Op de campus van de Vrije Universiteit Amsterdam, aan de Gustav Mahlerlaan, ontmoet ik Rosanne Hertzberger in het O2-gebouw. Geen idee waarom het zo heet. Het heeft de naar minimalisme neigende keurigheid van het hedendaagse, succesvolle universiteitsgebouw. Geen franjes, oerdegelijk. Zoals de wetenschap zelf. Al jaagt buiten, tussen hoge torenmuren, geniepig de ongehoorzame wind. Het gesprek met Hertzberger gaat over wetenschap. Omdat ze wetenschapster is. Dat is niet uitzonderlijk, zo zijn er veel. Ook omdat ze over de positie van wetenschap nadrukkelijk nadenkt, wat eigenaardig genoeg uitzonderlijker is. Van haar verschijnt deze maand een boek: Het grote niets. Het gaat over niets minder dan de wetenschap, waarvan ze houdt en die ze vurig verdedigt maar waarvan ze tegelijk - niet vanzelfsprekend in onze tijd - de beperkingen ziet.
...