Het bureau van de parlementaire onderzoekscommissie Samusocial heeft woensdag in het Brussels Parlement zijn ontwerprapport voorgesteld dat volgende week aan de voltallige commissie wordt voorgelegd. Het rapport legt onder meer een aantal lacunes bloot van de interne structuur en de controle van de subsidiërende overheden, waardoor een aantal onregelmatigheden en belangenconflicten verborgen bleven.

Commissievoorzitter Stefan Cornelis (Open Vld) merkte op dat de oprichting van de onderzoekscommissie reeds voor een cultuuromslag heeft gezorgd. De aanbevelingen over Samusocial hebben betrekking op de oude structuur van de vzw, die in de toekomst wordt omgevormd tot een gewestelijke orgaan. De eerste aanbeveling stelt dat de onterecht ontvangen zitpenningen terugbetaald moeten worden. Het gaat in totaal om 346.000 euro, waarvan zowel Pascale Pareïta als Yvan Mayeur elk goed waren voor een derde van het bedrag.

'Desnoods moeten alle wettelijke middelen ingezet worden om de bedragen te recupereren', stelde Benoît Cerexhe (cdH). De mandaten dienen onbezoldigd te zijn, terwijl er een human resourcebeheer moet worden ingevoerd, samen met een analytische boekhouding, een intern controlesysteem en een inventaris van de schenkingen in natura. 'Dat is een essentiële voorwaarde om het vertrouwen te herstellen', stelde Arnaud Verstraete (Groen).

'Wij vinden het alleen maar getuigen van fatsoen dat ze zouden terugbetalen. Het is wel zeer de vraag of we hen daartoe kunnen verplichten', zei Brussels parlementslid Hannelore Goeman (SP.A) aan VRT NWS.

De commissie beveelt ook een samenwerkingsakkoord inzake daklozenbeleid aan. De voorwaarden voor subsidies en de controle daarop moeten wettelijk vastgelegd worden. Ook de personeelsformatie van de GGC moet versterkt worden en de subsidiëring 'aan zichzelf' (een gemeente subsidieert een vzw waar een schepen bestuurder is) dient verboden te worden. Zitpenningen moeten in de statuten geregeld worden.

Voorts moeten OCMW's vzw's kunnen oprichten. Ook organen die door de raad van bestuur zijn opgericht, zoals een bureau, dienen notulen op te stellen. Een gewestelijke cel voor de ondersteuning van verenigingen moet worden opgericht. De commissie stelt vast dat er heel wat schortte aan het intern beheer van de Samusocial, onder meer omdat de vzw zo snel gegroeid was en er geen duidelijk wettelijk kader bestond.

Van interne controle, huishoudelijk reglement of loonschalen voor de bezoldiging van de directie was geen sprake. Er bestond enkel een onduidelijk organigram. Administratief waren er talrijke lacunes. Van de bureauvergaderingen werd geen enkel document teruggevonden, de bijeenroeping van de raad van bestuur gebeurde gebrekkig terwijl de notulen niet altijd correct was.

De leiding van Samusocial gaf volgens de commissie ook blijk van slechte wil tegenover de vertegenwoordigers van het verenigd college van de GGC. Zo werd niet ingegaan op verzoeken van de regeringscommissarissen, werden ze niet verwittigd over het uitstel van vergaderingen en werden parallelle raden van bestuur georganiseerd waarop zij niet werden uitgenodigd.

Ook de betrekkingen met het Brusselse OCMW en de stad Brussel waren erg onduidelijk. Zo gaf het OCMW voorschotten aan Samusocial en zijn er vandaag nog voor meer dan 2 miljoen euro schuldvorderingen. Ook stelde het OCMW personeel en gebouwen ter beschikking van Samusocial. Meest in het oog springend is wellicht de woning die toenmalig directrice Pascale Peraïta van het OCMW toegewezen kreeg.

Voorts waren de Linnendienst van het OCMW en de vzw De Brusselse Keukens vaste leveranciers van Samusocial zonder dat er ooit een aanbesteding was uitgeschreven. Samusocial werd vanuit verschillende overheden gesubsidieerd: de GGC (structureel, winterplan housing first), federaal (Maatschappelijke Integratie, Fedasil) en andere (onder meer Franse Gemeenschap en Nationale Loterij).

Uit het rapport van de Inspectie van Financiën bleek dat er een onvoldoende reglementair kader bestond om na te gaan of de subsidies goed besteed werden, dat er onvoldoende controle was door de overheden en dat er geen coördinatie bestond van het toezicht van de verschillende overheden. Dat verhoogde de kans op dubbele subsidiëring.

Bovendien was er ook geen communicatie tussen de verschillende korpsen van de Inspectie van Financiën. Bij Samusocial werden het wettelijke kader en de andere regels voor subsidiëring en controle niet nageleefd. Zo ontbraken de besluiten voor het personeelskader, de lonen en de werkingskosten, en waren er geen bepalingen inzake controle en toelaatbaarheid van uitgaven. Er bestond ook geen politieke wil of capaciteit om de controle te verscherpen, stelt de onderzoekscommissie vast.

Een punt van onenigheid tussen de vzw en de GGC was de beperking van de subsidies tot 110 bedden. Toen die in 2016 werd afgeschaft, werd nagelaten de controle op de subsidies te verscherpen.

Het rapport van de Inspectie van Financiën van 2013 legde reeds een aantal pijnpunten was, maar daar werd door het Verenigd College geen gevolg aan gegeven, niet in de vorige, maar ook niet in deze legislatuur. Ook het afsluiten van een beheersovereenkomst loste de problemen niet op.

N-VA: 'Olifant heeft een muis gebaard'

Voor Liesbet Dhaene (N-VA), die in de onderzoekscommissie Samusocial zetelde maar geen deel uitmaakte van het bureau van de commissie, heeft de olifant een muis gebaard. Dat stelt ze naar de voorstelling van het ontwerpverslag dat het bureau woensdag voorstelde.

'Hét grote probleem van Samusocial was dat politieke Brusselse mandatarissen en hun vrienden zichzelf verrijkten via (semi-) publieke vzw's. Maar de aanbevelingen die voorgesteld worden, zijn helemaal geen antwoord op deze problematiek. Nochtans hielden ook oppositiepartijen Groen/Ecolo en MR de pen bij dit rapport', merkt ze op.

Volgens haar willen de Brusselaars daadkracht zien en een echte wil om een eind te maken aan misbruiken via Brusselse vzw's. 'Enkel met een grondige, structurele hervorming van de publieke en semi-publieke sector zullen we het vertrouwen van de burger terugwinnen', vindt Dhaene. 'Het is schrijnend dat het rapport louter bestaat uit een amalgaam van aanbevelingen die grotendeels achterhaald zijn en totaal geen structurele oplossing bieden voor de zelfverrijking door politieke mandatarissen en de vriendjespolitiek binnen Brusselse vzw's.'

De N-VA'ster merkt nog op dat de eerste aanbeveling - dat de onterecht ontvangen zitpenningen terugbetaald moeten worden - zeer terecht is, maar dat de meerderheid destijds een N-VA-resolutie in die zin tegenhield.

Dit rapport bewijst voor Liesbet Dhaene dat er geen wil is om de oude politieke cultuur te doorbreken. Niet bij de meerderheidspartijen PS, CDH en DéFI, maar blijkbaar ook niet bij Groen/Ecolo en MR die mee de pen hielden: 'Voor N-VA moeten de principes van 'Deugdelijk bestuur' ingevoerd worden bij elke entiteit die met belastinggeld een maatschappelijke taak in Brussel vervult. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om onafhankelijke bestuurders, een plafond op vergoedingen van de leden van de Raad van Bestuur (politici of niet) en een deontologische code.' Liesbet Dhaene heeft daartoe een voorstel van ordonnantie ingediend, meldt ze nog.

Brigitte Grouwels en Paul Delva (CD&V) kunnen zich vinden in de ontwerpaanbevelingen van de onderzoekscommissie Samusocial. De CD&V-fractie wil van dit rapport gebruik maken om het Brusselse dak- en thuislozenbeleid bij te sturen waarbij de nadruk moet liggen op meer structurele hulp aan dak- en thuislozen.

Voor CD&V moet minstens de helft van de overheidsmiddelen gaan naar deze structurele hulp, waar dit vandaag slechts 25 procent is. Ook is voor de fractie duidelijk dat de 19 Brusselse OCMW's best fuseren, zodat een eenheid van beleid op het vlak van armoedebestrijding en dakloosheid in Brussel mogelijk wordt.

De coördinatie van het Brusselse dak- en thuislozenbeleid ligt voor de partij best bij een overkoepelend orgaan, zoals de vzw La Strada. Een organisatie zoals Samusocial kan dus niet de rol vervullen van beleidsregisseur inzake dak- en thuisloosheid. 'Samusocial doet vooral aan noodopvang en veel minder aan structurele opvang. Hoewel noodopvang altijd nodig zal zijn, moeten we vooral structurele hulp geven aan dak- en thuislozen', vindt Brigitte Grouwels.

Het overkoepelend orgaan moet worden ondersteund door een Algemene Raad, waarin iedereen van de sector vertegenwoordigd is. 'Medewerkers uit de sector zijn ervaringsdeskundigen bij uitstek. Ze moeten daarom nog meer in dialoog kunnen gaan met beleidsverantwoordelijken en advies geven over hoe dit mensonterende probleem aan te pakken', aldus Paul Delva.

Daarnaast is het voor de CD&V-fractie ook duidelijk dat een fusie van de 19 Brusselse OCMW's noodzakelijk is. Het spreekt voor zich dat deze fusie gepaard moet gaan met de uitbouw van sterke OCMW-antennes in de Brusselse wijken. Een dergelijke organisatievorm maakt het veel makkelijker om in de Brusselse wijken een vinger aan de pols te houden van alle mensen die in een precaire situatie leven. Voor een betere samenwerking moeten op korte termijn alvast de reglementen van de 19 Brusselse OCMW's geharmoniseerd worden.

Ook moet er voor CD&V dringend iets veranderen aan de verdeling van de middelen. Minstens 50 procent van de overheidsmiddelen voor dak- en thuislozen moet gaan naar de structurele hulp aan dak- en thuislozen. Vandaag gaat het gros van de middelen, 75 procent, nog steeds naar noodhulp. 'Er moet veel meer worden ingezet op de preventie van dakloosheid én op de (re)integratie van dakloze personen in de samenleving. We moeten dak- en thuislozen immers de juiste begeleiding geven, zodat ze uit de situatie van thuisloosheid geraken', besluiten Grouwels en Delva.