Zowat een jaar geleden wakkerde Rousseau het debat aan over de bescherming van kinderen in onveilige thuissituaties. Opvallend was dat de Vooruit-voorzitter toen het recht op ouderschap in vraag stelde. Nu, een jaar later, heeft Rousseau zes maatregelen in een voorstel gegoten, gekoppeld aan een investeringsinjectie van 50 miljoen euro per jaar in de jeugdzorg, waarmee hij naar verluidt het maximale doet binnen de mogelijkheden op Vlaams niveau.

Zo wil hij het Nederlandse systeem van ondertoezichtstelling invoeren. Dat is een verplichte maatregel opgelegd door een jeugdrechter waarbij een hulpverlener een gezin opvolgt en begeleidt om de schade voor het ongeboren kind te voorkomen of te beperken. En als de ouders de afspraken niet nakomen of de situatie onveilig blijft, kan de rechter beslissen het kind onmiddellijk bij de geboorte uit huis te plaatsen in een veilige omgeving. De meest voor de hand liggende voorbeelden zijn baby's met aangeboren schade als gevolg van alcohol- of drugmisbruik of door intrafamiliaal geweld. 'Vandaag kunnen we kinderen pas beschermen nadat ze met schade geboren zijn. We kunnen daar toch echt niet op wachten?', vindt Rousseau.

Nog een nieuwigheid houdt in dat wanneer al één of meerdere kinderen uit huis geplaatst zijn, er van moet worden uitgegaan dat de situatie ook onveilig is voor de andere kinderen die nog thuis verblijven. Ook die broers en zussen moeten volgens Rousseau beschermd worden en in veiligheid worden gebracht. Ouders kunnen dit vermoeden weerleggen door bijvoorbeeld aan te tonen dat het kind intussen terug veilig thuis wordt opgevangen. In dezelfde logica wil hij dat de beoordeling van een verontrustende situatie, consequent wordt uitgebreid naar alle minderjarigen in een gezin. Er moet ook sneller worden geschakeld van vrijwillige naar verplichte hulpverlening. En als ouders de afspraken onvoldoende nakomen, kunnen hulpverleners het dossier aan het parket overmaken.

De socialistische voorzitter wil ook sleutelen aan het beroepsgeheim. Vandaag ligt volgens hem te veel de focus op wanneer hulpverleners niet mogen spreken, waardoor veel informatie niet bij de juiste mensen terecht komt. 'Daarom draai ik in mijn voorstel de logica om. We maken duidelijk hoe hulpverleners, politiediensten, parket en justitie-assistenten wél informatie met elkaar kunnen delen om de veiligheid van het kind te garanderen', zegt Rousseau, die daarvoor het gedeelde beroepsgeheim wil veralgemenen.

Tot slot pleit Rousseau voor een uitbreiding van het arsenaal waar jeugdrechters uit kunnen putten. Dat beperkt zich nu voornamelijk tot maatregelen ten aanzien van het kind. 'Ze kunnen de kinderen in een veilige omgeving plaatsen, maar ze kunnen ouders niet dwingen zich te herpakken. Dat is toch niet logisch?', aldus Rousseau. In zijn voorstel krijgen rechters de mogelijkheid ouders een begeleiding op te leggen, zodat ze geholpen worden om zichzelf te herpakken en de relatie met hun kind te herstellen.

Zowat een jaar geleden wakkerde Rousseau het debat aan over de bescherming van kinderen in onveilige thuissituaties. Opvallend was dat de Vooruit-voorzitter toen het recht op ouderschap in vraag stelde. Nu, een jaar later, heeft Rousseau zes maatregelen in een voorstel gegoten, gekoppeld aan een investeringsinjectie van 50 miljoen euro per jaar in de jeugdzorg, waarmee hij naar verluidt het maximale doet binnen de mogelijkheden op Vlaams niveau. Zo wil hij het Nederlandse systeem van ondertoezichtstelling invoeren. Dat is een verplichte maatregel opgelegd door een jeugdrechter waarbij een hulpverlener een gezin opvolgt en begeleidt om de schade voor het ongeboren kind te voorkomen of te beperken. En als de ouders de afspraken niet nakomen of de situatie onveilig blijft, kan de rechter beslissen het kind onmiddellijk bij de geboorte uit huis te plaatsen in een veilige omgeving. De meest voor de hand liggende voorbeelden zijn baby's met aangeboren schade als gevolg van alcohol- of drugmisbruik of door intrafamiliaal geweld. 'Vandaag kunnen we kinderen pas beschermen nadat ze met schade geboren zijn. We kunnen daar toch echt niet op wachten?', vindt Rousseau. Nog een nieuwigheid houdt in dat wanneer al één of meerdere kinderen uit huis geplaatst zijn, er van moet worden uitgegaan dat de situatie ook onveilig is voor de andere kinderen die nog thuis verblijven. Ook die broers en zussen moeten volgens Rousseau beschermd worden en in veiligheid worden gebracht. Ouders kunnen dit vermoeden weerleggen door bijvoorbeeld aan te tonen dat het kind intussen terug veilig thuis wordt opgevangen. In dezelfde logica wil hij dat de beoordeling van een verontrustende situatie, consequent wordt uitgebreid naar alle minderjarigen in een gezin. Er moet ook sneller worden geschakeld van vrijwillige naar verplichte hulpverlening. En als ouders de afspraken onvoldoende nakomen, kunnen hulpverleners het dossier aan het parket overmaken. De socialistische voorzitter wil ook sleutelen aan het beroepsgeheim. Vandaag ligt volgens hem te veel de focus op wanneer hulpverleners niet mogen spreken, waardoor veel informatie niet bij de juiste mensen terecht komt. 'Daarom draai ik in mijn voorstel de logica om. We maken duidelijk hoe hulpverleners, politiediensten, parket en justitie-assistenten wél informatie met elkaar kunnen delen om de veiligheid van het kind te garanderen', zegt Rousseau, die daarvoor het gedeelde beroepsgeheim wil veralgemenen. Tot slot pleit Rousseau voor een uitbreiding van het arsenaal waar jeugdrechters uit kunnen putten. Dat beperkt zich nu voornamelijk tot maatregelen ten aanzien van het kind. 'Ze kunnen de kinderen in een veilige omgeving plaatsen, maar ze kunnen ouders niet dwingen zich te herpakken. Dat is toch niet logisch?', aldus Rousseau. In zijn voorstel krijgen rechters de mogelijkheid ouders een begeleiding op te leggen, zodat ze geholpen worden om zichzelf te herpakken en de relatie met hun kind te herstellen.