In het holst van de zomer publiceerde de Vlaamse minister van Onderwijs het voorontwerp van decreet dat het inschrijvingsrecht aanpast. Dat decreet creëert geen extra plaatsen, maar regelt de aanmeldings- en inschrijvingsprocedures in scholen met een capaciteitsprobleem. Deze zomer was al nat en koud. Vanaf schooljaar 2023-2024 lopen kwetsbare leerlingen nog meer risico in de kou te blijven staan.

Nieuwe inschrijvingsdecreet wil 'vrije schoolkeuze' weer laten primeren

Kinderen moeten terechtkunnen in een school van hun keuze of die van hun ouders. Daar zijn wij het helemaal mee eens. De bestaande voorrangsregeling, genaamd 'dubbele contingentering', die de minister nu wil afschaffen, vertrekt net van de vrije schoolkeuze van ouders. Maar ze beoogt ook diversiteit in de schoolsamenstelling. De regeling laat daarom toe dat een leerling uit een 'ondervertegenwoordigde groep' een plaatsje vooruitgaat in de wachtrij voor een bepaalde school, ten koste van een andere leerling. Voor elk kind dat door dit principe in een school van (iets) lagere voorkeur terechtkomt omdat het voorrang moet geven aan een ander kind, is er dus een ander kind dat voorrang krijgt en precies daardoor in een school van hogere voorkeur terechtkan. De vrije keuze wordt dus gewaardeerd, waardoor beide leerlingen uiteindelijk naar een school gaan die sowieso door het gezin gekozen werd. Onderzoek van het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO) toont vooral positieve effecten: deze mogelijkheid werkt segregatie langzaamaan weg. Concentratiescholen, zowel 'kansarme' als 'kansrijke', vertonen stilaan meer diverse samenstellingen. En dat was precies de bedoeling. Voorbeelden van goede resultaten mét tevreden ouders zijn er voldoende te vinden.

Schoolkeuze is pas echt vrij als iedereen een geïnformeerde keuze kan maken.

'Sociale mix' verdwenen uit ontwerptekst decreet

In de ontwerpteksten van de minister is het begrip 'sociale mix' verdwenen, hoewel dat in het Decreet Gelijke Onderwijskansen (GOK-decreet) nog naast 'sociale cohesie' stond. Sociale cohesie suggereert echter een heel andere kijk op de samenstelling van scholen dan sociale mix. Uiteraard is het belangrijk dat een leerlingpopulatie (en trouwens liefst ook de leerkrachtenpopulatie) de afspiegeling is van de buurt of bredere schoolomgeving. Maar het is even belangrijk dat leerlingen gelijke kansen krijgen en daar speelt sociale mix een belangrijke rol in. Het is ook belangrijk dat leerlingen op school in contact kunnen komen met de diversiteit van de samenleving waarin ze zullen functioneren, zeker als die in hun eigen straat niet te vinden is. Op welke manier wil de minister dit dan wél verder stimuleren? Tegelijk zijn er binnen dezelfde (diverse) buurt vaak ook grote verschillen tussen scholen wat leerlingenpopulatie betreft. We zien echter geen geplande maatregelen om grote socio-economische verschillen tussen scholen in dezelfde buurt aan te pakken.

Garanties om segregatie en sociale uitsluiting te vermijden geschrapt

In het nieuwe ontwerp van inschrijvingsdecreet gaat de voorrangsregeling, die uitgaat van vrije keuze én bijdraagt aan sociale mix, helemaal op de schop. Segregatie en sociale uitsluiting vermijden blijft wel behouden als aandachtspunt in de ontwerpteksten, maar alle garanties daartoe zijn geschrapt. Daardoor hangt er een donkere wolk boven dit decreet. De voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen die nog in het decreet staat, kan, maar hoeft immers niet ingezet te worden om dit doel te bereiken. Is het niet logischer en correcter om het lokale niveau, dat nog meer inspraak krijgt, expliciet de vrije keuze te laten tussen gebruik van de dubbele contingentering of een andere voorrangsregeling die sociale mix beoogt?

Ook wij zijn voor vrije schoolkeuze, als ze echt vrij is

De schoolkeuze is pas echt vrij als iedereen een geïnformeerde keuze kan maken. Welke regel men ook hanteert, een school kan enkel voorrang geven aan een bepaalde groep als ouders uit die groep zich ook aanmelden bij die school. Daarom is het zo belangrijk dat ouders, zowel kansrijke als kansarme, goed geïnformeerd worden en met voldoende kennis van het scholenaanbod hun keuze kunnen maken. De toelichting bij het decreet verwijst naar School in Zicht als initiatief dat ouders helpt om meer scholen te leren kennen. Voor kwetsbare ouders gebeurt dit meestal via andere verenigingen, die daarvoor echter geen specifieke subsidie krijgen. Met andere woorden: ook wij zijn voor vrije schoolkeuze, als ze echt vrij is. Die vrijheid ontstaat niet vanzelf maar ook hiervoor biedt het decreet geen handvatten.

Contouren van participatie niet-onderwijspartners vervagen

In het nieuwe ontwerpdecreet is sprake van de lokale ombudsdienst 'inschrijvingen', maar het is nog niet duidelijk hoe deze vorm zullen krijgen. Intussen verwateren de lokale overlegplatformen (LOP's) stilaan tot een overleg van onderwijspartners (scholen en CLB's). Niet-onderwijspartners, zoals sociaal-culturele organisaties en armoedeorganisaties, die eerder kwetsbare ouders en leerlingen vertegenwoordigen, mogen nog mee rond de tafel zitten, maar hun inspraak wordt (opnieuw) stevig ingeperkt. Er is immers enkel nog een meerderheid nodig van de onderwijspartners voor de goedkeuring van een aanmeldingsprocedure. We hebben geen heimwee naar de tijd waarin bepaalde niet-onderwijspartners lijnrecht tegenover het onderwijsveld stonden, maar aan schijnparticipatie hebben verenigingen van kwetsbare doelgroepen een broertje dood. In het verleden is gebleken dat constructieve samenwerkingen en kruisbestuivingen mogelijk zijn. Een effectief gelijkekansenbeleid kan maar gevoerd worden met draagvlak, en dus betrokkenheid van de doelgroep en hun organisaties. Als hun stem niet meer meetelt, holt het lokaal overlegplatform zichzelf uit tot spreekbuis van de onderwijsverstrekkers.

Er klinken ook positieve noten

Kamperen aan de schoolpoort is (weldra) verleden tijd. Als scholen leerlingen willen weigeren omwille van capaciteitsproblemen, moeten ze instappen in een centraal aanmeldingssysteem. Het is een goede zaak dat er een lokale ombudsdienst 'inschrijvingen' komt die, naast de eerstelijnsbehandeling van klachten en vragen of van technische fouten, ook uitzonderlijke individuele situaties zal kunnen behartigen. Ouders (en belangenbehartigers) hebben nood aan een toegankelijke instantie. Hopelijk kan deze ombudsdienst zo laagdrempelig mogelijk functioneren. Dat er Vlaanderenbreed één tijdslijn is voor het basisonderwijs, en één voor het eerste jaar secundair A/B, maakt het voor ouders overzichtelijker.

Veranker gelijke onderwijskansen ook in het inschrijvingsdecreet

We beseffen dat het gaat om de realisatie van wat er in het regeerakkoord staat. We hoopten echter op meer voortschrijdend inzicht. We durven wél nog rekenen op voldoende kennis van de achtergrond van concepten als 'sociale mix' bij LOP's en onderwijsverstrekkers. Maar we blijven aandringen op verankering op Vlaams niveau van mechanismen die bijdragen aan gelijke onderwijskansen, ook in het kader van het inschrijvingsrecht.

Heidi Degerickx is algemeen coördinator van Netwerk tegen Armoede.

Koen Trappeniers is directeur van Welzijnszorg vzw.

Kathleen Van Den Daele is directeur van LEVL.

Dirk Masquillier is voorzitter van Samenlevingsopbouw.

Ides Nicaise is onderzoeker verbonden aan het HIVA.

In het holst van de zomer publiceerde de Vlaamse minister van Onderwijs het voorontwerp van decreet dat het inschrijvingsrecht aanpast. Dat decreet creëert geen extra plaatsen, maar regelt de aanmeldings- en inschrijvingsprocedures in scholen met een capaciteitsprobleem. Deze zomer was al nat en koud. Vanaf schooljaar 2023-2024 lopen kwetsbare leerlingen nog meer risico in de kou te blijven staan.Kinderen moeten terechtkunnen in een school van hun keuze of die van hun ouders. Daar zijn wij het helemaal mee eens. De bestaande voorrangsregeling, genaamd 'dubbele contingentering', die de minister nu wil afschaffen, vertrekt net van de vrije schoolkeuze van ouders. Maar ze beoogt ook diversiteit in de schoolsamenstelling. De regeling laat daarom toe dat een leerling uit een 'ondervertegenwoordigde groep' een plaatsje vooruitgaat in de wachtrij voor een bepaalde school, ten koste van een andere leerling. Voor elk kind dat door dit principe in een school van (iets) lagere voorkeur terechtkomt omdat het voorrang moet geven aan een ander kind, is er dus een ander kind dat voorrang krijgt en precies daardoor in een school van hogere voorkeur terechtkan. De vrije keuze wordt dus gewaardeerd, waardoor beide leerlingen uiteindelijk naar een school gaan die sowieso door het gezin gekozen werd. Onderzoek van het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO) toont vooral positieve effecten: deze mogelijkheid werkt segregatie langzaamaan weg. Concentratiescholen, zowel 'kansarme' als 'kansrijke', vertonen stilaan meer diverse samenstellingen. En dat was precies de bedoeling. Voorbeelden van goede resultaten mét tevreden ouders zijn er voldoende te vinden.In de ontwerpteksten van de minister is het begrip 'sociale mix' verdwenen, hoewel dat in het Decreet Gelijke Onderwijskansen (GOK-decreet) nog naast 'sociale cohesie' stond. Sociale cohesie suggereert echter een heel andere kijk op de samenstelling van scholen dan sociale mix. Uiteraard is het belangrijk dat een leerlingpopulatie (en trouwens liefst ook de leerkrachtenpopulatie) de afspiegeling is van de buurt of bredere schoolomgeving. Maar het is even belangrijk dat leerlingen gelijke kansen krijgen en daar speelt sociale mix een belangrijke rol in. Het is ook belangrijk dat leerlingen op school in contact kunnen komen met de diversiteit van de samenleving waarin ze zullen functioneren, zeker als die in hun eigen straat niet te vinden is. Op welke manier wil de minister dit dan wél verder stimuleren? Tegelijk zijn er binnen dezelfde (diverse) buurt vaak ook grote verschillen tussen scholen wat leerlingenpopulatie betreft. We zien echter geen geplande maatregelen om grote socio-economische verschillen tussen scholen in dezelfde buurt aan te pakken.In het nieuwe ontwerp van inschrijvingsdecreet gaat de voorrangsregeling, die uitgaat van vrije keuze én bijdraagt aan sociale mix, helemaal op de schop. Segregatie en sociale uitsluiting vermijden blijft wel behouden als aandachtspunt in de ontwerpteksten, maar alle garanties daartoe zijn geschrapt. Daardoor hangt er een donkere wolk boven dit decreet. De voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen die nog in het decreet staat, kan, maar hoeft immers niet ingezet te worden om dit doel te bereiken. Is het niet logischer en correcter om het lokale niveau, dat nog meer inspraak krijgt, expliciet de vrije keuze te laten tussen gebruik van de dubbele contingentering of een andere voorrangsregeling die sociale mix beoogt?De schoolkeuze is pas echt vrij als iedereen een geïnformeerde keuze kan maken. Welke regel men ook hanteert, een school kan enkel voorrang geven aan een bepaalde groep als ouders uit die groep zich ook aanmelden bij die school. Daarom is het zo belangrijk dat ouders, zowel kansrijke als kansarme, goed geïnformeerd worden en met voldoende kennis van het scholenaanbod hun keuze kunnen maken. De toelichting bij het decreet verwijst naar School in Zicht als initiatief dat ouders helpt om meer scholen te leren kennen. Voor kwetsbare ouders gebeurt dit meestal via andere verenigingen, die daarvoor echter geen specifieke subsidie krijgen. Met andere woorden: ook wij zijn voor vrije schoolkeuze, als ze echt vrij is. Die vrijheid ontstaat niet vanzelf maar ook hiervoor biedt het decreet geen handvatten. In het nieuwe ontwerpdecreet is sprake van de lokale ombudsdienst 'inschrijvingen', maar het is nog niet duidelijk hoe deze vorm zullen krijgen. Intussen verwateren de lokale overlegplatformen (LOP's) stilaan tot een overleg van onderwijspartners (scholen en CLB's). Niet-onderwijspartners, zoals sociaal-culturele organisaties en armoedeorganisaties, die eerder kwetsbare ouders en leerlingen vertegenwoordigen, mogen nog mee rond de tafel zitten, maar hun inspraak wordt (opnieuw) stevig ingeperkt. Er is immers enkel nog een meerderheid nodig van de onderwijspartners voor de goedkeuring van een aanmeldingsprocedure. We hebben geen heimwee naar de tijd waarin bepaalde niet-onderwijspartners lijnrecht tegenover het onderwijsveld stonden, maar aan schijnparticipatie hebben verenigingen van kwetsbare doelgroepen een broertje dood. In het verleden is gebleken dat constructieve samenwerkingen en kruisbestuivingen mogelijk zijn. Een effectief gelijkekansenbeleid kan maar gevoerd worden met draagvlak, en dus betrokkenheid van de doelgroep en hun organisaties. Als hun stem niet meer meetelt, holt het lokaal overlegplatform zichzelf uit tot spreekbuis van de onderwijsverstrekkers.Kamperen aan de schoolpoort is (weldra) verleden tijd. Als scholen leerlingen willen weigeren omwille van capaciteitsproblemen, moeten ze instappen in een centraal aanmeldingssysteem. Het is een goede zaak dat er een lokale ombudsdienst 'inschrijvingen' komt die, naast de eerstelijnsbehandeling van klachten en vragen of van technische fouten, ook uitzonderlijke individuele situaties zal kunnen behartigen. Ouders (en belangenbehartigers) hebben nood aan een toegankelijke instantie. Hopelijk kan deze ombudsdienst zo laagdrempelig mogelijk functioneren. Dat er Vlaanderenbreed één tijdslijn is voor het basisonderwijs, en één voor het eerste jaar secundair A/B, maakt het voor ouders overzichtelijker.We beseffen dat het gaat om de realisatie van wat er in het regeerakkoord staat. We hoopten echter op meer voortschrijdend inzicht. We durven wél nog rekenen op voldoende kennis van de achtergrond van concepten als 'sociale mix' bij LOP's en onderwijsverstrekkers. Maar we blijven aandringen op verankering op Vlaams niveau van mechanismen die bijdragen aan gelijke onderwijskansen, ook in het kader van het inschrijvingsrecht.Heidi Degerickx is algemeen coördinator van Netwerk tegen Armoede.Koen Trappeniers is directeur van Welzijnszorg vzw.Kathleen Van Den Daele is directeur van LEVL. Dirk Masquillier is voorzitter van Samenlevingsopbouw.Ides Nicaise is onderzoeker verbonden aan het HIVA.