Vele jaren geleden, het moet rond 1970 zijn geweest, zag ik een televisieprogramma waarin ouders de raad kregen van hun kinderen niet het onmogelijke te eisen. Zo mag een leraar niet vragen, hopen of verwachten dat zijn kind het even ver schopt als hijzelf en ook leraar wordt. De beelden vond ik nooit terug, maar ik dacht er vaak aan. Het lijkt vandaag onvoorstelbaar, het leraarschap dat doorgaat als een topjob. Gladde reclamejongens genieten in onze tijd meer waardering dan wie de jeugd onderwijst. Leraren zijn voor veel medeburgers lui met een middelmatige intelligentie en eindeloos durende vakanties. De leraarskamer is een symbool van geestelijke leegte, waarin de gesprekken voornamelijk over realityshows op de televisie en echtscheidingsperikelen van de nukkige schoolvossen zelf gaan. Niet over de Metamorfosen van Publius Ovidius Naso, zoals je van 'hoogopgeleiden' zou verwachten.
...