Burgerbewegingen krijgen zelden cadeaus. Alvast politieke overheden zijn bijzonder gierig. Zij vertrouwen de wakkere burgers niet, zeker niet als die in groep opereren. Want hun gedrag is vaak onvoorspelbaar, zeggen ze. En continu overleg met hen maakt het beleid hoe dan ook trager, duurder en complexer. Pure machtsuitoefening moet dan de groei en de slagkracht van die lastige tegenspelers afremmen. Ook slinkse manoeuvres worden niet geschuwd.

Ringland en partners tonen aan dat politiek activisme werkt.

In tal van dossiers, bij grote infrastructuur­werken bijvoorbeeld, maakt manipulatie van de procedures sleuteldocumenten onzichtbaar of ontoegankelijk. Langs die weg proberen politici, kabinetsleden en ambtenaren hun ­kennisvoorsprong te redden.

Maar het tij keert. Burgerbewegingen en actiegroepen combineren nu vaak een breed draagvlak in de bevolking met juridische, milieutechnische en politiek-strategische deskundigheid. Daarom zetten sommige politici de hakken nog dieper in het zand. Ook van ­journalisten moeten burgerinitiatieven niet te veel geschenken verwachten. Al jaren is het wekken en behouden van hun belangstelling een hindernis van formaat. Ringland heeft met die obstakels te maken gehad. Verder in dit boek is te lezen hoe de organisatie daarmee creatief en innoverend omgegaan is.

Delicate keuzes

Vroeg of laat botsen tal van burgerbewegingen op een cruciaal keuzemoment. Aanvankelijk kiezen ze voor de open confrontatie met de overzijde. Ze zien dat als de meest geschikte en meest productieve strategie. Maar na verloop van tijd ontstaat wel eens uitzicht op ernstig overleg, bijvoorbeeld met politieke overheden. Is het dan beter het gevecht te ruilen voor een of andere vorm van duurzame dialoog? Dat is steeds een bijzonder moeilijk en risicovol moment in het leven van die organisaties. Wat met de bewaking van het eigen moreel engagement? Komt er besmetting met het virus van de politiek van het haalbare? Is een over­name van de bestuurslogica onafwendbaar? En leidt dat tot besparen op transparantie? Wat doet dat alles met het draagvlak dat bij de bevolking opgebouwd is? Zijn nervositeit en argwaan bij de aanhang wel te vermijden? En hoe weegt die switch in strategie op de omgang met bondgenoten die de confrontatie niet afzweren? Worden ze uit verband gespeeld? Of is de lijm stevig genoeg en blijven de lijnen open? En vooral: er is de knagende onzekerheid of de politieke tegenspelers wel woord zullen houden.

Ringland is in deze kwestie een wat speciaal geval. Confrontatie als strategie is van meet af aan niet of nauwelijks aan de orde geweest. Toch heeft ook deze optie voortdurend netelige vragen opgeroepen. Het interne debat daarover en de publieke verantwoording van de gemaakte keuzes komen uitvoerig aan bod in dit boek.

Verrassende successen

Dat de Antwerpse Ring overkapt wordt, is uiteraard dé tour de force van Ringland, een topprestatie die het deelt met Ademloos en stRaten-generaal. Daarnaast hebben zij met hun drieën de visie op mobiliteit in Vlaanderen stevig verrijkt met inzichten over volksgezondheid, milieueffecten en stadsplanning. Maar er is meer, veel meer. Er zijn met hun aanpak van het Oosterweeldossier flinke stappen gezet in de richting van vernieuwing van de democratie. Dat is een succes dat verrast, want vooraf niet expliciet als doel aangekondigd. Wat is er gebeurd?

Onweerswolk boven democratie

Al enige tijd hangt een dikke onweerswolk boven de democratie in Vlaanderen. Politici zijn erop uit om burgers geleidelijk naar de rand van de politiek te duwen. Ze doen dat via drie ingrepen die verpakt zijn in sluwe slogans. Er is het zwaaien met de vlag van 'goed bestuur'. Wie kan daar tegen zijn? Maar zie hoe dat geïnterpreteerd werd in het bestuursakkoord 2014-2019 van de Vlaamse regering. Een van de hoofdstukken droeg als titel: 'Voluit voor de overheidsklant'. De burger als klant, dus. Als consument van het beleid, zeker niet als coproducent. In de feiten wordt die marsrichting in beleid omgezet. Dan is er de belofte van 'beslist bestuur'.

Je zou denken, mooi zeg, dat is vastberaden, resoluut en dus productief beleid. Maar die kreet verbergt, zeer handig trouwens, een merkwaardige visie op wat democratie is. ­Verkiezingen zijn het hart van dat regime, luidt het. Om de 5 jaar kan de kiezer zijn of haar gedacht zeggen. Maar meteen wordt dan ook zijn of haar stem weggegeven. En gegeven is gegeven, beslist is beslist. Tussentijds tegenspreken is er niet meer bij. Nu is het aan wie in de stuurcabine staat. Zo wordt de kiezer de facto voor jaren gedemobiliseerd.

Het gaat nog verder. Je hoort steeds vaker zeggen dat een ware democratie een direct contact tussen de politicus en de individuele burger vereist. Het individu, alleen het individu, is de bevoorrechte partner van de politicus. Dus niet de vakbonden, niet de actiegroepen, niet de honderden spelers op wat wij in Vlaanderen het middenveld noemen. Want dat is, schijnt het, allemaal ballast. Dat staat beslist bestuur in de weg. Maar laten we wel wezen, een geïsoleerd individu is een kwetsbaar individu. Mensen moeten collectief een vuist kunnen maken om invloed uit te oefenen. Kortom, de bevolking wordt in feite gevraagd om af te haken, om aan de zijlijn te gaan staan. Dat is doodjammer. Want democratie is in wezen groepswerk, groepsgewijs meningen vormen, samen aan belangenverdediging doen. Zich neerleggen bij die uitnodiging om uit de politiek te stappen is dubbel gevaarlijk. Eén: zo verliezen mensen geleidelijk de vaardig­heden die ze nodig hebben om die collectieve vuist te maken. Twee: even geleidelijk verdwijnt democratisch burgerschap als component van onze identiteit. Politiek wordt dan een soort buitenland. Besluit: via drie sluipwegen komt uitburgering in de plaats van wat in­burgering voor elke inwoner van dit land moet zijn: ­scholing in burgerzin.

Burgerzin zaaien en oogsten

Ringland en partners geven een krachtig antwoord op deze noodlottige ontwikkelingen. Zij tonen aan dat politiek activisme werkt, dat het algemeen belang zijn plaats heeft in onderhandelingen, dat compromissen daarom on­afwendbaar zijn, dat vertrouwen in de anderen loont, dat solidariteit een onmisbaar ingrediënt is van een menswaardige samenleving. Met andere woorden: zij zaaien en oogsten burgerzin. Sociale en politieke vaardigheden nemen toe, mensen vervellen van passieve overheidsklant tot coproducent.

Meebeslissen

Het Ringland Boek, uitgegeven in eigen beheer, 232 p., 30 euro. © Ringland

Er is nog een tweede verrassing. Politieke overheden wantrouwen burgerbewegingen. Hun acties tasten de stuurkracht en geloofwaardigheid van overheden aan, beweren ze. Maar in de afhandeling van het Oosterweeldossier, meer bepaald in de gedaante van het Toekomstverbond, tonen Ringland en co aan dat de inzet van burgerbewegingen uiteindelijk de slagkracht van de overheid ten goede komt. Zeker zo belangrijk is dat die inzet ook de zoektocht naar geloofwaardigheid kan vergemakkelijken. Daar zorgt het zogeheten Ikea-effect voor: mensen brengen meer waardering op voor wat zij minstens gedeeltelijk zelf gemaakt hebben. En ja, dat werkt ook in de politiek. Meebeslissen voedt de legitimiteit en de weerbaarheid van regering en parlement, van politici en ambtenaren.

Vele actiegroepen, vele burgerbewegingen in Vlaanderen zijn op zoek naar een routeplanner, een draaiboek waarmee ze hun organisatie politieke invloed kunnen geven. Voor hen zijn de ervaringen van Ringland goud waard. Het is een zegen dat met dit boek de brede ontginning ervan mogelijk geworden is.

Luc Huyse (KU Leuven) is socioloog en emeritus hoogleraar. Deze tekst is het voorwoord van Het Ringland Boek, waarin het verhaal verteld wordt van het bereikte compromis over de overkapping van de Antwerpse Ring.