'Maar het goede nieuws is dat we nu konden vertrekken van historisch lage werkloosheidscijfers voor de hooggeschoolden en in iets mindere mate de middengeschoolden', aldus Denys. 'Voor de kortgeschoolden was de situatie al ernstig vóór de coronacrisis. En aangezien de huidige crisis heel wat jobs aan de onderkant van de arbeidsmarkt wegmaait, dreigen we daar af te stevenen op een ramp. Vandaag geldt dus meer dan ooit: studeren loont. '