Aan de hand van MRI-scans van Russische kosmonauten voor en na hun ruimtemissie in het internationaal ruimtestation ISS, onderzochten de wetenschappers of de hersenen van astronauten veranderingen ondergaat. "We ontwikkelden een nieuwe beeldvormingstechniek waarmee we voor het eerst een duidelijk beeld konden krijgen van wat er precies met de hersenen van astronauten gebeurt. In nauwe samenwerking met onderzoekers van de universiteiten van Leuven en Luik en de Russische Academie voor Wetenschappen in Moskou vonden we de eerste aanwijzingen voor neuroplasticiteit, of het vermogen van het brein om zich aan te passen aan een veranderde omgeving of situatie", legt dr. Ben Jeurissen uit. Specifiek vonden de wetenschappers neuroplasticiteit in de belangrijkste motorische regio's van het brein. "Dat wijst erop dat het brein verandert om aangepaste strategieën voor beweging toe te laten in gewichtloze toestand", aldus onderzoeker Steven Jillings. "We zagen ook dat deze neuroplasticiteit nog gedeeltelijk aanwezig was zeven maanden na terugkeer op aarde, wat wijst op een leereffect. Dit is wellicht voordelig voor volgende ruimtemissies." Het onderzoek bevestigde ook bevindingen van andere recente studies die aantonen dat de vloeistof rondom en in het brein zich herverdeelt, wat een meer direct fysisch gevolg is van gewichtloosheid. Deze studie toonde aan dat deze herverdeling van vloeistof niet volledig terugkeert naar de toestand van voor de ruimtemissie. Dat geldt ook voor het scherp zien, een probleem waar meer dan de helft van de Amerikaanse astronauten mee kampt. Belangrijke vaststellingen met het oog op langdurige missies, zoals naar Mars, besluit prof. Floris Wuyts. De onderzoekspaper verschijnt in het wetenschappelijk hoog aangeschreven tijdschrift Science Advances. (Belga)

Aan de hand van MRI-scans van Russische kosmonauten voor en na hun ruimtemissie in het internationaal ruimtestation ISS, onderzochten de wetenschappers of de hersenen van astronauten veranderingen ondergaat. "We ontwikkelden een nieuwe beeldvormingstechniek waarmee we voor het eerst een duidelijk beeld konden krijgen van wat er precies met de hersenen van astronauten gebeurt. In nauwe samenwerking met onderzoekers van de universiteiten van Leuven en Luik en de Russische Academie voor Wetenschappen in Moskou vonden we de eerste aanwijzingen voor neuroplasticiteit, of het vermogen van het brein om zich aan te passen aan een veranderde omgeving of situatie", legt dr. Ben Jeurissen uit. Specifiek vonden de wetenschappers neuroplasticiteit in de belangrijkste motorische regio's van het brein. "Dat wijst erop dat het brein verandert om aangepaste strategieën voor beweging toe te laten in gewichtloze toestand", aldus onderzoeker Steven Jillings. "We zagen ook dat deze neuroplasticiteit nog gedeeltelijk aanwezig was zeven maanden na terugkeer op aarde, wat wijst op een leereffect. Dit is wellicht voordelig voor volgende ruimtemissies." Het onderzoek bevestigde ook bevindingen van andere recente studies die aantonen dat de vloeistof rondom en in het brein zich herverdeelt, wat een meer direct fysisch gevolg is van gewichtloosheid. Deze studie toonde aan dat deze herverdeling van vloeistof niet volledig terugkeert naar de toestand van voor de ruimtemissie. Dat geldt ook voor het scherp zien, een probleem waar meer dan de helft van de Amerikaanse astronauten mee kampt. Belangrijke vaststellingen met het oog op langdurige missies, zoals naar Mars, besluit prof. Floris Wuyts. De onderzoekspaper verschijnt in het wetenschappelijk hoog aangeschreven tijdschrift Science Advances. (Belga)