Het aanvullend pensioen is het extra pensioen dat werknemers en zelfstandigen opbouwen in het kader van hun loopbaan, bovenop het wettelijk pensioen. Het wordt ook wel de tweede pensioenpijler genoemd. Vorig jaar had zowat 75 procent van de beroepsbevolking - 3,8 miljoen mensen - zo'n aanvullend pensioen. De overheid voorziet zowel sociale als fiscale stimulansen om de opbouw van aanvullende pensioenen aan te moedigen. Samengeteld bedroegen de opgebouwde reserves in 2019 85,6 miljard euro. Maar achter dat bedrag schuilt een opvallende scheeftrekking. Voor de meesten is het immers slechts een bescheiden aanvulling op het wettelijk pensioen, terwijl het beleid voor een kleine groep anderen ruime mogelijkheden biedt om de sociale en fiscale druk te optimaliseren, meldt het Rekenhof. Zo heeft 10 procent van de werknemers die de pensioenleeftijd naderen, verworven reserves van maximum 443,8 euro, terwijl 10 procent reserves heeft tussen 200.000 euro en 8 miljoen euro. In 2017 genoot 1 procent van de gepensioneerden 20 procent van het totaalbedrag van de gestorte aanvullende pensioenen, terwijl 70 procent van de gepensioneerden samen 10 procent van de gestorte aanvullende pensioenen ontving. Het beleid van stimulansen heeft een impact op de overheidsfinanciën. Het Rekenhof raamt de verminderde sociale bijdragen op 611,6 miljoen euro voor de werknemers en op 254,9 miljoen euro voor de zelfstandigen. De fiscale impact kan niet worden becijferd. Het Rekenhof kaart daarbij nog een ander probleem aan. Zo kan de FOD Financiën maar moeilijk de zogenaamde 80 procent-regel - die de aftrekbaarheid van stortingen beperkt - controleren bij gebrek aan wettelijke parameters. Het schort ook bij de toepassing van de fiscale sanctie indien er geen aangifte gebeurt via de voorziene databank. "De sanctie bestaat erin de aftrekbaarheid van de stortingen totaal te verwerpen, maar staat niet in verhouding tot de vastgestelde nalatigheid en treft niet noodzakelijk de in gebreke blijvende aangever." En ook op sociaal niveau "faalt" het reguleringsmechanisme. (Belga)

Het aanvullend pensioen is het extra pensioen dat werknemers en zelfstandigen opbouwen in het kader van hun loopbaan, bovenop het wettelijk pensioen. Het wordt ook wel de tweede pensioenpijler genoemd. Vorig jaar had zowat 75 procent van de beroepsbevolking - 3,8 miljoen mensen - zo'n aanvullend pensioen. De overheid voorziet zowel sociale als fiscale stimulansen om de opbouw van aanvullende pensioenen aan te moedigen. Samengeteld bedroegen de opgebouwde reserves in 2019 85,6 miljard euro. Maar achter dat bedrag schuilt een opvallende scheeftrekking. Voor de meesten is het immers slechts een bescheiden aanvulling op het wettelijk pensioen, terwijl het beleid voor een kleine groep anderen ruime mogelijkheden biedt om de sociale en fiscale druk te optimaliseren, meldt het Rekenhof. Zo heeft 10 procent van de werknemers die de pensioenleeftijd naderen, verworven reserves van maximum 443,8 euro, terwijl 10 procent reserves heeft tussen 200.000 euro en 8 miljoen euro. In 2017 genoot 1 procent van de gepensioneerden 20 procent van het totaalbedrag van de gestorte aanvullende pensioenen, terwijl 70 procent van de gepensioneerden samen 10 procent van de gestorte aanvullende pensioenen ontving. Het beleid van stimulansen heeft een impact op de overheidsfinanciën. Het Rekenhof raamt de verminderde sociale bijdragen op 611,6 miljoen euro voor de werknemers en op 254,9 miljoen euro voor de zelfstandigen. De fiscale impact kan niet worden becijferd. Het Rekenhof kaart daarbij nog een ander probleem aan. Zo kan de FOD Financiën maar moeilijk de zogenaamde 80 procent-regel - die de aftrekbaarheid van stortingen beperkt - controleren bij gebrek aan wettelijke parameters. Het schort ook bij de toepassing van de fiscale sanctie indien er geen aangifte gebeurt via de voorziene databank. "De sanctie bestaat erin de aftrekbaarheid van de stortingen totaal te verwerpen, maar staat niet in verhouding tot de vastgestelde nalatigheid en treft niet noodzakelijk de in gebreke blijvende aangever." En ook op sociaal niveau "faalt" het reguleringsmechanisme. (Belga)