Boris Cyrulnik, die in juli zijn eenentachtigste verjaardag vierde, is wereldberoemd om zijn baanbrekende onderzoek naar traumaverwerking. In 2001 publiceerde hij zijn ultieme bestseller Les vilains petits canards, vertaald als Veerkracht. Daarin bouwde hij verder op de hechtingstheorie van de elf jaar eerder overleden Britse psychiater John Bowlby. Kinderen, zei Bowlby, zijn geprogrammeerd om zich te hechten aan hun ouders of opvoeders. Als die hechting fout loopt, betalen ze daar soms een levenslange prijs voor, in de vorm van angst, depressie, verslaving, relatieproblemen. Volgens Cyrulnik ligt de sleutel voor heling, en misschien zelfs voor herstel van een onveilige of mislukte hechting, op de bodem van de put: onze natuurlijke veerkracht - résilience, in het Frans - is onze beste bondgenoot in de strijd tegen de gevolgen van vreselijke trauma's als oorlog, incest, terreur, mishandeling of misbruik. Gespecialiseerde therapie kan daarbij helpen.
...