Bij de start van de coronacrisis werden plannen gemaakt voor een dertigtal schakelzorgcentra in Vlaanderen om de ziekenhuizen te ondersteunen. Het ging om een soort noodopvangplaatsen die als buffer moesten dienen voor als de ziekenhuizen vol zouden lopen. Volgens Moonens zijn er zo effectief een vijftal centra geactiveerd. "Maar er moet een onderscheid gemaakt worden tussen gebouwen met bedden, zoals in dat vijftal centra, en de teams, met een lokale coördinator en medewerkers ter plaatse", zegt Moonens. En nu de coronacrisis zich vooral laat voelen in de woonzorgcentra, heroriënteren die teams zich dus. "Dat was ook het oorspronkelijke idee: dat er niet alleen zou gekeken worden naar de belasting van de ziekenhuizen, maar ook naar die van de woonzorgcentra." Zo komt het dat intussen aan de woonzorgcentra een webformulier is bezorgd, waarbij zij hulpvragen kunnen formuleren. "Dat kan gaan van psychologische ondersteuning tot logistieke hulp, bijvoorbeeld technische middelen om een cohort-afdeling (gescheiden afdeling, nvdr) in te richten. Die hulpvragen komen vervolgens terecht bij de lokale coördinator van een schakelzorgcentrum. Die gaat dan bekijken wie op het terrein in de regio die hulpverlening kan aanbieden. Dat kan hulp zijn van een ziekenhuis, van lokale besturen, maar ook van hulpverleners uit de eerstelijnszorg. Het schakelzorgcentrum wordt zo de spil tussen vraag en aanbod." Volgens Moonens wordt vooral in Antwerpen al beroep gedaan op de schakelzorgcentra. In andere provincies wordt de werking volop opgestart. (Belga)

Bij de start van de coronacrisis werden plannen gemaakt voor een dertigtal schakelzorgcentra in Vlaanderen om de ziekenhuizen te ondersteunen. Het ging om een soort noodopvangplaatsen die als buffer moesten dienen voor als de ziekenhuizen vol zouden lopen. Volgens Moonens zijn er zo effectief een vijftal centra geactiveerd. "Maar er moet een onderscheid gemaakt worden tussen gebouwen met bedden, zoals in dat vijftal centra, en de teams, met een lokale coördinator en medewerkers ter plaatse", zegt Moonens. En nu de coronacrisis zich vooral laat voelen in de woonzorgcentra, heroriënteren die teams zich dus. "Dat was ook het oorspronkelijke idee: dat er niet alleen zou gekeken worden naar de belasting van de ziekenhuizen, maar ook naar die van de woonzorgcentra." Zo komt het dat intussen aan de woonzorgcentra een webformulier is bezorgd, waarbij zij hulpvragen kunnen formuleren. "Dat kan gaan van psychologische ondersteuning tot logistieke hulp, bijvoorbeeld technische middelen om een cohort-afdeling (gescheiden afdeling, nvdr) in te richten. Die hulpvragen komen vervolgens terecht bij de lokale coördinator van een schakelzorgcentrum. Die gaat dan bekijken wie op het terrein in de regio die hulpverlening kan aanbieden. Dat kan hulp zijn van een ziekenhuis, van lokale besturen, maar ook van hulpverleners uit de eerstelijnszorg. Het schakelzorgcentrum wordt zo de spil tussen vraag en aanbod." Volgens Moonens wordt vooral in Antwerpen al beroep gedaan op de schakelzorgcentra. In andere provincies wordt de werking volop opgestart. (Belga)