Hoe hebt u Dalilla Hermans ontmoet?
...

Hoe hebt u Dalilla Hermans ontmoet? Teta Diana: In 2015, tijdens Rwanda Day in Amsterdam. Daar trad ik op en dat heeft blijkbaar indruk gemaakt. (lacht) Toen Concertgebouw Brugge haar uitnodigde om 'Seizoensdenker' te zijn, mocht ze een avond programmeren. Prompt stelde ze mij voor. Op die avond zal zij, geïnspireerd door mijn songs, drie verhalen vertellen: een over haar overleden vader, een over de genocide en een over wat 'thuis' betekent. Welke song opent het concert? Diana: Imyoma. Met dat lied sla ik een brug naar Rwanda. Ik zing over de groei van mijn land, en het belang van de koeien. Die dieren zijn cruciaal voor veel Rwandese families. Ze worden als huwelijksgeschenk gegeven. Elkaar een koe geven, is een teken van eeuwige verbondenheid. De titel van de song is een poëtischer woord voor 'inka' wat 'koe' betekent in het Kinyarwanda, mijn moedertaal. Na dat lied zing ik Iwanyu. Dat is 'thuis' in het Kinyarwanda. Het is het titelnummer van mijn debuutalbum, dat onlangs is verschenen. Dat album staat vol prachtige, jazzy nummers. Ze zijn zo anders dan de pophits die u in Rwanda scoorde. Diana: En het album is opgenomen in Brussel, terwijl ik intussen in Zweden woon. U spreekt met een globetrotter die opleeft van nieuwe ontmoetingen en evenveel houdt van Nina Simone en Lauryn Hill als van de legendarische Rwandese zangeres Kamaliza! (lacht) In Rwanda koos ik eerst voor popmuziek omdat ik bekend wilde worden en van mijn muziek wilde kunnen leven. Dat is gelukt. Nu werk ik aan een eigen stijl. Ik zoek een soort 'magisch huwelijk' tussen hedendaagse en traditionele muziek. Die mix heet afrofusion. Het is muziek zonder grenzen. Wie geeft er nu nog om grenzen? Die zijn zo passé, in de wereld én in de muziek. Ik mix vaak ook Engels en Kinyarwanda in de songs. Mijn album toont die zoektocht én mijn identiteit. Hoe zou u die omschrijven? Diana: Mijn roots liggen in Rwanda, mijn thuis is de wereld. Door mijn jeugd werd ik een bloem die overal kan bloeien. Mijn broer en ik werden geboren in Nairobi, in het vluchtelingenkamp waar mijn ouders elkaar hebben ontmoet. Pas in 1997 - na de genocide van 1994, waarover ik de song Ndaje ofwel 'Ik kom eraan!' schreef - vestigden we ons in Kigali. Daar gaf ik als elfjarige mijn eerste optreden voor de badkamerspiegel. (lacht) En ik schreef er mijn eerste lied. Het was een liefdeslied voor mijn vader. Hij was literatuurprofessor en moedigde me aan om te schrijven. Mijn grootste droom is een organisatie stichten voor straatkinderen - vooral de wezen onder hen - die doet wat papa voor mij deed: hij leerde me hoe muziek je helpt te overleven en te groeien, ondanks de tegenspoed. Hij maakte mijn doorbraak als muzikant niet meer mee. Daarom zing ik tijdens elk optreden Birangwa. 'Birangwa' was mijn vaders naam. Na zijn dood schreef ik die song, in het Kinyarwanda. Maar je hoeft de taal niet te begrijpen. Je voelt waarover het gaat. Maakte uw moeder uw doorbraak nog mee? Diana: Nog net. Zij bracht me de liefde voor muziek bij. Ze kookte en poetste met Kamaliza's muziek op de achtergrond. Die muziek doet me aan mijn moeder denken. Misschien zing ik een lied van Kamaliza in Brugge. Dat concert wordt een trip naar Rwanda én 'storytelling met muziek'. Met songs en verhalen vertellen Dalilla en ik over ons leven. Iedereen zal zich erin herkennen. Want wie nam nog geen afscheid van een geliefde? Wie worstelde nooit met zijn identiteit?