Elke kandidaat-commissaris moet in het Europees Parlement een hoorzitting ondergaan vooraleer dat parlement het licht op groen kan zetten voor de nieuwe Europese Commissie, geleid door de Duitse Ursula von der Leyen. Vanochtend was het de beurt aan de Belgische kandidaat, uittredend vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken en Defensie Didier Reynders. Hij kreeg door von der Leyen de portefeuille Justitie en Consumentenbescherming toegeschoven en mocht zich opmaken voor vragen van de leden van de twee verantwoordelijke parlementscommissies, Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) en Juridische zaken (JURI), en van de 'geassocieerde' commissie Interne markt en consumentenbescherming (IMCO). Een stevige stroompanne zorgde voor een lange onderbreking van de hoorzitting, maar verder verliep het mondelinge examen van Reynders haast rimpelloos. Hij benadrukte dat hij al tijdens het eerste werkjaar van de Commissie werk wil maken van een mechanisme dat de naleving van de rechtsstaatsprincipes in de EU-lidstaten moet monitoren. De bestaande artikel 7-procedures tegen Hongarije en Polen zal hij verderzetten, in de geest van zijn voorganger Frans Timmermans. Maar, benadrukte Reynders, de Europese Unie beschikt over nog andere manieren om de rechtsstaat te doen naleven, gaande van een intensieve dialoog tot het lanceren van procedures voor het Europees Hof van Justitie. Ook België zal jaarlijks onderzocht worden, antwoordde Reynders op een vraag van Tom Vandendriessche (Vlaams Belang). Na een interventie van Assita Kanko (N-VA) maakte hij duidelijk open te staan voor een eventuele herziening van het Europese aanhoudingsbevel (EAB), om dat efficiënter en meer proportioneel te maken. Kris Peeters (CD&V) vroeg Reynders of hij werk wil maken van een Europees wettelijk kader voor artificiële intellengentie, waarop de Franstalige liberaal positief antwoordde. Zo'n wetgeving zal wel sectorspecifiek zijn, zei Reynders. Op het vlak van consumentenbescherming toont hij zich gewonnen voor een systeem van collectieve vorderingen op Europees niveau. Maar een kopie van het Amerikaanse 'class action'-systeem ziet hij niet zitten. Opvallend was dat Reynders bij het begin van de hoorzitting zelf inging op de beschuldigingen van corruptie die recent tegen hem geuit werden door een voormalige agent van de Staatsveiligheid. Een vooronderzoek werd wegens gebrek aan bewijs zonder gevolg afgesloten, maar Reynders toonde zich aangedaan. "Ik wens niemand toe te moeten doorstaan wat mijn naasten, mijn familie, mijn kinderen, mijn echtgenote en ikzelf de voorbije twee weken hebben moeten doorstaan", zei hij. Over de nieuwe beschuldigingen van doodsbedreigingen, zei Reynders niets. "De rechtsstaat impliceert ook het vermoeden van onschuld, daarover wil ik duidelijk zijn", verwees hij wel naar zijn eigen situatie. Nooit heeft hij overwogen om als kandidaat-commissaris een stap opzij te zetten, net omdat hij overtuigd is van zijn onschuld. Eén keer kreeg Reynders de lachers op zijn hand, na de opmerking van de Fransman Gilles Lebreton (ID-fractie) dat het toch opmerkelijk is dat hij zowel minister van Buitenlandse Zaken en Defensie is, en koninklijk informateur, "uniek in Europa". "Het is inderdaad juist dat er in de Europese Unie maar weinig koninklijk informateurs zijn", reageerde Reynders afgemeten. "Ook in Frankrijk niet." Het is nu aan de commissies Burgerlijke vrijheden en Juridische zaken om een eindevaluatie te maken van Reynders' examen. Ze hebben daar 24 uur de tijd voor. Het applaus op het einde van de hoorzitting verraadt wellicht al de uitkomst. (Belga)