Van de 2.864 meldingen ging het in 2.333 gevallen over een bijwerking na inenting met het vaccin van Pfizer/BioNTech, dat sinds 28 december wordt gebruikt. Na vaccinatie met Moderna en AstraZeneca werden respectievelijk 311 en 220 bijwerkingen gemeld. Beide zijn pas later in gebruik genomen dan het vaccin van Pfizer/BioNTech: met Moderna werd op 18 januari voor het eerst gevaccineerd, met AstraZeneca op 12 februari. Na inenting met het vaccin van AstraZeneca (dat alleen aan mensen jonger dan 55 jaar wordt toegediend) worden relatief gezien opvallend meer bijwerkingen gemeld in vergelijking met de andere twee vaccins. Zo'n 0,6 procent van de gevaccineerden met het Pfizer/BioNTech-vaccin vertoont volgens het meldpunt bijwerkingen, bij Moderna gaat het om een kleine 1,3 procent. Ongeveer 2,9 procent van de personen die met het AstraZeneca-vaccin werden ingeënt, heeft een bijwerking gemeld. Hoewel nog niet alle gegevens zijn verzameld, zijn er een aantal factoren die zorgen voor dat verschil, weet Ann Eeckhout, woordvoerder van het FAGG. "Nu worden vooral zorgverleners ingeënt. Omdat zij meer betrokkenheid vertonen, zullen zij ook sneller geneigd zijn om een melding te maken van een eventuele bijwerking", klinkt het. Bovendien speelt ook de leeftijd een rol: "Personen die jonger zijn, hebben doorgaans een immuunsysteem dat sneller reageert", zegt ze. Ten slotte spelen ook de vele geruchten over het AstraZeneca-vaccin die de laatste weken in de media de ronde doen, een grote rol. Eeckhout voegt toe dat de bijwerkingen die worden gemeld volledig in lijn liggen met de verwachtingen. Ze verwijst ook door naar de bijsluiter die bij het vaccin gevoegd wordt. Van de 2.864 meldingen via het Belgische formulier zijn er al 1.038 geregistreerd in de centrale Europese databank EudraVigilance. In 42 van die 1.038 meldingen werd een overlijden gerapporteerd, maar tot op vandaag is er geen oorzakelijk verband vastgesteld met het toegediende COVID-19-vaccin. (Belga)

Van de 2.864 meldingen ging het in 2.333 gevallen over een bijwerking na inenting met het vaccin van Pfizer/BioNTech, dat sinds 28 december wordt gebruikt. Na vaccinatie met Moderna en AstraZeneca werden respectievelijk 311 en 220 bijwerkingen gemeld. Beide zijn pas later in gebruik genomen dan het vaccin van Pfizer/BioNTech: met Moderna werd op 18 januari voor het eerst gevaccineerd, met AstraZeneca op 12 februari. Na inenting met het vaccin van AstraZeneca (dat alleen aan mensen jonger dan 55 jaar wordt toegediend) worden relatief gezien opvallend meer bijwerkingen gemeld in vergelijking met de andere twee vaccins. Zo'n 0,6 procent van de gevaccineerden met het Pfizer/BioNTech-vaccin vertoont volgens het meldpunt bijwerkingen, bij Moderna gaat het om een kleine 1,3 procent. Ongeveer 2,9 procent van de personen die met het AstraZeneca-vaccin werden ingeënt, heeft een bijwerking gemeld. Hoewel nog niet alle gegevens zijn verzameld, zijn er een aantal factoren die zorgen voor dat verschil, weet Ann Eeckhout, woordvoerder van het FAGG. "Nu worden vooral zorgverleners ingeënt. Omdat zij meer betrokkenheid vertonen, zullen zij ook sneller geneigd zijn om een melding te maken van een eventuele bijwerking", klinkt het. Bovendien speelt ook de leeftijd een rol: "Personen die jonger zijn, hebben doorgaans een immuunsysteem dat sneller reageert", zegt ze. Ten slotte spelen ook de vele geruchten over het AstraZeneca-vaccin die de laatste weken in de media de ronde doen, een grote rol. Eeckhout voegt toe dat de bijwerkingen die worden gemeld volledig in lijn liggen met de verwachtingen. Ze verwijst ook door naar de bijsluiter die bij het vaccin gevoegd wordt. Van de 2.864 meldingen via het Belgische formulier zijn er al 1.038 geregistreerd in de centrale Europese databank EudraVigilance. In 42 van die 1.038 meldingen werd een overlijden gerapporteerd, maar tot op vandaag is er geen oorzakelijk verband vastgesteld met het toegediende COVID-19-vaccin. (Belga)